Cadeautjestruc

Ik kon hem niet weerstaan. We stonden tegenover elkaar en het was verrukking op het eerste gezicht, een tintelende opwinding tot in het puntje van mijn neus. En het allesomvattende besef: wij horen bij elkaar. Hoe had ik al die jaren zonder hem gekund? Hoe had ik geleefd met die gapende leegte in mijn bestaan? Hij zou met mij mee naar huis gaan, dat was duidelijk.

Hóé ik hem mee naar huis zou nemen was nog enigszins een probleem, aangezien hij een enorme loodzware bruine poef in de vorm van een Triceratops was. Daarbij stroomden de straten steeds voller met oranjegekleurde feestgangers. Nadat ik had afgerekend met zijn vorige eigenaars (de gretigheid waarmee ze mijn bedrag accepteerden deed vermoeden dat ik hem ook mee had mogen nemen met de belofte van een warm huis en een wellnessbehandeling met leerspray), pakte ik hem op. Zijn dinosaurushorens blokkeerden mijn zicht en mijn armen sloten nauwelijks om zijn dikke buik. Terwijl ik waggelend door de mensenmassa naar mijn fiets begon te lopen, leek het me toch verstandig even te evalueren: oké, ik had de liefde van mijn leven gevonden. Maar hij was wel nogal groot. En mijn huis maar zo klein. Daarbij begon ik me ook af te vragen wat mijn vriend van de aanwinst zou vinden: hij is zo iemand die zorgvuldig nadenkt over elke koop en bovendien vindt dat je wél genoeg diervormige spullen kan bezitten. En toen had ik een briljant idee: ik zou de poef aan hem cadeau doen.

Het was volmaakt: niemand kan een cadeau weigeren. Een cadeau koester je, ook al is het een dekbedovertrek met de tekst Sleepy Girlzzzz, of een enorme vaas van blauw glas die niet in je keukenkastje past. Een cadeau is liefde, en liefde kijk je niet in de bek.

Met de Triceratops in mijn armen liep ik over de straat en dacht aan het moment van de verrassing. Ik zou mijn vriend vragen zijn ogen dicht te doen. Ik zou de poef in de kamer neerzetten met een zwierige strik om zijn nek, en van tevoren zou ik nog een beetje zijn dinokraag fatsoeneren. En terwijl ik verder ploeterde naar mijn fiets, dacht ik steeds meer aan hoe blij mijn vriend ging zijn. Een cadeau, helemaal voor hem, met zoveel moeite meegenomen! Wie wil er nou niet zo’n sieraad voor de kamer? Een dinopoef! Ik begon mezelf alweer te feliciteren met mijn gulle, attente inborst.

„Oei… dit is misschien wel het lelijkste ding wat ik ooit heb gezien”, zei hij. Ik keek hem verontwaardigd aan: „Hij is toevallig voor jou! Het is een cadeau!” Deze informatie bereikte hem nu pas, en ik zag hem schrikken. „Echt? O jee. Dank je.” Pas toen ik zag hoe hij verwoed zijn best deed blij te kijken, herinnerde ik me schuldbewust hoe dit plan ook alweer was ontstaan.

Het goede nieuws is dat de poef een plekje krijgt in zijn huis. Maar mijn vriend had de cadeautjestruc vrij snel door.

Ik vermoed dat ik voor mijn volgende verjaardag een voetbalseizoenskaart krijg.