'Je hebt ons buiten het Kremlin en hen binnen het Kremlin'

Zondagochtend vroeg staat Igor voor de deur van het hotel om ons naar Taganrog te rijden, 70 kilometer verderop aan de Zee van Azov. In zijn trainingspak met ‘Rossia’ erop oogt hij nors. Ook geeft hij een politieagent, die voor het hotel staat, een vette handdruk, wat je in een land waar de politie niet je beste vriend, maar je ergste vijand is, een onaangenaam gevoel geeft.

Als Igor onze koffers in de achterbak van zijn gloednieuwe Toyota heeft gezet, vertrekken we. Zodra hij gas geeft, zegt hij trots: „Lekkere bak, hè? Een koopje.” Dan vertelt Igor dat hij ex-politieman is. „Ik ben er vorig jaar mee gestopt”, bekent hij. „Op je 45ste kun je als agent al met pensioen en die kans heb ik gegrepen. Vijftien jaar was genoeg. Iedere dag die zorgen over hoeveel boetes je moet uitdelen.” Over de steekpenningen die hij en zijn collega’s dagelijks ophaalden, om ze vervolgens aan hun baas af te dragen, die ze dan weer naar rang verdeelde, wil Igor weinig kwijt. „Zo werkt het nu eenmaal in Rusland”, zegt hij kortaf. „Onze salarissen zijn laag en hoe zouden we anders moeten overleven. Mijn kleine pensioen vul ik nu aan met ritjes voor hotelgasten.”

We rijden over het Plein van de Sovjets, waar de gouverneur en het provinciebestuur hun onderkomen hebben. Op het vroege uur wemelt het er op alle straathoeken van de politieagenten, sommigen in oproerkostuum. „Onze bestuurders zijn sinds een paar maanden ineens bang voor onaangekondigde demonstraties”, zegt Igor. „En op dit plein zijn ze het waakzaamst.”

Volgens hem veranderde de zelfingenomen houding van de autoriteiten na de vervalste parlementsverkiezingen van december. „Sinds die tijd beseffen ze ineens dat ze niet populair zijn”, zegt hij smalend.

Zodra we de stad uit zijn, krijgen we het over Poetin. Is hij degene aan wie Rusland zijn huidige welvaart dankt? „Legt u me eerst eens uit waarom de bevolking van een land dat zo rijk aan olie en gas is, het zo arm heeft”, zegt hij. En dan: „Volgens mij hebben we die paar sjieke winkeltjes in onze hoofdstraat alleen te danken aan het wilde kapitalisme dat Jeltsin in de jaren negentig in Rusland heeft geïntroduceerd en niet aan onze huidige regering.”

Igor begrijpt dan ook niet waarom Poetin zo nodig voor een derde keer president wil worden. „Hij heeft het al twee keer gedaan. Zijn tijd is voorbij. We willen wel eens een ander gezicht zien, al zal het voor ons gewone Russen niet veel uitmaken. Kijk maar naar dat jongetje Medvedev: mooie woorden over corruptiebestrijding en democratisering, maar ze hebben niets opgeleverd.”

Rijdend door het groene heuvellandschap van het Dongebied, waar in de Tweede Wereldoorlog de Russen zware slag leverden met de Duitsers, stelt hij een andere vraag. „Legt u me nu eens uit waarom de onderminister van Landbouw gisteren op de televisie zei dat 90 procent van onze groenten en fruit uit Turkije wordt ingevoerd, terwijl deze streek tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie een van de vruchtbaarste van ons land was? Dat kan toch maar op één ding wijzen: dat het de regering heel goed uitkomt dat we geen eigen landbouw meer hebben. Anders lopen ze hun kapitale inkomsten uit de importrechten mis.”

In de verte doemt de zee op. Igor glundert. „Eigenlijk hebben we hier alles. Tussen mei en oktober is het aan zee heerlijk. En wat die politiek betreft is het voor de meeste Russen net als in de Sovjet-Unie: je hebt ons buiten het Kremlin en je hebt hen in het Kremlin. Het zijn twee verschillende werelden. U als buitenlander hoeft er alleen maar van te onthouden dat Russen niet zoveel op hebben met politici en we ons amper voor politiek interesseren.”

Michel Krielaars