De regeldruk in Nederland half waar grotendeels onwaar ongefundeerd

De aanleiding

In het aprilnummer van tijdschrift Ode vertelt Daan Quakernaat over zijn onlangs verschenen boek Ga kathedralen bouwen! Quakernaat, spreker op congressen, spreekt in het interview zijn bewondering uit voor mensen die in de Middeleeuwen kathedralen wisten te bouwen. „Ze hadden niets, maar konden alles.” Dit in tegenstelling tot de moderne samenleving, waarin volgens hem de mogelijkheden oneindig zijn, maar de angst voor het nemen van risico’s juist veel groter. ‘Antikathedralen’ noemt Quakernaat dan ook het scala aan „lachwekkende regeltjes en wetten” dat de samenleving verhindert tot prestaties van formaat.

Als de verslaggever vraagt wat hij precies onder antikathedralen verstaat, noemt Quakernaat drie voorbeelden: „Sportdagen op scholen gaan niet door, omdat de school niet goed genoeg verzekerd is voor ongevallen. Onze brandweer moet oefenen in Zweden, omdat in Nederland volgens milieunormen geen oefenvuur gemaakt mag worden. De Arbo-mensen schrijven lijvige rapporten over het verplaatsen van prullenbakken.” Lezer Karel Verkerk vroeg next.checkt te controleren of het inderdaad zo erg gesteld is met de Hollandse regeldruk.

‘Onze brandweer moet oefenen in Zweden vanwege milieunormen’

Waar is het op gebaseerd?

Onze brandweer moet oefenen in Zweden, omdat in Nederland volgens milieunormen geen oefenvuur gemaakt mag worden. Quakernaat zegt dat hij dit enkele jaren geleden heeft gehoord tijdens een bijeenkomst voor de brandweer waar hij optrad als spreker. Daarna is hij op uitnodiging een keer gaan kijken bij een oefening van de Nederlandse brandweer om te zien hoe die verloopt. „Brandweerlieden vertelden me dat ze op oefening in Zweden, waar vuur op hout wordt gestookt, pas voor het eerst merkten hoe heet vuur eigenlijk kan zijn.”

En, klopt het?

next.checkt belt met Paul Joosten, voorzitter oefenterreinen van beroepsvereniging van de brandweer NVBR. Het klopt volgens Joosten dat veel brandweerkorpsen regelmatig naar Zweden of Engeland gaan om te oefenen. Maar dat heeft vooral met ruimtegebrek in Nederland – en de mogelijkheden daar – te maken, en minder met milieunormen. Nederland telt zeker tien à vijftien relatief kleine oefenterreinen voor de brandweer. In Zweden heb je er twee, maar die zijn wel groot en met veel verschillende type gebouwen. Er zijn dus meer ensceneringsmogelijkheden en je kunt er meerdere dagen achter elkaar met verschillende opstellingen werken. „Dat vergroot het leereffect.”

In Nederland mag wel oefenvuur gemaakt worden, mits op gas met een gasinstallatie. Zulk vuur is makkelijk te controleren en op afstand te sturen, zegt Joosten. Wel heb je bij vuur op gas een rookmachine nodig om brand beter na te bootsen. Vuur op hout zou een realistischer brand creëren, maar is veel slechter voor het milieu. Daar komt bij dat veel oefenterreinen in Nederland onderdeel zijn van reguliere bedrijventerreinen met eigen milieunormen. Daar heeft ook de brandweer zich aan te houden.

Op de oefenterreinen in Zweden is rekening houden met de buren niet nodig en mag naast gas ook met hout en strooisel een vuur worden gemaakt. Door de hitte en de kleur van de rook ervaren brandweermannen dit inderdaad als realistischer vuur, zegt Joosten.

Al met al is de bewering dat in Nederland geen oefenvuur gemaakt mag worden onjuist. Wel zijn de mogelijkheden hiertoe ruimer in Zweden. next.checkt beoordeelt de bewering daarom als half waar.

‘Arbo-mensen schrijven lijvige rapporten over het verplaatsen van prullenbakken’

Waar is het op gebaseerd?

Deze uitspraak is een van de acht voorbeelden van een antikathedraal die Quakernaat in zijn boek noemt. Op pagina 18 toont hij de scan van een pagina uit een – onbekend – rapport van een arbo-adviesbureau. Daarin staan aanbevelingen aan medewerkers beschreven om meer te bewegen tijdens langdurig beeldschermwerk. Eén ervan luidt: ‘Richt het kantoor zo in dat vaak opstaan vanzelfsprekend wordt. Zet de archiefkast, prullenbak, telefoon bijvoorbeeld wat verder weg.’

Uit welk document Quakernaat citeert wil hij niet zeggen: „Ik heb het rapport zo’n zes jaar geleden gekregen van iemand binnen een bedrijf waarvoor ik als spreker was ingehuurd. Omdat het bedrijf een van mijn klanten is wil ik de naam niet noemen.” Opsteller van het rapport is een extern bureau dat door bedrijven wordt ingehuurd om ze te voorzien van arbo-advies, in dit geval over gezondheid van de werknemer. Over de lijvigheid van het rapport zegt Quakernaat dat de samenvatting 19 pagina’s telt.

En, klopt het?

Zoeken naar arbo-rapporten over beeldschermwerk levert op internet meerdere resultaten op. In enkele van die rapporten staat inderdaad het advies: zet de prullenbak zo ver weg dat je moet opstaan van je stoel. Ook een ‘Rugboekje’ voor zorgmedewerkers noemt dit een goede invulling van je ‘micropauze’. Maar dat er ‘lijvige rapporten over het verplaatsen van prullenbakken’ worden geschreven, is schromelijk overdreven. Het wekt ten onrechte de suggestie dat er rapporten zijn die het verplaatsen van de prullenbak tot hoofdthema maken. De tip wordt hooguit genoemd. next.checkt beoordeelt de uitspraak daarom als grotendeels onwaar.

‘Sportdagen gaan niet door, omdat de school niet goed genoeg verzekerd is’

Waar is het op gebaseerd?

Quakernaat las circa twee jaar geleden in De Telegraaf dat sportdagen niet doorgaan omdat de school niet goed genoeg verzekerd is tegen ongevallen. Of hij had het destijds van zijn ex gehoord, zegt hij – refererend aan de school van haar kinderen in Amsterdam.

En, klopt het?

next.checkt belt met Korneel van den Heuvel, directeur van schoolverzekering.nl, die de verzekeringen van zo’n vijfhonderd scholen in Zuid-Nederland regelt. Volgens hem is elke school in Nederland verplicht minimaal een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Veel basisscholen hebben daarnaast een ongevallenverzekering voor overlijden en invaliditeit. Sportdagen vallen net als andere ‘schoolse activiteiten’ binnen beide verzekeringen en gelden zowel voor leerlingen als begeleiders onder wie ook ouders. „Alleen bij abseilen in de Ardennen zal je je aanvullend moeten verzekeren.”

Een school zonder verzekeringen is theoretisch mogelijk, maar komt vrijwel nooit voor. Van den Heuvel: „Alleen voor een ongevallenverzekering is soms vanwege onwetendheid of financiële redenen niet gekozen.” Maar dat een sportdag wordt afgelast omdat een ongevallenverzekering ontbreekt, heeft hij nog nooit meegemaakt. next.checkt beoordeelt de uitspraak dan ook als ongefundeerd.