Die nieuwe verkiezingen zijn in niemands belang

Onbegrijpelijk dat er nieuwe verkiezingen zijn uitgeschreven. Toen zaterdag 21 april het ‘Catshuisoverleg’ klapte, betekende dat immers slechts dat de samenwerking met de PVV voorlopig even strandde. Er was geen motie van wantrouwen. Integendeel: binnen enkele dagen was al een nieuwe (gedoog)coalitie gevormd: GroenLinks, D66, ChristenUnie. Zonder veel problemen werden ze het eens met de VVD en het CDA. Onder leiding van ‘veilingmeester’ Alexander Pechtold werden de benodigde miljarden in een middagje bij elkaar geschraapt. De stemming in de Kamer was ronduit gemoedelijk. Premier Rutte en minister De Jager (Financiën, CDA) zaten ontspannen in Vak K.

Waarom dan toch verkiezingen? Waren dit soort wisselende coalities niet juist het idee geweest achter een minderheidskabinet? Dat de regering op basis van initieel vertrouwen aan de slag ging en dan op zoek moest naar steeds nieuwe steun? Treurig dat de oligarchische reflexen nog altijd zo diep zitten. Het gedoogkabinet is gevallen – alsof daaruit per definitie verkiezingen moesten volgen.

In de Verenigde Staten heeft een Republikeinse president bijna altijd te maken met een Democratisch Huis van Afgevaardigden, en andersom. Ook in Frankrijk is het niet ongebruikelijk dat de president moet samenwerken met een parlement van een ándere kleur. Dito in Duitsland, vanwege decentrale verkiezingen van de Bondsdag. Zo hoort het ook. Parlement en regering moeten tot elkaar veroordeeld zijn, niet elkaars beste vriendjes zijn zoals in Nederland.

In wiens belang zijn deze verkiezingen op 12 september eigenlijk? In elk geval niet in dat van de oppositie in de Tweede Kamer: die had juist de kans mee te spelen, zonder last te hebben van een gedoogafspraak. Dat GroenLinks, D66 en ChristenUnie als gelijken mee mochten praten – het is maar zeer de vraag of dat snel opnieuw gebeurt. De oppositiepartijen kunnen mogelijk hopen door de kiezer te worden beloond voor hun daadkracht. Maar als ze de intentie hebben hun samenwerking voort te zetten, waren toch geen voortijdige verkiezingen nodig geweest?

Waren nieuwe verkiezingen dan in het belang van de regering? Ook niet. Premier Rutte en zijn team begonnen net warm te draaien. De wetsvoorstellen begonnen net op gang te komen, het beleid begon effect te sorteren. De VVD staat weliswaar op winst in de peilingen, maar toch niet zozeer dat incasseren nu het eerste doel hoefde te zijn. Van de huidige 31 zetels naar een mogelijke 34 is geen reden het kabinet te laten klappen. Het CDA staat bovendien juist op historisch verlies. Ook daar dus weinig belang bij vervroegde verkiezingen. Mogelijk heeft de PVV er enig voordeel bij – zo kan Geert Wilders zijn fractie opschonen en Hero Brinkman de pas afsnijden. Maar waarom de VVD en het CDA juist nu het belang van Wilders zouden willen dienen? Waren ze niet juist blij van hem af te zijn?

In het belang dan van het land? Met straks in september weer maanden van formatie, met nieuwe koehandel en nieuwe ministers die zich moeten inlezen en op gang moeten komen?

De politiek is vergeten dat er afstand hoort te bestaan tussen de regering en het parlement. Door een vanzelfsprekende meerderheid in het parlement, wordt de regering nauwelijks nog kritisch gevolgd. De partijen die de regering vormen, krijgen immers toch wel wat ze willen. Het unieke van het huidige ‘minderheidskabinet’ was nu juist dat de regering niet meer automatisch op een meerderheid kon rekenen. Het idee was dat de regering nu eens over links, dan weer over rechts, zaken zou realiseren, en daarbij steeds actief op zoek moest naar steun in de Kamer.

Dit volgt dan ook uit de Grondwet. De regering is daarin een zelfstandige macht, en de volksvertegenwoordiging ook. Bovendien: de Tweede Kamerleden horen te stemmen „zonder last”. Met de huidige fractiediscipline komt daar in de praktijk weinig van terecht.

De vlugheid waarmee de Kunduz-coalitie tot afspraken kwam, laat bovendien zien hoe gemakkelijk dergelijke flexibele meerderheden te vormen zijn. Waarom dan toch die verkiezingen? Als er nou eens géén verkiezingen waren uitgeschreven, stel je toch eens voor hoe mooi dat zou zijn geweest. De regering zou dan weer voor elke maatregel direct in de Kamer het debat aan moeten gaan. Het zou ook een stuk leuker worden om Kamerlid te zijn. Creatieve voorstellen indienen gaat immers weer lonen. Een meerderheid in de Kamer zou zelfs de ministers kunnen dwingen hun koers te veranderen. Daarbij zouden de Kamerleden moeten eisen om ieder minimaal drie persoonlijk medewerkers te kunnen aanstellen. Daarmee krijgen ze daadwerkelijk mogelijkheden om hun eigen koers te gaan varen.

Kortom, de democratie zou weer zijn gaan werken zoals zij bedoeld is. Jammer dat de democratische lente door een oligarchische herfst wordt gesmoord. Op 12 september gaan we naar de stembus. 13 september staat de Tweede Kamer weer buitenspel.