De toverberg van Mark Zuckerberg

Nieuwsanalyse Facebook maakte gisteren de introductiekoers van zijn beursgang bekend. Terwijl het Westen in een diepe schuldencrisis verkeert, ontmoeten Wall Street en internet elkaar weer op een feest van overwinst en overmoed.

Het bedrag is vergelijkbaar met tweederde van de wereldwijde netto officiële ontwikkelinghulp van vorig jaar. Of het volledige Ierse reddingpakket tijdens de eurocrisis. Of zo’n beetje de waarde van alle woningen van Amsterdam.

Gisteravond werd bekend dat Facebook, de reus van de sociale media, naar de beurs gaat voor een prijs van tussen de 28 dollar en 35 dollar. Dat geeft het bedrijf straks een beurswaarde van maximaal 98 miljard dollar (74 miljard euro). Oprichter Mark Zuckerberg kan in zijn eentje goed zijn voor ruim 14 miljard euro.

De beursgang brengt miljarden op die voor een deel vloeien naar de zakken van de huidige aandeelhouders, Zuckerberg voorop, en deels zal worden gebruikt voor investeringen. De verhandelbaarheid van de aandelen maakt ze straks nog geschikter als ‘overnamegeld’, waarmee het bedrijf anderen kan inlijven. Zoals Instagram, een app die gebruikers foto’s laat bewerken, opslaan en delen, dat vorige maand voor een miljard dollar aan Facebook-aandelen werd gekocht. Instagram, met dertien werknemers, bestaat krap twee jaar.

De beursgang van Facebook staat in schril contrast met de werkelijkheid op de grond in Europa en de Verenigde Staten. De economie van de eurozone verkeert grotendeels in een recessie, die in de VS groeit ondermaats. Deze week bereikte de Europese werkloosheid een niveau van 10,9 procent, het hoogste sinds de euro werd ingevoerd. De Amerikaanse staatsschuld bedraagt nu 101,5 procent van het bruto binnenlands product – hoger dan het gemiddelde van de eurozone. En dat bracht het Internationale Monetaire Fonds er woensdag toe te verklaren dat de Amerikaanse en Japanse staatsschuld in wezen een grotere bedreiging zijn dan de Europese.

Hoe kan te midden van de zwaarste economische tijd sinds de jaren dertig van de vorige eeuw dan toch deze schijnbare overdaad plaatsvinden. Dat heeft te maken met twee parallelle werelden. De eerste is die van het internet, waar de crisis zeker gevoeld wordt, maar waar de groei wel doorgaat. De virtuele economie vervangt delen van de reële economie om ons heen, en voegt er nieuwe producten en diensten aan toe. De sociale media zijn daar het schoolvoorbeeld van. En zoals dat vaker gaat aan het front van wat tien jaar geleden de ‘nieuwe economie’ werd genoemd: de winnaar krijgt alles. Facebook claimt 900 miljoen gebruikers. Dat is meer dan een achtste van de wereldbevolking. De lotgevallen van het wegzinkende Nederlandse Hyves zijn illustratief.

De andere parallelle wereld is die van de haute finance, waar de verdienmodellen ondanks de financiële crisis en muur van nieuwe regelgeving in wezen niet zijn veranderd. De drie zakenbanken die Facebook straks naar de beurs brengen verdelen onderling een vergoeding van 100 miljoen dollar.

Ruim tien jaar geleden bleek tijdens de dotcom-hausse al wat er gebeurt als deze twee werelden elkaar ontmoeten: een feest van overmoed, overwaardering en overwinst. Maar er zijn verschillen. Facebook maakte vorig jaar een miljard dollar winst, en hoewel die in het eerste kwartaal van dit jaar wat wegzakte is het wel een echt bedrijf met goede vooruitzichten. Dat een onderneming er in de huidige omstandigheden in slaagt te floreren zegt, anders dan destijds, veel over de kracht en het uithoudingsvermogen. En het Westen zou blij mogen zijn dat er een groeiende en inspirerende bedrijfstak is die de weg wijst uit de economische crisis.

Dat neemt niet weg dat de financiële wereld en de internetwereld elkaar ook ditmaal ouderwets gek maken. De beoogde introductiekoers voor Facebook is torenhoog. Particuliere Amerikaanse beleggers zullen moeite hebben om Facebook-aandelen toegewezen te krijgen. Europese zijn vrijwel kansloos. Niet getreurd: terwijl Wall Street danst op de vulkaan, besparen zij zichzelf vermoedelijk een flinke brandwond.