Dan is het tijd voor zelftelling

En weer steekt een man enthousiast de cheque in de lucht, maandagavond bij de uitreiking van de Libris literatuurprijs. En morgen doet een andere man hetzelfde bij de uitreiking van de Gouden Uil (die overigens is gerestyled tot ‘Boekenuil’ – daar ben ik ooit op een schoolplein nog voor uitgescholden, maar alla).

Literatuurprijzen zijn een hengstenbal. Vorige week, op een literaire bijeenkomst in Amsterdam, sprak critica Marja Pruis (De Groene) over de mannenzaak. Met tegenzin, want de ondervertegenwoordiging van vrouwelijke auteurs onder prijswinnaars en genomineerden is al honderdmaal besproken – en een mens wil niet steeds lopen zeuren.

De kwestie loopt steeds weer vast op het rotsvaste geloof van juryleden dat zij vrij en onbevooroordeeld de beste boeken hebben gekozen. Maar wie is in staat zijn eigen vooroordelen te analyseren? Ik maak me veel illusies, maar niet dat iemands achtergrond géén invloed heeft. Ik ben een getrouwde man van 41 jaar uit Amsterdam met twee kinderen en nog wat kenmerken die ik in deze context liever voor mezelf houd (‘Boekenuil!’) – dat alles speelt mee in wat ik van een boek vind. Overigens lees ik even graag boeken van vrouwen als van mannen, dacht ik, terwijl ik luisterde naar Marja Pruis.

Toen was het tijd om te schrikken.

Halverwege haar betoog noemde Pruis een handvol schrijfsters wier boeken niet hadden misstaan op Librislijst. Ze begon met Vonne van der Meer en ik dacht: klopt, haar De vrouw met de sleutel had zeker een nominatie verdiend. (Zie je wel, bij mij geen miskenning van vrouwelijke auteurs!). Toen kwamen de volgende vijf namen. Ik kende ze allemaal. En ik had geen van hun boeken uit 2011 gelezen.

Ai.

Tijd voor zelftelling. Wat léés ik eigenlijk, of beter wat bespreek ik want alleen dat telt echt. Columns en andere babbelstukjes uitgezonderd besprak ik in 2011 vijf romans of verhalenbundels van vrouwen, inclusief de nieuwe Saskia Noort. Aan de andere kant van de scheiding der seksen: 23 mannenboeken, bijna vijf keer zo veel. Geen toeval, helaas: over 2010 was de stand 18-5.

Pruis stelde vorige week de korfbaloplossing voor: verplicht drie vrouwen op elke nominatielijst. Ik beperk me nu tot de persoonlijke evaluatie: zelf meer vrouwen bespreken. Zie pagina 10 van deze bijlage. Of die van volgende week – er kwam nog even iets tussen.