Assala zingt brug tussen Oost en West

Wereldmuziek

Assala Nasri. Gehoord 28/4 De Doelen, Rotterdam. Herh. 5/5 Concertgebouw Amsterdam. Inl. souk.nl ****

De Syrische zangeres Assala Nasri is al jaren een van de grootste en meest gerenommeerde Arabische zangeressen. Dankzij haar stem- en zangkwaliteiten werd ze lang gezien als de enige echte opvolgster van Oum Kalthoum, de Egyptische zanglegende. En ze is al de hele week in Nederland voor de concertreeks van Souk.

Souk heeft Assala samengebracht met het orkest Holland Symfonia onder leiding van dirigent Otto Tausk, die de zaterdagavond in de Doelen aftrapte met een zinderend orchestraal stuk van de Armeense componist Avet Terterian. Het concert wordt gepresenteerd door jazzpianist Michiel Borstlap die Assala bij een aantal nummers op de piano begeleidde en duidelijk gecharmeerd was van de frêle Syrische op enorme plateauhakken. Samen brachten ze het nummer Hekaya ten gehore, dat dankzij Borstlaps begeleiding een jazzy karakter kreeg. Assala Nasri had zelf twee van haar muzikanten meegenomen: een Syrische qanoun-speler, een Arabisch snaarinstrument, en een Iraakse derbouka-speler, een slaginstrument.

De combinatie van Assala met Holland Symfonia werkte bijzonder goed; de samensmelting van oriëntaalse noten en slagwerk met westerse klassieke strijkers was meeslepend en bij vlagen opzwepend. Haar muziek klonk voller en haar liefdesklassieker Samehtak zelfs upbeat en vrolijk. Eerder op de avond trad de Marokkaanse chaabi-zanger Souiri (chaabi is Marokkaanse popmuziek) op met een nummer en toen leek het orkest een paar tellen het ritme kwijt, maar daar was bij Assala geen sprake van.

Assala begon haar carrière als een jong, ielig meisje met een ernst en zwaarte die lang kenmerkend voor haar was. Met de komst van de videoclip en Arabische wegwerppop werd zij net als veel van haar collega’s toegankelijker; de nummers werden korter en de teksten oppervlakkiger. Assala bleek bovendien een luchtige, aangenaam openhartige persoonlijkheid te hebben. Daarvan kreeg het Nederlandse publiek dit keer slechts een flard te zien tijdens het concert. Assala was charmant, had zelfspot toen ze een zinnetje in het Engels uitsprak, maar was vooral heel bescheiden. Ze had jarenlang een typische manier van met haar handen zwaaien tijdens het zingen, een soort dansen met de handen, maar dat heeft ze afgeleerd. Af en toe begon ze weer te zwaaien, om er subiet mee op te houden.

Ze bracht haar recentere werk en haar grootste hits ten gehore zoals het vrolijke Ya Magnoun, en sprak een paar keer over haar verscheurde moederland. Haar kritiek op het bewind van Assad leverde haar felle kritiek uit Syrië op. In de zaal weerklonk echter niet de woede, maar de hoop en de liefde. Assala’s doorleefde optreden werkte aanstekelijk op het publiek dat zich gewillig liet meevoeren door die zuivere stem waar ze zo bekend om staat. Er was een goede balans tussen drama en luchtigheid in de nummers. Zelfs op de minder vrolijke nummers zag je vrouwen dansen.

Vlak voor de toegift van de avond, Mab’ash Ana, vertelde ze dat ze er mooi en vrolijk uitziet, ondanks het verdriet om haar land, want „we moeten sterk zijn als we Syrië willen helpen”.

Het was dan ook een feest van muzikale herinneringen en lichte melancholie. Een mooi en bij vlagen ontroerend huwelijk tussen Oost en West. Een samengaan van culturen en kunsten. Een concert zoals het bedoeld is.