Omstreden griepvirusmutaties openbaar

Nature beschreef gisteren het recept voor vogelgriepvirus dat ook zoogdieren besmet. Nederland kent nog steeds een exportverbod voor dat soort gegevens.

Vier mutaties die het vogelgriepvirus besmettelijk maken voor zoogdieren zijn nu bekend. Het tijdschrift Nature heeft ze gisteravond gepubliceerd, nadat een Amerikaanse overheidscommissie voor bioveiligheid (NSABB) een eerder advies om deze kennis niet te publiceren eind maart introk. De kwestie van het publicatieverbod heeft de wereld van griepdeskundigen, bioterrorismebestrijders en virologen maandenlang beheerst.

De nu beschreven mutaties zijn ‘gemaakt’ door de Japans-Amerikaanse onderzoekgroep van Yoshi Kawaoka. Een groep virologen van het Rotterdamse Erasmus MC onder leiding van Ron Fouchier heeft in een goed beveiligd laboratorium ook een vogelgriepvirus zo weten te veranderen dat het nu besmettelijk is voor zoogdieren. Maar doordat de Nederlandse regering een exportverbod handhaaft, ook nadat de NSABB zijn publicatieverbod introk, en de Rotterdamse virologen aanvankelijk weigerden een exportvergunning aan te vragen, is hun publicatie in Science vertraagd. De tijdschriftredacties wilden aanvankelijk beide artikelen tegelijkertijd te publiceren.

Bekend is dat het Kawaoka-experiment principieel anders van opzet is dan Fouchiers werk. Kawaoka zocht alleen naar mutaties in het gen voor het belangrijke viruseiwit hemagglutinine (HA). Om zijn besmettingsexperimenten te doen bouwde hij het HA-gen in het Mexicaanse griepvirus in. Fouchier heeft daarentegen met het hele vogelgriepvirus gewerkt en dat in zijn lab zo weten te muteren dat het ook als geheel besmettelijk voor zoogdieren is.

Kawaoka schrijft in Nature dat zijn meng-experiment van vogelgriep en Mexicaanse griep toch praktisch belang heeft, omdat nieuwe griepepidemieën vaak ontstaan nadat twee verschillende typen griepvirus hun acht gensegmenten met elkaar mengen. Dat kan heel goed met vogelgriepvirussen en het nu onder mensen circulerende Mexicaanse griepvirus gebeuren, schrijft hij in Nature.

HA is ontegenzeggelijk een belangrijk eiwit van ieder griepvirus. Het is een van de twee eiwitten waarmee het oppervlak van het griepvirus is bekleed. Het andere is neuraminidase (N). De afweer van besmette dieren en mensen richt zich voor een belangrijk deel tegen die oppervlakte-eiwitten.

HA verzorgt ook de belangrijke eerste binding van het virus met cellen in de luchtwegen van zoogdieren. Het HA van vogelgriepvirussen bindt aan receptoren die bij watervogels – de traditionele gastheren van griepvirussen – in de darmen zitten. Diezelfde receptoren zitten bij zoogdieren voornamelijk in de diepe luchtwegen, in de longen. Van daaruit kan het virus niet makkelijk in de lucht komen, dus binden in de hoge luchtwegen (keel- en neusslijmvlies) wordt al lang als een noodzakelijke voorwaarde voor het ontstaan van besmettelijkheid via de lucht gezien.

Kawaoka onderzocht vooral wat er aan HA moet veranderen om hoog in de zoogdierluchtwegen te binden en om zich in luchtdruppeltjes te kunnen verspreiden zodat andere zoogdieren via de lucht worden besmet.

Twee van de vier mutaties vond hij na het aanbrengen van ruim twee miljoen random aangebrachte mutaties die met celkweek- en weefselproeven werden getest op binding in de hoge luchtwegen. De twee andere ontstonden tijdens besmettingsproeven in fretten, het gebruikelijke proefdier bij griepvirusonderzoek.

N158D, N224K, Q226L en T318I: dat zijn de biochemische aanduidingen voor de mutaties waar schurkenstaten en bioterroristen nu mee aan de slag kunnen. Het zijn misschien mutaties die Fouchier ook heeft gevonden. Ze zijn al eens eerder genoemd in de wetenschappelijke literatuur. De vraag is of deze krant nu ook onder het nog bestaande Nederlandse exportverbod valt.

Een vogelgriepvirus wordt besmettelijk door vier mutaties in een van zijn oppervlakte-eiwitten