Weer metamorfoses in supermarktlandschap

Supermarkt C1000 verdwijnt. De franchiseondernemers vrezen kapitaalvernietiging. Deskundige Rutte: „Je moet niet emotioneel gebonden zijn aan de naam op je pui.”

Jumbo – het Brabantse familiebedrijf dat C1000 eind vorig jaar kocht – heeft vorige week bekendgemaakt dat de supermarktformule C1000 uit het straatbeeld verdwijnt. Alle C1000-winkels moeten de komende jaren worden omgebouwd in een Jumbo, Albert Heijn of Coop. Van de 433 winkels gaan er 303 verder onder de Jumbovlag. De andere 130 C1000-winkels worden verkocht aan Albert Heijn en Coop.

De transformatie van de winkels, die binnen drie jaar moet plaatsvinden, heeft voor onrust gezorgd onder franchiseondernemers van C1000. Zij willen compensatie voor de kosten die moeten worden gemaakt om hun winkels om te bouwen.

Het Vakcentrum, de koepelorganisatie voor ondernemers in de levensmiddelendetailhandel, noemt het „niet verantwoord” dat de C1000-winkels binnen drie jaar in Jumbo’s moeten veranderen. De koepelorganisatie meent dat er sprake is van „kapitaalvernietiging”: recentelijk zijn ruim honderd C1000-supermarkten omgebouwd naar de zogeheten ‘C1000 Rood’-formule en ook die filialen moeten binnen drie jaar worden omgebouwd. „Terwijl de gemiddelde terugverdientijd van een verbouwing rond de zes à zeven jaar ligt”, aldus het Vakcentrum in een schriftelijke verklaring.

De brancheorganisatie roept ongeruste ondernemers op zich te melden voor advies en geeft op de website alvast een algemene tip: „Maak gebruik van de gelegenheid om goede afspraken te maken en bouw zekerheden in bij een overgang. Wees alert op elke komma van het franchisecontract en verdienmodel.”

De franchisevereniging van C1000 werkt aan een collectief contract, zei voorzitter Hans van Well vanochtend in Het Financieele Dagblad. Die overeenkomst regelt wie voor welke kosten opdraait – Jumbo, Albert Heijn of Coop? De C1000-ondernemer zelf? – en of er een tegemoetkoming of schadeloosstelling komt voor afschrijvingen op eerdere investeringen.

Een woordvoerder van Jumbo laat desgevraagd weten dat „het klopt dat er nog geen concrete afspraken met ondernemers zijn gemaakt”, maar dat het doel is dat er inderdaad op „relatief korte termijn” een convenant tot stand komt met het bestuur van de vereniging van C1000-ondernemers. „We hebben er alle vertrouwen in om hier met de ondernemers op constructieve wijze uit te komen.”

Supermarktdeskundige Gerard Rutte vindt de discussie over de kosten van een ombouw „niet zo interessant”, zegt hij desgevraagd. „Dit is een achterhoedegevecht.”

Met de verkoop van de huurcontracten van de supermarkten is volgens Rutte al rekening gehouden met compensatie. De ombouw van een winkel kost grosso modo één tot anderhalf miljoen euro, zegt hij. „Als de ondernemer dat zelf niet kan betalen, betaalt Jumbo de verbouwing en lost de ondernemer het af.”

Dus geld is het probleem niet, betoogt Rutte. „Als ondernemers moet je kijken naar de toekomst en naar je verdienmodel. Word je een Albert Heijn, dan hoef je je over je omzet geen zorgen te maken. Maar word je een Coop, dan gaat je omzet omlaag. Dat is heel simpel. Daarvoor moet je gecompenseerd worden.”

Retaildeskundige Paul Moers verwacht niet dat Jumbo de C1000-ondernemers „het mes op de keel zal zetten”, zegt hij. Hij vermoedt dat Jumbo een deel van het geld dat de doorverkoop van supermarkten aan Ahold en Coop heeft opgeleverd, aanwendt om „een aantal pijngevallen te helpen met de financiering”. Ahold heeft 290 miljoen euro in contanten betaald. Hoeveel Coop Jumbo heeft betaald, is niet bekend.

Het supermarktlandschap in Nederland maakt grote veranderingen door. Winkels veranderen voortdurend van eigenaar. Zo zijn Super de Boer en C1000 overgenomen door Jumbo. Maar in 2009 nam C1000 zelf nog tachtig Super de Boer-filialen over van Jumbo. Die zijn net omgebouwd en moeten dus nu opnieuw een metamorfose ondergaan.

Na de overname van C1000 zei Jumbo aanvankelijk dat de beide formules naast elkaar zouden blijven bestaan. Dat voornemen is losgelaten, zo bleek vorige week. „Twee formules in de lucht houden zou ook een totale verkwisting van geld zijn”, zegt Moers.

„Als ondernemer moet je niet meer emotioneel gebonden zijn aan de naam op je pui”, zegt supermarktdeskundige Rutte. „Dat sentiment moet je overboord gooien, dat is iets van vroeger. Je moet geld willen verdienen en bedenken of je je klant met de nieuwe formule net zo goed kunt bedienen als met de oude formule. Dáár gaat het om.”