Op Texel is de herdenking extra beladen

Daar, achter de katheder, staat hij straks. In dezelfde kerk waar zijn vader ooit een toespraak hield. Dat was bij een massabegrafenis op 11 april 1945. Beschietingen op het Texelse dorpje Den Burg had aan 117 burgers het leven gekost. In de protestantse kerk van het dorp riep NSB-burgemeester Rijk de Vries de bevolking op het Duitse regime te gehoorzamen.

Morgen spreekt zijn zoon, Ewout de Vries, in de Texelse kerk. Maar dan als gast bij de jaarlijkse Dodenherdenking. Texel besteedt dit jaar aandacht aan kinderen van ‘foute’ ouders, omdat zij volgens het herdenkingscomité ook slachtoffers van de oorlog zijn.

Een vergelijkbaar plan van het Nationaal Comité 4 en 5 mei zorgde vorige week voor een storm van kritiek. Een 15-jarige scholier zou tijdens de Dodenherdenking op de Dam een gedicht voordragen over zijn oudoom die zich aansloot bij de SS. Nadat het Nederlands Auschwitz Comité de herdenking dreigde te boycotten, trok de organisatie het plan in.

Ook op het Waddeneiland is er weerstand. Twee leden van het lokale organisatiecomité zijn uit protest opgestapt. In de Texelse Courant verschenen diverse ingezonden brieven. Eenderde van de bewoners sprak zich in een internetpeiling uit tegen de komst van de zoon van de oorlogsburgemeester.

Vooral onder oudere bewoners is het onderwerp beladen. Vraag de dominee van de organiserende kerk wat hij vindt van de opzet van de herdenking, en het blijft even stil. „Misschien is het een ontwijkend antwoord”, zegt predikant Peter den Braanker (51), „maar ik wil niet zeggen of ik het een goed of slecht idee vind.” Want, legt de dominee uit, hij zou er gemeenteleden mee voor het hoofd kunnen stoten. „De kwestie ligt hier nogal, eh, gevoelig.”

De oorlog is een open wond op Texel. Het eiland wordt ook wel Europa’s laatste slagveld genoemd, omdat Texel pas op 20 mei werd bevrijd. Nadat een groep Georgische dwangarbeiders in opstand kwam, vond een massale veldslag plaats. Er sneuvelden 117 Texelaars, 482 tot 565 Georgiërs en naar schatting 600 Duitsers.

Niet alle bewoners hebben dus zin om de zoon van de NSB-burgemeester, die zelf meeging met razzia’s, een prominente plek bij de herdenking te geven. „Het doet afbreuk aan 4 mei”, vindt Kees Dijkema (62), een Texelse ecoloog. Zijn vader zat tijdens de oorlog in het verzet en werd door een NSB’er verraden. Hij kon op tijd onderduiken, zijn compagnon werd doodgeschoten. 4 mei, zegt Dijkema, is bedoeld voor mensen zoals zijn vader. „En niet voor iedereen die het moeilijk heeft gehad na de oorlog. Want heel veel mensen hebben het moeilijk gehad. Ook kinderen die uit een asociaal gezin komen worden gepest en hebben het moeilijk. Die hebben toch niet allemaal een herdenkingsdag nodig?”

Het oorlogsverleden ligt op Texel mogelijk extra gevoelig omdat veel eilandbewoners lid waren van de NSB, zegt documentairemaker Arnold van Bruggen, die een film maakte over de Georgische opstand op Texel. Bijna 15 procent van de bewoners sympathiseerde met de Duitsers, velen bleven na de oorlog op het eiland wonen. „Dat leverde soms moeilijkheden op. Er werd niet over gepraat, maar je wist wel precies wie ‘fout’ was geweest. De kinderen van die ouders hebben er jarenlang last van gehad.”

Burgemeester Francine Giskes (D66), voorzitter van het herdenkingscomité, vindt daarom dat ze het eiland juist „een dienst bewijst” door op 4 mei aandacht te besteden aan NSB-kinderen. „Ook voor hen heeft de oorlog grote gevolgen gehad. Zij zijn jarenlang met de nek aangekeken. Of hebben zich heel hun leven onopvallend proberen te gedragen, om maar niet in opspraak te komen. Sommigen zijn zelfs geëmigreerd. Dat vind ik heel erg. Een kind is niet verantwoordelijk voor de keuze van zijn ouders.”

Ook collaborateurs worden „te makkelijk weggezet”, vindt ze. „Die mensen probeerden ook maar te overleven in die tijd. Achteraf weten we allemaal heel goed wie er wel en niet deugde. Maar voor de mensen die er middenin zaten, moet het een ingewikkelde keuze zijn geweest. Ik zou ook niet weten wat ik zelf had gedaan. Mensen die dat wel weten, zou ik als eerste wantrouwen.”

Ab Keijser (83) is blij met het voornemen van het comité. Zíjn moeder hielp de NSB. Na de oorlog heeft hij het geweten. Keijser werd gepest op school. „Ik werd getreiterd, geschaduwd. Je zit in een kleine gemeenschap, iedereen wist ervan.” Het gevoel is nog het beste te vergelijken met een kippenhok, zegt hij. „Er zit altijd een kip bij die de rest niet moet. Dat was ik.”

Daarom vindt Keijser het „heel goed” dat de zoon van de oorlogsburgemeester naar Texel komt. „Misschien kan hij het harnas doorbreken waar sommige mensen nog in rondlopen. Ze blijven in het oude hangen, willen daar niet uit komen. Maar je moet toch verder? De tijd gaat door. En nu is de tijd gekomen om te vergeven en te vergeten.”