Koude Oorlogsveteraan

„Godkolere, de gein die ik in het leger heb gehad”, zegt Cees de Vries, een geboren Amstelvener die na zijn diensttijd zijn fortuin verdiende in de beveiliging. „Man, dat maak je daarna nooit meer mee.”

De Vries (69) heeft een reden om trots te zijn; het boek dat voor hem ligt op de koffietafel in zijn bibliotheek, ‘Laatste schot van een Huzaar’. Dat verscheen afgelopen maandag. Het zijn de memoires van De Vries over zijn tijd in het leger (1963-1970). Geen enkele uitgever wilde het hebben, dus bracht hij het zelf maar uit.

De Vries woont in een vrijstaande villa in een chique buurt van Zeist. Twee kinderen voor zijn deur slaan een tennisbal naar elkaar over en bespreken welk tenniskamp ze deze zomer willen bezoeken.

Ik kwam De Vries op het spoor via de site van KOVOM, een vereniging voor ‘Koude Oorlogsveteranen’ (1949-1991). Ze worden door andere veteranen niet serieus genomen omdat ze nooit op missie zijn geweest. Toen bekend werd dat ze zaterdag voor het eerst zouden deelnemen aan het 5 mei-defilé, werden veel Tweede Wereldoorlog-veteranen woest. ‘Nepveteranen’ worden ze genoemd. ‘Brezjnev-bestrijders’. Met hun nepmedailles.

„Ik vind wel dat ze een beetje gelijk hebben” zegt De Vries. „Het zijn ook nepveteranen.”

Zijn boek is dan ook voornamelijk gevuld met herinneringen aan ongein geboren uit verveling in kazernes. „Dus toen gooide die sergeant z’n peuk in het schijthuis, en toen, je raadt het al, vloog de stront zo de lucht in. En die sergeant rennen met z’n broek op de knieën! Dat is nou humor.”

De Vries schokschoudert van het lachen. Dan, alsof zoiets bij nader inzien iets te veel leedvermaak is, trekt hij een serieus gezicht. Het was een leuke tijd, maar zijn liefde voor het leger heeft wel een tragische oorsprong. De Vries zag het terug bij veel van de jongens die met hem dienden.

„Ik was niet goed met mijn vader. Die is in de oorlog vrijwillig naar Duitsland gegaan om daar te werken. Dat kon ik niet begrijpen. Waarom was hij niet in het verzet gegaan?”

De fanatiekste jongens in zijn diensttijd waren de zonen van NSB’ers. Die wilden dubbel zo hard bewijzen dat ze bereid zijn het vaderland met hand en tand te verdedigen. „Koude Oorlog-veteranen zullen het niet zo zeggen, maar stiekem zijn ze een beetje jaloers op Tweede Wereldoorlogsveteranen”, zegt De Vries. „Die hebben echt gevochten tegen indringers.”

Hij zal zaterdag niet meelopen in het defilé. Dat volgt hij wel op tv. Volgende week woensdag is zijn dag, als hij met oude soldatenmaten zal proosten op zijn boek. „Dan sluiten we de dag af met een knaller van een Indische rijsttafel.”

Ze zullen herinneringen ophalen. Aan de enorme lol die ze hadden. Maar ook aan die paar kameraden die ze zijn verloren. Tijdens trainingen.