Schitteren in schaduw van Skoatterwâld

De eredivisie voor vrouwen is zwalkende. Daarom gaat de KNVB samenwerken met België. Voor Heerenveen is die oplossing te laat. Een doorstart moet redding brengen voor de Friezinnen.

Heerenveen-FC Zwolle, eind vorige maand op Sportpark Skoatterwald: trainer Maarten de Jong instrueert zijn speelster Maruschka Waldus in de rust van het duel. Foto Kees van de Veen

Sinds het vertrek van hoofdtrainer Peter Meindertsma snakt Maarten de Jong vaak naar adem. „Ik ben hier materiaalman, teammanager, assistent en eindverantwoordelijke tegelijk”, verzucht hij. Als dank voor zijn inspanningen kreeg ‘Mister Heerenveen’ onlangs te horen dat hij moet vertrekken bij de club – gesneuveld bij een bezuinigingsronde. „En dat voelt toch wel een beetje vreemd”, geeft hij toe.

Begin vorige maand werd De Jong gepromoveerd tot hoofdcoach bij de vrouwen van Heerenveen. Het elftal stapt volgend jaar uit de eredivisie, omdat er geen geld meer is. Beter gezegd: de club heeft geen geld meer voor de vrouwen over. Alle hoop is nu gevestigd op een doorstart als stichting, maar ook dat kost geld. „We hebben 175.000 euro nodig”, weet De Jong. „Maar ja, waar moet je die in deze tijd nu nog vinden?”

Speelster Cynthia Beekhuis zat namens de spelersraad om tafel met onder meer technisch directeur Johan Hansma en voorzitter Robert Veenstra. Zij hoorde het slechte nieuws als eerste. „Er komen mensen op straat te staan bij de club”, zegt ze realistisch. „Dan is het moeilijk te verkopen als je wel doorgaat met vrouwenvoetbal. Dit is voor ons het vijfde seizoen dat we meedoen in de eredivisie. Kennelijk hebben ze er te weinig voor teruggekregen.”

De eredivisie voor vrouwen begon in 2007 met betaald voetbalorganisaties (bvo’s) en moest het niveau van het nationale vrouwenelftal opkrikken. Dat leek wonderbaarlijk snel te lukken – in 2009 behaalde Oranje de halve finale van het EK in Finland. Ruim anderhalf 1,6 miljoen mensen zagen het duel tegen Engeland live op televisie. „Een enorme opsteker”, jubelde toenmalig directeur Henk Kesler. „We moeten ons nu richten op de marketing”, zei hij destijds.

Maarten de Jong schudt zijn hoofd. In februari speelden de Oranjevrouwen op Cyprus een groot toernooi. Hij brengt zijn duim en wijsvinger bij elkaar: „Zo’n stukje in de krant, nauwelijks te vinden. De enige reclame genereren de meiden zelf via Facebook en Twitter.”

De vrouwen van Heerenveen spelen hun thuiswedstrijden niet in het Abe Lenstra Stadion, maar op sportpark Skoatterwâld. „Voor een mannetje of vijftig”, schampert speelster Beekhuis. „Ik snap wel dat de club voor die paar niet de lichtmasten van het stadion ontsteekt. Veel te duur.”

De Jong vindt het nog veel erger dat er slechts zeven clubs aan de competitie meedoen. Ze spelen in één seizoen drie keer tegen elkaar. Soms heeft zijn ploeg een gedwongen rustpauze van een paar weken. Is de eredivisie voor vrouwen mislukt? „Nee, dat niet”, vindt De Jong. „Maar het moddert wel al jaren voort.”

Smaakmakers als Manon Melis, Anouk Hoogendijk en Daphne Koster zochten hun heil in het buitenland, AZ en Willem II vielen onderweg af en pogingen Feyenoord, Ajax of PSV warm maken voor het vrouwenvoetbal liepen op niets uit.

Natuurlijk, lichtpuntjes waren er ook: de kampioenswedstrijd tussen Willem II en AZ werd in 2009 door tienduizend fans bezocht en de wedstrijden van FC Twente worden live uitgezonden op RTV Oost.

Maar de negatieve zaken overheersen. Dat er bijvoorbeeld geen sponsor is gevonden voor de vrouwencompetitie, vindt De Jong onbegrijpelijk. „Je wilt niet weten hoeveel haarlak er doorheen gaat bij die meiden. Iemand bij de KNVB wel eens op het idee gekomen om een fabrikant van haarlak warm te maken voor vrouwenvoetbal?”

Hij wijst naar zijn speelster Hilde Winters. „Ze doet mee aan de Miss Drenthe-verkiezing. Er lopen zoveel prachtige meiden rond in de eredivisie. Maak daar nou gebruik van, denk ik dan.”

Hardop denkend: „Bijvoorbeeld door de eredivisie voor vrouwen zendtijd te geven op Eredivisie Live. Of voorwedstrijden bij het eerste elftal, al zullen sommige hoofdtrainers daar niet blij mee zijn, vrees ik.”

Het was notabene Gertjan Verbeek, oud-ploeggenoot bij Heerenveen, die over een vrouwenwedstrijd van AZ in Alkmaar zei: „Zonde van het gras”. Die opmerking, hoe laatdunkend ook, is kenmerkend voor de wijze waarop in de voetbalwereld tegen vrouwen wordt aangekeken.

Om de competitie aantrekkelijker te maken, gaat de KNVB nu samenwerken met de Belgen. Na de zomer komt er een gezamenlijke voetbalcompetitie, de Womens’ BeNe League (zie kader). In de eerste seizoenshelft komen de clubs gewoon in hun eigen land uit. Van beide landen plaatsen de nummer een tot en met vier zich voor de BeNe League A.

Cynthia Beekhuis is sceptisch: „De nummers een tot en met vier zijn goed in België, die andere vier niet. Als je niet bij de eerste vier eindigt, speel je nergens voor, want je kunt niet degraderen. Om daar nou vierhonderd kilometer voor te rijden...”

Morgen horen de vrouwen van Heerenveen hoe de plannen voor de doorstart ervoor staan. „Het zou een wonder zijn als we door kunnen”, zegt Beekhuis. En wat als dat nou niet gebeurt? „Goeie vraag”, antwoordt de verdedigster. „Er zijn ongetwijfeld speelsters die voor een maatschappelijk carrière kiezen. We steken zoveel tijd en energie in het voetbal. Je kunt je afvragen of dat het allemaal nog wel waard is op deze manier.”