Dolfijnen helpen vissers - en zichzelf

Dolfijnen voor de kust van Brazilië helpen traditionele vissers die met werpnetten vanaf de kust vis vangen. Alle dolfijnen? Nee, vooral sociale dieren, ontdekten biologen.

De vissers staan in het gelid, met hun werpnet in de aanslag. Verderop, amper zichtbaar voor de vissers, drijven dolfijnen een school harders richting de kust. Af en toe vangen de vissers een glimp op van een vin of staart, stille tekens van de drijfjacht die zich onder water afspeelt. Geduldig wachten ze op het signaal. Daar: een tuimelaar slaat met zijn staart op het water.

Nu werpen de vissers hun net. Tientallen vissen raken in de mazen verstrikt. In de chaos valt de school uit elkaar. De gedesoriënteerde vissen zijn een gemakkelijke prooi voor de dolfijnen, die over de zeebodem scheren en de harders een voor een tussen hun kaken vangen. Normaliter kost het de zeeroofdieren veel energie en moeite om een prooi uit een school te pakken te krijgen, maar met de vissers als schoolbreker is het vangen van vis doodsimpel.

Deze unieke samenwerking tussen mens en tuimelaar in Laguna, Zuid-Brazilië is eeuwenoud en dodelijk effectief. Nu staan dolfijnen bekend om hun uitzonderlijke intelligentie, maar hoe dit gedrag ontstaat is nog altijd een klein raadsel. Leren de dieren dat van elkaar?

Om dat te onderzoeken, brachten Braziliaanse zeebiologen het sociale netwerk van de dolfijnen in Laguna in kaart. Ze volgden dolfijnenscholen op zee, turfden wie met wie samenzwom en noteerden welke dolfijnen deelnamen aan de drijfjacht. Ze beschreven hun resultaten woensdag in het wetenschappelijke tijdschrift Biology Letters.

Niet alle tuimelaars waren bereid om samen te werken met de Braziliaanse vissers. Van de 35 dolfijnen die de onderzoekers maandenlang volgden, dreef iets minder dan de helft wel eens een school vis richting de vissers. De onderzoekers deelden de dolfijnen daarom in twee groepen in: de ‘samenwerkers’ en ‘zelfstandigen’.

In het sociale netwerk van de Laguna-dolfijnen kwam die rolverdeling terug. De samenwerkers vormen samen een kliek, en ook de zelfstandigen leven hoofdzakelijk in afzonderlijke groepen. Eén dolfijn vervulde de rol van ‘ambassadeur’: hij of zij zwom samen met samenwerkers én zelfstandigen.

De relaties tussen de samenwerkers waren inniger (meer dwarsverbindingen binnen de groep) dan die tussen zelfstandigen. Opvallend, vinden de onderzoekers. Ze schrijven dat de samenwerkende dolfijnen door die hechtheid de bijzondere jachttechniek misschien makkelijker van elkaar kunnen leren. De biologen vermoeden dat het gedrag vooral van moeder op kalf overgedragen wordt. Om die hypothese te testen, gaan ze binnenkort de verwantschappen binnen de groep proberen te achterhalen.

Overigens is de verstandhouding tussen mens en dolfijn niet altijd goed. Soms proberen de twee intelligente roofdieren elkaar af te troeven. In tijden van schaarste, als het migratieseizoen van de harder op zijn einde loopt, wringen de dolfijnen zich onder de netten van de vissers, om hun val te vertragen. Snel pikken ze dan de vissen onder het zinkende net vandaan. Als de vissers dat in de gaten krijgen, smijten ze steentjes of kluitjes modder richting dolfijn, in een poging de dieren te verjagen.