In eurozone één op negen zonder baan

De werkloosheid in de eurozone is gestegen tot het hoogste niveau in 15 jaar. In maart van dit jaar zat 10,9 procent van de totale beroepsbevolking zonder baan.

Dit blijkt uit cijfers die Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, gisteren bekendmaakte.

Oostenrijk heeft met 4 procent de laagste werkloosheid in de eurozone. Nederland is tweede met een werkloosheidspercentage van 5 procent. Dat percentage ligt overigens lager dan het officiële cijfer van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Eurostat hanteert een andere definitie van werkloosheid dan het CBS. Volgens het CBS was in maart 5,9 procent van de beroepsbevolking werkloos. Het CBS rekent mensen die minder dan 12 uur werken ook als werkloos. Volgens het CBS blijkt uit onderzoek dat mensen die zo weinig uren maken zichzelf niet als werkende beschouwen. Eurostat hanteert die ondergrens niet en komt als gevolg daarvan op een aanzienlijk lager percentage uit.

In Spanje zijn relatief de meeste mensen werkloos – 24,1 procent van de beroepsbevolking. Naast Spanje kampen andere probleemlanden zoals Portugal (15,3 procent) en Ierland (14,5 procent) met hoge werkloosheidpercentages.

De crisis in Europa dwingt veel landen tot bezuinigingen en dat vertaalt zich in een stagnerende vraag. Door de sterk krimpende economie wordt gevreesd dat de (jeugd)werkloosheid in deze landen heel langdurig zal zijn. In veel landen wordt dan ook al gesproken van een verloren generatie.

Terwijl in Europa sprake is van een oplopende werkloosheid, heeft de VS te maken met een dalende trend. In maart 2012 bedroeg de Amerikaanse werkloosheid 8,2 procent. Op het dieptepunt, in december 2009, had 10 procent van de beroepsbevolking geen baan. De Amerikaanse economie ontwikkelt zich relatief goed, gesteund door een ruim monetair beleid van de Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken.