Geloof in de Ajax-filosofie

Voor Ajax leek halverwege het seizoen niets meer te winnen. Frank de Boer bleef in zijn team geloven. ‘Klein Barcelona’ als uitgangspunt en de titel als beloning.

Redacteur Voetbal

Amsterdam. Met de kampioensschaal in de handen is het heerlijk terugkijken op een seizoen dat halverwege eigenlijk al voorbij leek te zijn. Gisteravond toonde aanvoerder Jan Vertonghen voor de tweede keer in een jaar de prijs voor de Nederlandse kampioen aan de uitzinnige Arena. De architect van het succes, trainer Frank de Boer, zag van een afstandje dat het goed was.

Vertonghen had even nagedacht, vorige week na de vrijdagtraining, toen hem alvast werd gevraagd naar een typering van dit kampioenschap. Vorig seizoen had De Boer zijn eerste kampioenschap als hoofdtrainer de „titel van de Ajax-filosofie” genoemd. De kracht van het huidige team, daarover is iedereen bij Ajax het eens, is het rotsvaste vertrouwen in de aanvallende spelopvatting. Soms tegen beter weten in. Daarom sprak aanvoerder Vertonghen na zijn denkpauze van de „titel van het geloof in de filosofie”.

Geloof dus, ook in bange dagen zoals bijvoorbeeld eind januari. De allerslechtste wedstrijd van Ajax – thuis tegen FC Utrecht – moest nog komen. Maar ook in de week voor de verloren Klassieker, uit bij Feyenoord op 29 januari, was er voor een Ajacied weinig om zich over te verblijden. Frank de Boer zag spelers die zich schuil hielden en die de bal niet opeisten, wanneer een tegenstander in de buurt stond. Dat kon de 112-voudig international niet bevatten. „Ze spelen toch bij Ajax?”, zei hij in gesprek met NRC Handelsblad.

Het was ook de week waarin een groep Ajax-hooligans bij interim-directeur Martin Sturkenboom op de stoep stond met de boodschap dat hij moest „oprotten” – of er zouden maatregelen volgen. Sturkenboom was tegen de zin van commissaris Johan Cruijff aangesteld als kwartiermaker voor diens aartsrivaal Louis van Gaal, beoogd algemeen directeur van Ajax. De intimidatie bij huize Sturkenboom was een dieptepunt in de bestuurscrisis, die twee weken later door een uitspraak van het Amsterdamse gerechtshof in het voordeel van Cruijff zou worden beslecht.

Er was kortom weinig reden tot optimisme, toen De Boer in de laatste week van januari weersprak dat de slepende bestuurscrisis invloed op de spelers had. Andere teambegeleiders erkennen nu dat „de rare sfeer” in de Arena op het veld wel verlammend werkte. Een deel van het publiek was meer met ‘Johan’ bezig dan met het eerste elftal, terwijl de toen labiele ploeg de steun goed kon gebruiken.

Het turbulente seizoen leek met een aanzienlijke achterstand in de competitie voor Ajax voorbij, helemaal na de uitschakeling in de nationale beker en met Manchester United als tegenstander in de achtste finale van de Europa League in aantocht. De club werd ontwricht door ruzie tussen clubiconen, ruzie tussen commissarissen, ruzie op trainingscomplex De Toekomst. Daar was de ongelukkige uitschakeling in de Champions League bijgekomen. Een hooligan die in het bekerduel tegen AZ het veld opstormde om de Alkmaarse keeper Esteban in de rug te schoppen, completeerde de malaise.

Deze onverkwikkelijke zaken waren nog maar nauwelijks achter de rug, toen De Boer eind januari op zijn kantoortje op De Toekomst een gloedvolle verhandeling over zijn grote voorbeeld FC Barcelona hield. Ajax als „klein Barcelona”, droomde hij. Dat had iets potsierlijks, met het gestuntel van zijn eigen ploeg vers op het netvlies. „De filosofie is hetzelfde. Dat is waar we naar toe moeten werken”, zei de trainer destijds en daaruit sprak een onwankelbaar vertrouwen. Het was alleen nog niet op het veld terug te zien.

Door de vele blessures, deels veroorzaakt door te intensieve trainingen, schortte het op dat moment aan Ajacieden met voldoende ervaring en zelfvertrouwen. De tegenstander, vindt De Boer, vliegt er tegen Ajax altijd scherp in, maar daar moet je als speler maar tegen kunnen. Dat de realiteit bij onervaren, jonge twintigers weerbarstiger is, deerde hem niet. Evenmin dat het eindeloze gebrei van Ajax in die weken in de verste verte niet leek op Barça’s tiki-taka-voetbal.

Agressieve tegenstanders als Feyenoord en FC Utrecht legden de zwakte van Ajax feilloos bloot. Wij zijn geen Barcelona, verzuchtte aanvoerder Vertonghen weleens toen de veeleisende De Boer bleef vasthouden aan kort combinatiespel met een ‘voetballende’ verdediging. Maar de trainer hield stoïcijns aan zijn concept vast en foeterde in Manchester zijn ploeg uit toen hij – ondanks een 1-1 ruststand tegen het gerenommeerde United – een gebrek aan overtuiging bespeurde.

Spelers schrokken van de tirade, wonnen vervolgens op Old Trafford wel maar met een te kleine marge om het avontuur in de Europa League voort te zetten. De spelers zeggen achteraf dat in Engeland de basis is gelegd voor de zegereeks daarna. Net als vorig seizoen richtte de ploeg zich tijdig op, dit keer eerder en overtuigender. Vorig seizoen haalde Ajax pas op de slotdag in de Arena tegen Twente het kampioenschap binnen. De huidige ploeg is rijper en nog meer gehard door de tegenslag. Alleen de afgelopen weken kreeg het hulp van de vele titelconcurrenten, die elkaar en zichzelf dwarszaten.

Frank de Boer werd afgelopen week, met het oog op de vacature die er heel even leek te zijn Barcelona, herinnerd aan zijn wens „tien jaar” bij Ajax te willen blijven. Dat de club opnieuw de miljoenen uit de Champions League opstrijkt, is voor een groot deel aan hem te danken. Hij was een van de weinige stabiele factoren bij Ajax. Wie weet wat er nog meer mogelijk is, als de nog aan te stellen clubleiding de bestuurlijke rust en organisatorische stabiliteit weet te herstellen.