Mexico: drugsbazen zorgen voor censuur

In Mexico worden journalisten gedood door drugskartels. Uit angst volgt stilte.

Door Edward Geelhoed

Regina Martínez’ ontzielde lichaam lag vorige week na een verstikkingsdood in haar badkamer, in Xalapa bij de Mexicaanse oostkust. Het gezicht van de onderzoeksjournaliste vertoonde kneuzingen, als resultaat van vele klappen. Al jaren schreef Martínez over de Mexicaanse drugskartels die het land in hun greep houden. Brute represailles zijn verworden tot norm na kritiek. „Alle opties, ook dat ze journaliste was, worden uitputtend onderzocht”, beloofde een woordvoerder van staat Veracruz.

De afgelopen twaalf jaar zijn ruim vijftig Mexicaanse journalisten vermoord. Waarvan bijna twintig in de laatste twee jaar, rapporteren journalistenverenigingen. Op het plaats delict werd telkens verklaard de daders op te sporen, maar die gingen in bijna alle gevallen vrijuit. Een klimaat van straffeloosheid, zo ervaren Mexicaanse journalisten de speelruimte voor criminele groepen.

Het motief laat zich vaak raden, maar is lang niet altijd met zekerheid vast te stellen. Moorden worden sporadisch opgeëist, terwijl de journalisten vaak over drugshandel en aanverwant geweld berichtten. Met vijftigduizend moorden sinds president Calderón in 2006 zijn oorlog tegen de drugsbendes afkondigde, kan het zijn dat journalisten ‘toevallige’ slachtoffers zijn. Al is dat op grote schaal uiterst onwaarschijnlijk.

Waar het debat over persvrijheid in Mexico traditioneel ging over zaken als verkapte staatspropaganda en -censuur, is het nu verengd tot geweldskwesties. Nieuwe wetten gaan over het versterken van recherchewerk en juridische vervolging na agressie tegen de pers. Als het voorstel daarover uit maart door een meerderheid van de 31 staten wordt aanvaard, komen die bevoegdheden op federaal niveau te liggen: ver weg bij de vaak corrupte en inefficiënte lokale en staatsautoriteiten.

„Wat willen jullie van ons?”, kopte een zondageditie van dagblad El Diario twee jaar geleden wanhopig boven een open brief. De dag daarvoor was een tweede journalist van de krant uit Ciudad Juárez, toenmalig moordhoofdstad van de wereld, omgebracht door een drugsbende. „Wat moeten we wel of juist niet publiceren, zodat we weten hoe we kunnen gehoorzamen? De facto regeren jullie deze stad.”

De knieval van de krant illustreert de neiging tot zelfcensuur. Een reportage over drugsgeweld, met naam en toenaam, leidt al snel tot doodsbedreigingen, intimidatie of een afranseling. Of tot moord. Het liefst zo gruwelijk mogelijk, om volgende artikelen te ontmoedigen. Uit angst schrijven journalisten omfloerst, of helemaal niet, resulterend in een informatievacuüm.

Ook sociale media vormen geen veilige vluchtheuvel. Maria Elizabeth Macías Castro twitterde en blogde anoniem over drugsgeweld. Een half jaar geleden werd ze wereldwijd de eerste journalist die vermoord werd voor uitlatingen op sociale media. Het drugskartel liet een verklarende tekst achter bij haar onthoofde lichaam. Even verderop lag haar hoofd, geënsceneerd op een toetsenbord en met een koptelefoon op.