Snel onderhandelen heeft z'n prijs

Na de euforie over het ‘baanbrekende’ wandelgangenakkoord wordt duidelijk dat er financieel nogal wat op aan te merken valt. Het CPB kan het plan niet doorrekenen.

Baanbrekend. Hemelbestormend. Nieuwe politiek, waarmee fractievoorzitters van de betrokken partijen over hun eigen schaduw heen stapten. Alom lof vorige week voor het akkoord dat VVD, CDA, D66, GroenLinks, en ChristenUnie in enkele dagen wisten te sluiten.

Maar een lang weekend later is de eerste euforie verdwenen nu blijkt dat de partijen vinden dat hun wandelgangenakkoord nog te weinig concreet is om aan het Centraal Planbureau voor te leggen.

Voorlopig blijft dus onduidelijk of de bezuinigingen ter waarde van 11,8 miljard het gewenste resultaat zullen opleveren: het terugbrengen van het begrotingstekort tot 3 procent of minder. Ook blijft het in elk geval de komende weken onduidelijk wat de gevolgen zijn voor de werkloosheid en de koopkracht.

De gaten in het akkoord zijn verklaarbaar. Alle goede wil ten spijt, het blijkt niet mogelijk om in 48 uur hetzelfde detailniveau te bereiken als in zeven weken. Zo lang duurde het voordat de onderhandelaars van VVD, CDA en PVV uiteindelijk hun Catshuisakkoord sloten. Die plannen konden wel door het CPB doorberekend worden.

Waar de onderhandelaars van de gedoogcoalitie weken aan de hand van concrete begrotingsartikelen hebben zitten knippen en plakken met de cijfers, draagt het akkoord van de Kunduz-coalitie de sporen van politiek gooi- en smijtwerk.

In de door het Centraal Planbureau vrijgegeven doorrekeningen van het Catshuisakkoord is de aanpak van VVD, CDA en PVV goed terug te zien. Per thema (zorg, onderwijs, arbeidsmarkt) zijn concrete maatregelen terug te vinden die tot op 100 miljoen euro nauwkeurig te vatten zijn in hun budgettaire effect. Daarbij is zowel een kortetermijnraming gemaakt als een raming van de structurele effecten.

Zo ontstaan lange tabellen met voorstellen, die onder de streep keurig optellen tot een totaalbedrag, dat vervolgens door het CPB aangepast wordt voor de zogenoemde ‘uitverdieneffecten’ (de kosten van het doorvoeren van de bezuinigingen).

Helemaal onderaan resteren dan het totaal aan bezuinigingen en, belangrijk voor Brussel, het zogenoemde EMU-saldo (het financieringstekort van de overheid). Totaal achttien pagina’s maatregelen en acht pagina’s tabellen, met één heldere conclusie: in 2013 zal het tekort 2,8 procent bedragen.

Het Stabiliteitsprogramma Nederland dat in twee dagen door D66, GroenLinks en ChristenUnie met CDA en VVD is uitonderhandeld, leest heel anders. Dit stuk, dat 45 pagina’s telt, lijkt meer op een ‘handleiding rijksbegroting’ dan een reeks uitgewerkte maatregelen. Het enige relevante deel is hoofdstuk 2, waarin op drie pagina’s de afspraken tussen de onderhandelaars vooral in tekst worden gepresenteerd. Hier geen begrotingsartikelen, geen tabellen met korte- en langetermijneffecten, maar slechts woorden met af en toe een bedrag. Ook die kunnen opgeteld worden (zie grafiek), maar het is veelzeggend dat de onderhandelaars zich zelfs daar niet aan hebben willen wagen.

De verklaring voor deze vaagheid is simpel: wat vorige week algemeen werd geduid als daadkracht en politieke durf, blijkt bij nader inzien financieel gebrekkig onderbouwd. Dat verandert pas als de gaten van het akkoord worden ingevuld. In dit geval gaat echt politiek bedrijven niet over nuances, maar juist over concrete maatregelen die echt geld opleveren en dus ook echt pijn zullen doen.

Gezien de vaagheid van het akkoord is het verbazingwekkend dat voorafgaand aan hoofdstuk 2 wel een tabelletje te vinden is waarin geclaimd wordt dat de maatregelen voldoende zijn om het tekort op de begroting terug te brengen tot 3 procent. Precies het getal dat Brussel graag ziet, dat wel, maar hoe het bereikt wordt, blijft gissen. Uit de voetnoot blijkt alleen dat het tekortcijfer gebaseerd is op berekeningen van het ministerie van Financiën. Wat niet wordt vermeld, is hoe die berekeningen eruitzien.

Krijgt Nederland problemen met Brussel door een incompleet plan op te sturen? Nee. Een onafhankelijke berekening van de cijfers is volgens de regels van het Stabiliteitspact geen eis. Een instituut als het CPB is vrij uniek in Europa. De rekenmeesters van eurocommissaris Rehn (Economische Zaken) bekijken de ingestuurde plannen, maar varen op hun eigen berekeningen.

Het wordt pas spannend als Rehn later deze maand oordeelt dat Nederland niet voldoet aan de eisen en meer maatregelen moet treffen. Dan moet demissionair minister De Jager (Financiën, CDA) terug de wandelgangen in: opnieuw steun sprokkelen voor nog meer bezuinigingen.