Aziatisch kind aan de bril

In Azië woedt een epidemie van bijziendheid. In de steden draagt tussen de 80 en 90 procent van schoolverlaters van Chinese afkomst tegenwoordig al een bril. In Singapore had in 1990 nog niet de helft van die kinderen een bril nodig om scherp te kunnen zien.

Bijziendheid ontstaat als de oogbol te lang wordt. Beelden uit de verte – de lichtstralen van een verafgelegen punt vallen vrijwel evenwijdig in – worden dan vóór het netvlies scherp afgebeeld. Een holle lens (met negatieve dioptrie, een ‘minbril’) schuift het brandpunt naar het vlak van het netvlies.

Het is zeker dat er veel brildragers zijn in culturen waar de kinderen lang naar school gaan, schrijven een Australische, een Japanse en een Chinese oogarts in een vandaag uitgekomen overzichtsartikel over bijziendheid in The Lancet.

„Vijftig jaar geleden werd nog gedacht dat bijziendheid vooral genetisch was, met maar weinig omgevingsinvloeden”, schrijven ze. Dat idee is verlaten. Maar wat nu wel die verlenging van de oogbol veroorzaakt is nog niet helemaal duidelijk.

Het ligt voor de hand om lezen en ander papierwerk als de boosdoener aan te wijzen. Daar lijkt de Aziatische epidemie ook op te wijzen. „De Oost-Aziatische landen waar veel bijziendheid is, staan tegenwoordig bovenaan op de ranglijsten van schoolprestaties van de OECD”, memoreren de onderzoekers.

Maar of dichtbij-werk ook echt bijziendheid veroorzaakt is onzeker. Er zijn een paar jarenlang durende onderzoeken gedaan naar het verband tussen scholing, leesuren en bijziendheid, maar die lieten zien dat dichtbij-werk niet de enige oorzaak van de toename van bijziendheid is.

Er zijn twee andere mogelijke verklaringen. Misschien ligt het aan de snelheid waarmee iemand zijn ooglens op dichtbij kan instellen. De ooglens moet samentrekken (accommoderen) om dichtbij scherp te kunnen zien. Wie een traag accommoderend oog heeft, zorgt iedere keer dat de blik naar dichtbij gaat voor een beeld dat achter het netvlies scherp is. Het kan zijn dat in de kindertijd het oog reageert met lengtegroei van de oogbol, en dus met bijziendheid.

De andere mogelijkheid is dat regelmatig buiten zijn beschermt tegen bijziendheid. Dat vooral kinderen die veel lezen én ook steeds binnen blijven bijziend worden. Het ligt dan voor de hand om te denken dat de bescherming zit in het kijken in de verte. Door buitenlicht komt de signaalstof dopamine overvloedig vrij in het netvlies en dopamine remt de groei van de oogbol. Dat is inmiddels bevestigd bij apen.