Turkije: Koerdisch nieuws telt niet mee

Turkse gevangenissen zijn rijk aan journalisten, vaak terreurverdachten. De verontwaardiging over vervolging van Koerdische media is beperkt.

Turkije is een gek land. Wie naar de 24-uurszenders kijkt of de krantencolumns leest, zou denken dat alles maar gezegd kan worden. Opiniemakers buitelen over elkaar om regering of oppositie te beschuldigen, bij voorkeur van ‘fascisme’. Homo’s praten over de dag dat ze uit de kast kwamen, columnisten mogen klagen dat het nu toch echt tijd is dat Turkije zijn bloedige geschiedenis onder ogen komt. Kan allemaal. Vergeleken bij de dictaturen aan de oost- en zuidgrens is Turkije een baken van vrijheid. Koningin Beatrix feliciteerde president Abdullah Gül op staatsbezoek in Nederland: „Turkije is een voorbeeld voor velen.”

Op het moment dat ze die woorden uitsprak, zaten volgens de Turkse journalistenvakbond bijna honderd journalisten vast in Turkse gevangenissen. De meesten hebben nog nooit een rechtbank van binnen gezien, maar wachten achter de tralies op het begin van hun zaak. Vaak jaren. In een interview met deze krant aan de vooravond van zijn bezoek aan Nederland beweerde president Gül dat die arrestaties niets met de journalistieke activiteiten van de verdachten te maken hebben. „Sommigen zijn geen journalisten, maar dragen wel een perskaart. Sommigen zijn betrokken bij terroristische activiteiten. Ik zeg dat niet, dat is wat de aanklagers zeggen.”

Bijna eenderde van de 35.000 terreurverdachten die wereldwijd werden opgepakt na 11 september 2001, zit vast in Turkse gevangenissen. Tot 12 maart van dit jaar schreven de Turkse kranten verontwaardigd over het oprekken van de antiterreurwetgeving om kritische geesten de mond te snoeren. Op die dag werden twee beroemde verdachten vrijgelaten. Nedim Sener en Ahmet Sik werden verdacht van lidmaatschap van een ondergronds netwerk dat de regering omver zou willen werpen. Ze zijn grote namen in de Turkse journalistiek, bekroond en graag geziene gasten in talkshows van seculiere zenders. De protesten binnen en buiten Turkije waren zo luid dat de rechtbank een einde maakte aan hun hechtenis. Ze zijn voorlopig vrij, maar niet vrijgesproken.

Sinds hun vrijlating is er veel minder lawaai over de journalisten die nog in de gevangenis zitten. Dat heeft een aanwijsbare reden: de meesten van hen zijn Koerden. Ze worden verdacht van nauwe banden met de PKK, die behalve in Turkije ook in de EU en de VS als een terroristische organisatie geldt.

Koerdische kranten worden al sinds de jaren zestig gesloten, hun journalisten gearresteerd. Veel Koerdische journalisten schuwen de propaganda niet en dragen de gewelddadige methoden van de PKK een warm hart toe. In Turkse media wordt nieuws over Koerden bij voorkeur genegeerd. Eind vorig jaar tekenden hoofdredacteuren van de grote media een erecode waarin ze beloofden nieuws dat „aanzet tot haat, vijandschap en verdeeldheid” te negeren. Lees: nieuws over de PKK. Geen van de hoofdredacteuren maakte bezwaar.