Gebroken been is groeimarkt voor DSM

Bulkchemie is minder lucratief, daarom kiest DSM voor de zogenoemde ‘life sciences’, waaronder biomedische materialen.

Ouder wordende mensen zijn een lucratievere markt dan petrochemie. Dat is, kort door de bocht, de logica achter de overname van Kensey Nash door DSM.

De multinational uit Limburg betaalt 38,50 dollar per aandeel ofwel 360 miljoen dollar (275 miljoen euro) voor het Amerikaanse bedrijfje (325 werknemers) uit Pennsylvania.

Kensey Nash, omzet vorig jaar 88 miljoen dollar, is een producent van regeneratieve materialen. „Vroeger was het redelijk ingewikkeld om na een dotteroperatie een gat in een ader te dichten”, zegt Rob van Leen, directeur innovatie bij DSM. „Vaak werd een gaatje in de ader bij de lies van de patiënt gemaakt. Een verpleegkundige moest dan een uur lang druk houden op die lies en daarna moest de patiënt minstens een dag een zak zand er op houden.” Kensey Nash bedacht daar zo’n 15 jaar geleden een trucje voor. Het bedrijf ontwikkelde een stopper van plastic en collageen (een soort eiwit). „Op die kennis heeft Kensey Nash doorgeborduurd”, zegt Van Leen. Nu maken ze producten om botten te laten helen en meniscussen aan te laten groeien. „Mensen worden steeds ouder en hebben meer zorg nodig. Daarbij neemt de wens toe om minder kunstmatig materiaal in het lichaam te hebben. Mensen willen liever biotechnologische producten dan plastic of metaal”, zegt de innovatiebaas van DSM.

Rond het middaguur stond het aandeel DSM op de beurs in Amsterdam 1,57 procent hoger. Daarmee deed DSM het beter dan de AEX-index die rond het middaguur 0,80 procent hoger stond op 309 punten.

Analist Tom Muller van Theodoor Gilissen vindt het een kleine, maar logische overname. „DSM wil verder groeien met biomedische materialen. Langzaam maar zeker wil DSM het steven wenden van bulkproducten als petrochemie naar producten met toegevoegde waarde”, aldus Muller. Een slimme zet, vindt de analist. Olie- en gasproducerende landen willen nadrukkelijker hun eigen petrochemische industrie ontwikkelen. „De chemische fabrieken die een afgeleide zijn van de petro-industrie komen steeds vaker naast de oliebronnen te staan”, zegt Muller. Het is voor DSM dan vrijwel onmogelijk om op lange termijn dat gevecht aan te gaan.

Volgens Muller is DSM een van de weinig Nederlandse bedrijven die op gebied van biotech ijzers in het vuur heeft. Volgens DSM-strategie moet het bedrijf in 2020 minstens 1 miljard euro omzet halen uit nieuwe groeisectoren, waaronder de biomedische tak. Zo creëert het Limburgse DSM wederom een nieuw bestaansrecht: van mijnbouwer via chemiefabrikant tot hoogwaardig biotechbedrijf en life sciences -conglomeraat.