Column

Omgeven door robots bij de bank

„Als ik hoor wat vrienden bij de bank uitgeven aan schoenen, aan tassen.... Dan denk ik, waarom spaar je het niet op? Waarom jezelf zo opsluiten?”

Je hebt opvallend veel allochtonen in de financiële sector van Londen. Ik spreek Turkse Duitsers en Franse Arabieren die stroperigheid, old white boys networks en al dan niet vermeende discriminatie thuis inruilden voor de kleurenblinde geldmachine die de City is. Je hebt ook Engelse allochtonen, die hier ‘English born children of immigrant parents from the developing world’ heten.

Ik ontmoet Naema in Canary Wharf, waar veel grote banken zitten. Ze is een opgewekte vrouw van begin 20 van Zuidoost-Aziatische huize met een kleurige hoofddoek. Ze studeerde met een beurs aan Oxford en praat drie keer sneller dan ik aantekeningen kan maken. Naema schreef in een e-mail: „In mijn laatste studiejaar probeerde ik een stage te krijgen bij een advocatenkantoor in de City. Als allochtoon uit de arbeidersklasse met dyslexie was dat immens moeilijk.”

Een carrière in de zakelijke advocatuur (corporate law) liet ze uiteindelijk schieten, waarover zo meer. Eerst zegt ze: „Ik ben terechtgekomen bij een grote bank, en na een paar weken ben ik de hoofddoek gaan dragen. Het helpt me relativeren. Mijn hoofddoek zegt: ‘Jij bent niet op de wereld gezet om bevelen op te volgen’. Ik bedoel, ik werk niet in een oorlogsgebied ofzo, maar deze baan is echt zwaar.”

Ze zucht. „Ik voel me soms echt een slaaf van het kapitalisme. Collega’s gaan vaak shoppen, na het werk. Maar dan ben je nog steeds een slaaf, je hebt alleen even van rol gewisseld. Als ik hoor wat vrienden bij de bank uitgeven aan schoenen, aan tassen.... Dan denk ik, waarom spaar je het niet op? Waarom jezelf zo opsluiten? Ik voel me vaak omgeven door robots, bij de bank. Dan raak ik mijn hoofddoek even aan en weet ik dat er andere normen en waarden zijn dan die van de bank. En mijn hoofddoek motiveert me om beleefd te blijven tegen mensen.”

Ze ‘komt niet van geld’, zoals Engelsen dat noemen. „Mijn ouders spreken niet eens Engels, ze hebben echt geen idee wat ik doe voor werk. Zelfs als ik ging werken als leraar zou ik nog het dubbele verdienen van mijn vader. Maar hier bij de bank is dat het viervoudige. Ik stuur geld naar ze, ja. Dat is bijna een plicht voor mensen met mijn etnische achtergrond, hoewel ze liever hebben dat de zoon het doet. Ik geef niet overdreven veel, en niet te vaak. Haha, ik wil niet dat mijn ouders gewend raken aan de levensstijl van bankiers!”

Wat maakt haar baan dan zo zwaar? „Er hangt een hele agressieve en gestresste sfeer. Ik moet specialisten managen die bepaalde financiële producten verkopen. Het is een managementfunctie, wat raar is voor een net afgestudeerde. Het meest verbazend vind ik hoe moeilijk mensen kunnen doen. Ik dacht: ‘Die gasten dragen een pak dus die zijn volwassen’. Niet dus. Dezelfde onzekerheden als onder studenten. Soms wil ik het uitschreeuwen: ‘Luister, dit is een baan. Je verkoopt je tijd voor geld. Laat al die emotionele behoeften thuis!’ De wortel van het probleem is dat concept ‘carrière’. Dat geeft zoveel jaloezie.”

Maar het blijft beter dan de zakelijke advocatuur? „Ik was op zo’n open dag bij een groot advocatenkantoor, en dat was zo akelig. Iedereen stond daar maar te netwerken. En dan had je van die rijkeluiskinderen die steeds begonnen over mensen die ik niet kende. ‘Ha, hoe gaat het met die-en-die?’ en ik had geen idee dat dat het hoofd was van Eton, of een andere peperdure particuliere middelbare school. Anderen wisten dat wel, en zij domineerden vervolgens de conversatie. Het hielp natuurlijk ook niet, in sociale zin, dat ik geen alcohol drink.”

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op guardian.co.uk/bankingblog