Kijk uit naar de dansende beren met tedere klauwen

Oud-Kröller-Müllerdirecteur Evert van Straaten noemde zijn afscheidstentoonstelling Verlangen naar volmaaktheid. Een oudroze titel, braaf en beschaafd. Maar kom op, ik ga kijken, al was het maar voor dat ei van Brancusi, Le commencement du monde. Van Straaten verwierf het in december 1995 voor zijn museum. Volmaakt? Daar is het te spannend voor. En de aankoop was een meesterzet.

Waren de zalen en de gangen van het Kröller-Müller Museum altijd al zo krap? Niet dat er niet veel indrukwekkends te zien is, want dat is er wel. Heel veel. Zo veel. Mondriaan, Van Doesburg, de hond en de poes volgens Bart van der Leck. Inuitkunst. De Hepworth. Het Armandootje. En de Van Goghs natuurlijk. Louise Bourgeois. Anselm Kiefer. Joep van Lieshout en her en daar wat Daan van Golden. The paintings (with Us in the Nature), zo heten de natuurtriptieken waarmee Gilbert & George een loopje met het paradijs nemen (en het verlangen naar volmaaktheid ontmaskeren als overbodige aanstellerij). Ze hangen onverantwoord opgepropt.

Evert van Straaten weet wat kwaliteit is. Maar kiezen kan hij niet. Er ontrolt zich iets wat veel weg heeft van een samenscholing van posh boys. Allemaal groots, allemaal gewichtig. Maar foetsie is de visie van de directeur die 21 jaar lang zijn stempel op dit museum mocht drukken.

De Brancusi. Was die er nou bij? Ik vrees dat ik hem in de volte over het hoofd heb gezien.

Her en der in Brugge richtte beeldend kunstenaar Kamagurka zijn Kamarama in. Swingende titel, swingende tentoonstelling, van 35 surrealisten die hem roeren en raken. Wereldberoemd of onbekend, dat interesseert hem niet, zolang ze maar in staat zijn om de wereld te bekijken alsof ze hem nog niet eerder zagen. Er is een overlap met het Kröller-Müller: James Ensor, Jan Fabre, Picasso, Picabia. Maar hier vallen die op hun plaats, want in Brugge kijk ik met Kamagurka’s ogen.

In het Belfort loopt hij zelf rond. Hij wijst op de tekeningen van Muzo en op het neigisme van Capitaine Lonchamps uit Spa. Dat is een echte surrealist, zegt hij, haha, die voegt sneeuw toe aan alles wat hij vindt. Kamagurka glundert. Zag ik wel dat hij naar achteren toe de plafonds steeds verder liet verlagen?

„Waarom dan?”

„Zo worden de kleine werken groter.”

Juist. Anders kijken.

Anders kijken kan onverwacht ingewikkeld zijn. Ivo van Hove maakte een toneelstuk op basis van Husbands, uit 1970, die duistere film van John Cassavetes: drie mannen lopen weg van huis. Ze wanen zich vrij. En zijn dat niet, wat die onvertaalbare titel al verraadt: echtgenoten, husbands, huisgebonden. Ze denken dat ze wildebrassen zijn, maar ze zitten vast aan hun vrouwen. Dat vermoedde Cassavetes en dat bevestigde vorige week nog een artikel in de wetenschapsbijlage van deze krant: onderzoek naar telefoneergedrag wees uit dat mannen hun partner veelal op de eerste plaats in hun leven zetten (vrouwen niet). Dat alles ligt klaar voor Van Hove en zijn toneelstuk, maar het wordt niks. Cassavetes zag drie wanhopige rotzakken en houdt van ze. Hij keek anders, hij keek op twee manieren en voegde er nog een derde, artistieke, dimensie aan toe.

Van Hove niet. Hij regisseert zijn drie acteurs, hatelijk en ongenuanceerd, tot kille kerels die zichzelf vacuüm hebben getrokken. Geen spoor van tristesse.

Er wordt steeds meer film vertoneeld. Wat moeten de toneelregisseurs toch met film? Ik ben ooit benaderd door een toneelmaker, of ik niet wat voor toneel geschikte filmtitels kon oplepelen. Kon ik niet. Net als Van Hove leek hij jaloers op de filmkunst en ook hij wilde er niet aan dat filmrealisme giftig is voor toneel.

Ik zie Weg, een voorstelling van Josse De Pauw, acteur maar vanavond een beat poet. Samen met drie musici zingzegt hij refreinen over een moeder, over haar elfkoppige kinderschaar, over een zoon die wakker wordt als oude man, met zijn valse tanden op zijn schoot.

Ik vergaap me aan Josse De Pauw. Een lelijke man, een tedere man, een luide man. Een dansende beer – als je pech hebt, verwondt hij je met zijn klauw en dat hoeft niet eens expres te zijn.

Ik zie Josse De Pauw en ik weet wat ik miste in Van Hoves Husbands.