Aangrijpend werk onderbelicht stylist

Beeldende kunst

Michiel van Musscher: de weelde van de Gouden Eeuw. Museum Van Loon, Amsterdam. T/m 10/6. Inl.: www.museumvanloon.nl ***

Museum Van Loon in Amsterdam dankt zijn naam aan de laatste familie die in het huis woonde waarin nu het museum is gevestigd. In 1884 werd Willem van Loon, telg uit een eerbiedwaardig geslacht van handelaars en regenten, eigenaar van het statige pand aan de Keizergracht. Het huis zelf is al veel ouder: in 1672 werd het ontworpen en Rembrandts leerling Ferdinand Bol was er de eerste bewoner van. Uit die tijd stamt ook het oude koetshuis, achter in de paradijselijke stadstuin.

De tentoonstelling waarmee dat nu gerenoveerde koetshuis opent, heeft raakvlakken met de tijd van ontstaan van de gebouwen, maar ook met hun laatste bewoners. De schilder Michiel van Musscher was zowel een kunstenaar uit de nadagen van de Gouden Eeuw, als huisportrettist van de Van Loons.

Van Musscher (1645-1705) was geboren in Rotterdam. Mogelijk leerde hij het schildersvak van zijn vader of zijn oom, en hij zou later kortstondig studeren bij onder meer Gabriël Metsu in Amsterdam en in Haarlem bij Adriaen van Ostade. Zijn Zelfportret uit 1673 toont de 28-jarige Van Musscher als zelfbewust kunstenaar, ten halven lijve, palet en penselen in de hand. Hij wordt omringd door attributen als een hemelglobe en een opgeslagen exemplaar van een architectuurtraktaat. Die voorwerpen verwijzen naar Van Musschers geleerdheid en artistieke ambitie. De stijl van het werk sluit aan bij die van de Hollandse fijnschilders: uiterst glad en precies zijn materialen en stoffen weergegeven.

Samen met de slordig geredigeerde publicatie geeft de expositie een eerste overzicht van het werk van deze verdienstelijke, maar niet erg bekende kunstenaar. In de laatste twee decennia van de zeventiende eeuw maakte hij vooral furore als schilder van portretten. Zo maakte hij in 1686 voor Pieter Blaeu, een zoon van de befaamde prenten- en kaartenmaker, een portret van diens echtgenote Martina Piemont. In een pastoraal decor is zij uitgebeeld als een elegant geklede, geïdealiseerde herderin die water uit een fontein opvangt in een schelp. Toen het werk werd gemaakt, was Martina al drie jaar dood.

Dergelijke postume portretten waren niet ongewoon, maar bij Van Musscher krijgen ze bepaald een aangrijpende lading in een portret dat hij omstreeks 1700 maakte van zichzelf, zijn eerste vrouw en hun drie kinderen. Alle figuren lijken de juiste leeftijd te hebben, ware het niet dat Van Musscher vrouw en twee dochtertjes al jaren eerder, kort na elkaar, waren overleden. In het schilderij leefden ze letterlijk voort.

Tussen 1679 tot 1696 blijkt Michiel van Musscher met grote regelmaat te hebben gewerkt in opdracht van de familie Van Loon. Een reeks van acht portretten van evenzovele familieleden is nog grotendeels in bezit van het museum. Een statig portret van Willem van Loon (1692) toont de ernstig kijkende jurist in donkere kleding gezeten aan een tafel in een interieur. Fraai contrasteert het werk met een portret van elf jaar eerder van Willems broer Adriaen die klaarblijkelijk heel wat minder studieus was. Adriaen geldt als een liefhebber van de jacht en het buitenleven en zo is hij ook weergegeven, ontspannen poserend tegen de achtergrond van zijn buitenplaats. De werken illustreren de stilistische veelzijdigheid van een nog onderbelichte portrettist uit het herfsttij van de Hollandse Gouden Eeuw.