Column

Bloed, Zweet & Tranen

De Ajax-supporters dansten of hun leven ervan afhing. En misschien hangt dat er ook wel van af. Dat een kampioenschap hun leven weer zinvol maakt. Dat het ronddolen op deze wereld na zo’n prachtig resultaat weer nut heeft. Afgelopen woensdag vroeg de stadionspeaker van de Amsterdam Arena voor de wedstrijd of we, als de harde kern van Ajax erom vroeg, met zijn allen wilden gaan staan voor de kampioen! Dus niet aarzelen en kijken of je buurman wel meedoet. Nee, gewoon gaan staan. Zo zei de speaker dat letterlijk. Of ik meegedaan heb? Ja! Vooral omdat mijn voorbuurman steeds ging staan. Als ik bleef zitten zag ik niks meer van de wedstrijd. Dus ik moest wel. Ik zag ook dat bijna alle mannen van de harde kern met ontbloot bovenlijf woest stonden te dansen. Dus toen heb ik ook maar mijn jasje en overhemd uitgetrokken. Ik dacht: ik ga niet wachten tot de speaker me aanspoort dit te doen. Dat vind ik zo tuttig. Eigen initiatief. Het was best raar dat ik als enige bloot was in het vak met vooral oudere, ietwat bedaagde mannen. En het op mijn manier nogal wild dansen wekte ook wat verwarring. Als je met zijn allen bloot bent en wild doet in zo’n stadionvak is dat toch anders. Nu was het nogal gênant. Er werd wel heel enthousiast gereageerd op mijn verse, nog nabloedende tatoeage. 2 mei 2012 met daarnaast een hele vette 31. Zoveel landskampioenschappen heeft de club inmiddels. Mooi symbolisch getal. Als je het namelijk omkeert staat er 13. Dat is het aantal punten dat Ajax dit seizoen kansloos achterstond op de koploper AZ. De halve selectie was toen geblesseerd en in alle veertien bestuurskamers was het in die dagen volop oorlog. Het bloed zit nog op de wanden.

Waar ik aan denk tijdens zo’n wedstrijd? Of er ook mensen met een tatoeage van de kop van Steven ten Have in het stadion zitten? Of met Paul Römer op hun rug? Er was ooit een Rotterdammer die Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik op zijn kuit had laten zetten.

En ik dacht steeds aan de zoon van André Hazes, die voor aanvang van de wedstrijd de longen uit zijn jonge lijf zong. Bloed, Zweet & Tranen. Een van de grote hits van zijn vader. Het bloed van het bestuur, het zweet van de spelers en de tranen van de supporters. Het ontroerde me. Acht jaar geleden stond de kist van André op dat veld en was het verdrietige mannetje amper tien. Nu liet hij datzelfde stadion meebrullen. Hij deed dat prachtig.

In de rust namen we afscheid van ex-doelman Maarten Stekelenburg, die een verlegen en verloren ererondje maakte. Hij voelde het: men was hem vergeten. Stekelenburg? Stekelenburg? Is die niet uit de tijd van Tahamata?

En ik dacht de hele wedstrijd een beetje lacherig aan de koudeoorlogsveteranen. ’s Ochtends had ik over hun clubje gelezen. Ze vinden zichzelf belangrijke veteranen omdat ze vanaf 1945 de vrede hebben bewaard. Er is een site waarop ze hun eigen medailles kunnen bestellen. Ik zag de hele tijd in gedachten hoe de ene koudeoorlogsveteraan bij de andere koudeoorlogsveteraan een medaille opspeldt en de held per ongeluk in zijn borst prikt. En dat de koudeoorlogsveteraan dan au roept, gaat huilen en zijn vrouw een pleister op zijn torso plakt. Dus toch nog gewond geraakt tijdens zijn carrière. Ik las dat de echte helden (ook de warmeoorlogsveteranen genoemd) niet willen dat de koudjes meelopen in het jaarlijkse defilé. Eerlijk gezegd snap ik dat wel.

Waarom ik dat dacht tijdens de kampioenswedstrijd? Omdat ik altijd van alles denk. Wanneer en hoe dan ook. Kan ook komen door het defilé van kampioensploegen in de rust. Of omdat voetbal oorlog is. Hoe zal het eigenlijk met Tahamata zijn?