Waarom zwijgt de wereld over de stammenzuivering in Libië

Eenderde van de Libische bevolking is inmiddels ontheemd. Mensen worden gevangengezet zonder proces. Het Westen kijkt weg, betoogt Mustafa Fetouri.

Tawergha is een Libische kustplaats op zo’n dertig kilometer ten oosten van Misrata, aan de weg naar Sirte. Er wonen circa dertigduizend mensen, voornamelijk zwarte Libiërs. Toen de opstand tegen het Gaddafibewind zich naar Misrata uitbreidde, werd Tawergha de frontlinie tussen de rebellen en het leger dat vocht voor het bewind.

Nu is Tawergha een spookstad. De huizen zijn geplunderd. De landbouwgrond is verwoest. Een deel van de inwoners is met geweld verdreven of gewoon verdwenen. Een paar duizend van hen zijn gevlucht naar Bani Walid, in het zuidwesten. De rest heeft zich verspreid over steden soms wel tot aan Benghazi, bijna duizend kilometer naar het oosten. Veel anderen zijn gevlucht naar Tripoli.

Dit heeft hen niet behoed voor narigheid, vernedering en gevangenschap, waar de rebellen hen ook maar konden bereiken. Het internet staat vol filmpjes die een glimp laten zien van de ellende die de inwoners van Tawergha moeten doorstaan, ook nadat ze hun eigen huis zijn ontvlucht. In sommige filmpjes werden zwarte mannen uit Tawergha gedwongen de vlag van het voormalige bewind op te eten. Anderen werden gedwongen „wij zijn slaven” te zeggen en andere zelfvernederingen uit te spreken. Ze worden „nikkers” genoemd en moeten allerlei ontmenselijkende namen aanhoren. Ik zag een filmpje waarin tien van deze mensen met hun handen op de rug gebonden uitgescholden, beledigd en in koelen bloede doodgeschoten werden.

Het lot van de inwoners van Tawergha is maar één voorbeeld van gebeurtenissen in Libië. Een stammenzuivering is gaande, in de meest verwerpelijke zin van het woord.

Het lang geleden als ‘Gaddafigetrouw’ bestempelde Bani Walid, woonplaats van de Warfallastam en de stad waar ik ook zelf vandaan kom, werd van januari tot maart 2012 alleen maar belegerd omdat de stamleiders weigerden de rebellen tot de stad toe te laten, uit angst voor onrust, plundering en onveiligheid. De stad bleef bijna drie maanden verstoken van elke toevoer van medicijnen, brandstof of voedsel. Hierdoor kwam ze in opstand tegen de rebellen en de losse interim-regering. Zolang de rebellen de stad niet wisten binnen te dringen, sloegen ze hun kamp op bij de snelweg. Ze pakten iedereen op die ze hielden voor ‘loyalist’, met inbegrip van vrouwen. Toen dit de stad niet tot overgave kon bewegen, pakten de milities in Tripoli iedereen op die uit Warfalla kwam, waar ze hen ook maar konden vinden en hun identiteit konden vaststellen.

Sirte, de woonplaats van de Gaddaffastam, de stam van de overleden Libische leider zelf, heeft enorm te lijden gehad sinds de stad werd ingenomen door de rebellen, na de val van het vorige bewind in oktober vorig jaar. Duizenden zijn verdreven, honderden gevangen gezet en nog veel meer eenvoudigweg verdwenen. Huizen zijn gesloopt. Landbouwgrond is verwoest.

De situatie in Sabha, de hoofdstad van Zuid-Libië, is nog erger en bloediger. De belangrijkste groeperingen die daar het doelwit vormen, zijn de Tabu en de Toeareg, toevallig ook zwarte Libische burgers die al lange tijd worden beschuldigd van steun aan het oude bewind.

Dit lijkt systematisch beleid van bepaalde rebellen en milities, die in Libië liever geen mensen meer zien van wie wordt gedacht dat ze op enigerlei wijze het voormalige bewind hebben gesteund, ongeacht of ze al dan niet wapens hebben gedragen.

Eerder werd in de Libische burgeroorlog algemeen aangenomen dat zwarte Afrikaanse huurlingen meevochten met het voormalige bewind. In werkelijkheid trokken op het tv-scherm gewone dienstplichtigen voorbij, afkomstig uit de zwarte Libische bevolking in vooral het Zuiden van het land. Dit mediabeeld legde de grondslag voor de latere etnische zuivering en het apartheidsbeleid dat de rebellen en milities uitvoerden en dat leidde tot een internationale roep om actie. Amnesty International heeft dergelijke schendingen bij een aantal gelegenheden veroordeeld en de Libische interim-regering opgeroepen maatregelen te nemen om haar burgers te beschermen. Ook heeft het zijn veroordeling uitgesproken over het gebruik van foltering en andere mishandelingen tegen gevangenen, militairen en burgers die zonder enige vorm van rechtspleging worden vastgehouden in erbarmelijke gevangenissen. Naar schatting meer dan een miljoen Libiërs verblijven in opvangcentra in buurlanden. Hiermee komt het totaal aantal ontheemden op zo’n twee miljoen. Dit is eenderde van de Libische bevolking. Het is een menselijke ramp van ongekende omvang.

Tien van mijn vrienden, merendeels hoogleraren en hooggekwalificeerd, zijn vermoord, vermist of gevangengezet, zonder aanklacht, toegang tot advocaten of familiebezoek.

De vraag is of Libië nog iets betekent voor de wereld – een wereld die zich heeft ingezet voor de ondersteuning van haar ‘revolutie’. Waarom zeggen de westerse hoeders van de vrijheid en verdedigers van de mensenrechten, met name Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, geen woord over de tragedie die gaande is in Libië? De NAVO heeft toch allereerst in Libië ingegrepen om „burgers te beschermen”, of betekent ‘burgers’ alleen bepaalde Libische stammen, maar andere niet?

Mustafa Fetouri is onafhankelijk Libisch academicus en journalist.