De minister-president van 2025 is vooral goede prater

Johan Fretz (26) stelt zich in zijn boek kandidaat voor de verkiezingen van 2025. De theatermaker belichaamt een nieuwe generatie televisiepersoonlijkheden: welbespraakt, niet cynisch.

„Johan zal nog jaren bij ons aan tafel zitten”, besloot Jeroen Pauw gisteravond de uitzending van Pauw & Witteman. Hij had het over theatermaker Johan Fretz (26) die zich met het boek Fretz 2025 kandidaat wil stellen voor de verkiezingen van 2025. De opmerking van Pauw was misschien ironisch bedoeld, maar zijn voorspelling zou best eens uit kunnen komen. Fretz is zo’n gast die door elke talkshowredactie wordt omarmd.

Jong, welbespraakt en veelvuldig wijzend op zijn Surinaamse moeder en Haagse vader in het publiek, hield Fretz eerder in de uitzending een speech die kon rekenen op enthousiast gejoel vanuit de zaal. Charmant ontlokte hij tafelgenote en scheidend Kamervoorzitter Gerdi Verbeet de uitspraak dat de politiek inderdaad niet weet waar Nederlanders mee bezig zijn. En hij heeft de lachers op zijn hand als hij terloops een grapje maakt over de tweehonderd vrouwen waar Pauw het bed mee deelde.

„Ik ben domweg de gelukkige favoriet in een tijdperk waarin het er voor veel mensen alleen nog maar om gaat of ze van je kunnen houden”, schrijft Fretz er zelf over in zijn boek waarin hij alvast fantaseert over zijn naderend premierschap. De mediamachine om hem heen werd in werking gezet toen Fretz in 2010 als toneelschoolstudent vanaf een zeepkist en met iPhone in de hand op het Malieveld een speech hield. Met een overweldigende retoriek verzette hij zich tegen de bezuinigingen op kunst en cultuur. Tegelijkertijd waarschuwde hij de mensen uit zijn sector niet met oude linkse clichés te gaan strooien en ondernemers niet als vijanden te zien.

Het filmpje van de speech ging razendsnel rond op Facebook en Fretz werd onmiddellijk gescout door organisatoren van debatten en verschillende media. Hans Beerekamp van deze krant was bijvoorbeeld zo onder de indruk van de speech dat hij Fretz vroeg om zijn televisiecolumn een week over te nemen. Ook Pauw & Witteman-redacteur Marijn Lansbergen besloot Fretz op de voet te blijven volgen. „Ik zag hoe hij met zijn optredens de zalen vol elektriciteit achterliet.” Hij is een aantrekkelijke gast omdat hij goed praat en nu eens niet grijs en oud is, aldus Lansbergen. Het wachten was op een geschikte aanleiding om hem aan tafel uit te kunnen nodigen: een boek.

Dat duurde niet lang. Want ook uitgeverij Lebowski had de speech op het Malieveld gezien. Zonder dat hij iets van Johan Fretz gelezen had, vroeg directeur Oscar van Gelderen hem langs te komen om te praten over een pamflet, dat even later verscheen onder de titel Hart voor kunst. Van Gelderen: „Fretz is een charismatisch multitalent. Hij maakt theatervoorstellingen met de Gebroeders Fretz, heeft getekend bij platenmaatschappij Universal voor zijn single ‘Rokjesdag’ en kan bovenal iets wat bijna niemand anders kan: goed speechen.”

Lebowksi staat er om bekend auteurs aan zich te binden die veel publiciteit genereren zoals James Worthy en Henk van Straaten. De uitgever vergroot die aandacht vervolgens door slimme stunts. Voor het boek van Fretz heeft Lebowski een ware verkiezingscampagne opgezet, inclusief buttons, vlaggetjes, speeches en een campagnespotje.

Is de campagne-Fretz meer dan een marketingtruc? Meent Fretz het serieus? „Het is geen gimmick”, antwoordde hij gisteren zelf in Pauw & Witteman. Hans Beerekamp: „Het is een jongen die constant balanceert tussen theater en de waarheid.” Naast zijn retorisch talent noemt hij de dubbele identiteit van Fretz als een belangrijk onderdeel van het succes. „Het is de eerste Nederlander die uit trots over zijn bastaardschap spreekt.”

Maar er is meer. Fretz staat volgens Beerekamp voor een nieuwe generatie die niets moet hebben van cynisme en écht in een betere wereld gelooft. Andere voorbeelden daarvan zijn Sywert van Lienden en Alexander Klöpping. „In tegenstelling tot de televisiepersoonlijkheden van de generatie boven hen zoals Jort Kelder en Prem Radhakishun hebben ze geen last van geldingsdrang en zijn ze werkelijk authentiek.”

Om echt minister-president te kunnen worden mist Fretz inhoud. Dat zeggen mensen om hem heen en erkent hij zelf ook. Anders dan bijvoorbeeld Van Lienden weet hij weinig van cijfers en beleid. Hij gaf de toespraak op het Malieveld niet omdat hij wist hoe de problemen opgelost konden worden, maar omdat hij mensen een gevoel van hoop wilde geven.

Kennelijk is dat een geluid dat we in deze tijd graag horen en geloven. Ondanks, of misschien wel juist vanwege de theatrale vorm. De enige die een kritische kanttekening lijkt te plaatsten bij alle aandacht is Fretz zelf in zijn boek: „Wie vertelt het Nederlandse volk dat dit een theaterstuk is? Wanneer gaat het zaallicht aan?”