President Britse centrale bank erkent falen tijdens bankencrisis

Mervyn King, president van de Britse centrale bank, doet niet aan excuses. Maar toch gaf hij gisteren toe dat de Bank of England niet genoeg heeft gedaan om de bankencrisis te voorkomen.

„We preekten over de risico’s, maar we hadden niet in de gaten wat de grootte van de ramp zou zijn als die risico’s vaste vorm zouden krijgen”, zei King in een lezing op BBC Radio 4. „Terugkijkend hadden we van de daken moeten schreeuwen dat er een systeem was ontstaan, waarin banken te belangrijk waren om om te vallen, te snel waren gegroeid en te veel leenden, en dat de zogenoemde light tough-regulering niets had voorkomen.”

Dat was overigens niet de schuld van de Bank of England, meent hij. De centrale bank was door premier Gordon Brown en diens secondant Ed Balls (nu schaduwminister van Financiën) in 1997 op een zijspoor gezet. Regulering behoorde toe aan de Financial Services Authority, de toezichthouder op financiële markten. De Bank of England kon slechts „rapporten publiceren en preken”.

De huidige regering heeft regulering weer tot een van de taken van de centrale bank gemaakt. Eind dit jaar moet die verandering zijn voltooid.

King kreeg veel kritiek op zijn rol in de bankencrisis. Onlangs maakte oud-minister van Financiën Alistair Darling in zijn biografie bekend, dat de bankpresident in 2008 zou zijn ontslagen als de Labour-regering had geweten wie King moest opvolgen. Dat probleem doet zich nu opnieuw voor: King gaat volgend jaar met pensioen. Genoemd als opvolgers worden de Canadese bankpresident Mark Carney, Goldman Sachs- topman Jim O’Neill, oud-topambtenaar Gus O’Donnell, en Paul Tucker, nu vicepresident van de Bank of England.

King zei verder vertrouwen te hebben in het beleid van de huidige regering, ondanks de recessie: „Als het nettoloon niet was gekrompen door de stijging van energie- en voedselprijzen, dan hadden we groei gezien. Het is redelijk om te denken dat we dit jaar een gestaag, langzaam herstel zullen zien.”