'Een op vijf in verzorgingstehuis wordt gepest'

De aanleiding

In de Nederlandse kranten verschenen de afgelopen vier jaar circa 50 artikelen met daarin dezelfde tekst: één op de vijf ouderen wordt gepest. Neem Trouw in 2009: ‘Pesten door ouderen onderschat. Een op vijf bewoners verzorgingstehuis wordt genegeerd of uitgesloten’. Of de Volkskrant in 2010: ‘Fonds slaat alarm over getreiter onder ouderen. Ouderen hebben alle tijd en kennen de fijne kneepjes van het pesten (...) Een op de vijf ouderen zegt zich weleens buitengesloten en getreiterd te voelen.’

Twee weken geleden schreven zeven kranten (waaronder Eindhovens Dagblad, Metro en AD) over het onderwerp. Aanleiding was het Nationaal Ouderenfonds dat „een platform pesten onder ouderen” opende. In elke publicatie stond weer hetzelfde: één op de vijf ouderen is weleens slachtoffer van pesterijen. Klopt dit?

Waar is het op gebaseerd?

Het cijfer is afkomstig uit de masterscriptie ‘Resident-to-Resident Relational Agression and Subjective Well-being in Assisted Living Facilities’. Het vijftien pagina’s tellende onderzoeksverslag is geschreven door psycholoog Hester Trompetter die er in 2009 mee afstudeerde aan de Radboud Universiteit van Nijmegen. Ze heeft er vervolgens een artikel over gepubliceerd met dezelfde titel in het wetenschappelijke tijdschrift Aging & Mental Health van januari 2011.

Hoe is er gemeten?

Trompetter heeft voor het onderzoek zes zorgcentra met 415 ouderen benaderd in de omgeving van Nijmegen. Uiteindelijk zijn er 121 ouderen (gemiddelde leeftijd 85,6) geïnterviewd. Deze ouderen kregen 11 uitspraken voorgelegd. Zoals: ‘Sommige medebewoners negeren mij met opzet en groeten mij niet in de gangen of in de eetkamer.’ Of: ‘Ik merk dat medebewoners over mij roddelen en geruchten verspreiden.’

De ondervraagden konden per uitspraak een score geven: 0 betekende nooit meegemaakt, een 1 betekende één of twee keer in een paar maanden meegemaakt, 2 stond voor twee of drie keer per maand, 3 voor één keer per week, 4 voor meerdere keren per week.

In totaal waren er 23 mensen die op minimaal één van de zinnen positief antwoordden. Dat is de basis van het cijfer: 23 ouderen is 19 procent van 121 ouderen, oftewel één op vijf.

Daarnaast liet Trompetter in de zes zorgcentra twee tot vijf verpleegkundigen een korte vragenlijst invullen. Ook hier moesten de geïnterviewden scores invullen. De uitkomst: 41 procent van de bewoners is in zekere mate slachtoffer van pesten.

En, klopt het?

De scriptie bevat veel onduidelijkheden. Zo is niet bekend wat de definitie van pesten is en of alle indicatoren van pesten onder de elf uitspraken vallen die ouderen kregen voorgelegd. Daarnaast is het onduidelijk hoeveel verplegend personeel Trompetter heeft gesproken. Volgens de verzorgers zou 41 procent van de ouderen gepest worden. Hoe Trompetter bij dit cijfer is komt, is onbekend. Wel wordt duidelijk dat de ouderen de incidenten zelf niet als pesten ervaren.

Dan de steekproef. Trompetter vertelt dat de zes zorgcentra in een straal van 1,5 uur bereikbaarheid met het openbaar vervoer „voor mij als student” rondom Nijmegen lagen. Nederland telt rond de 1.300 zorgcentra en daar wonen 130.000 ouderen. Het is discutabel om te concluderen dat zes centra in het oosten van het land, met in totaal 121 geïnterviewde ouderen, representatief zouden zijn voor heel het land.

Daarnaast bevat de studie kleine aantallen. 23 mensen hebben iets meegemaakt. Hoeveel zegt dat over de 130.000 mensen in Nederlandse verzorgingshuizen?

En: wat hebben de 23 ouderen meegemaakt? We weten dat ze op minstens een van de elf uitspraken positief hebben geantwoord. Maar op hoeveel stellingen een ondervraagde positief heeft gereageerd en met welke score (een keer per maand of meerdere malen per week), is onbekend. De één op vijf is dus tot stand gekomen door meldingen van 23 ouderen samen te voegen. Er is geen onderscheid gemaakt in de ernst van incidenten of de hoeveelheid aan incidenten. Stel dat één senior op één vraag ja zegt, namelijk: ‘Sommige medebewoners negeren mij expres en zeggen geen gedag in de gang’. En stel dat deze senior heeft gezegd dat hem/haar dat ooit één keer is overkomen. Dan maakt deze persoon dus al deel uit van de 23 ‘slachtoffers’.

De exacte scores ontbreken en Trompetter geeft ze niet. Wel heeft ze een samenvatting gestuurd. Van de 23 mensen zijn er tien die minstens een 3 of 4 scoorden op minstens één vraag (dat ze minstens een keer per week minstens een negatieve ervaring hadden). Daarnaast zijn er zes die juist op minstens vier of meer gedragingen een 2 of hoger scoorden. Trompetter: „Zij ervaren dus vrij veel verschillende negatieve bejegeningen, maar soms met een wat lagere frequentie. Er blijft dus een groep van ongeveer 7 mensen over die zich sporadisch slachtoffer voelt.”

Een andere probleem is dat deze zelfrapportages geen antwoord geven op de vraag of er daadwerkelijk sprake is geweest van pesten: als iemand een andere bewoner niet groet op de gang, hoeft er nog geen opzet in het spel te zijn. In dat opzicht meten de vragen eerder wantrouwen en achterdocht dan pesten.

Conclusie

Regelmatig melden media dat één op de vijf ouderen weleens slachtoffer is van pesterijen. Maar er zijn veel vraagtekens te plaatsen bij het onderzoek waarop deze bewering is gebaseerd. Zo zijn de ervaringen van 23 ouderen bij elkaar gevoegd, zonder onderscheid te maken in de ernst van de pesterijen. Bovendien ontbreken de precieze scores. Daarnaast is de representativiteit twijfelachtig, er zijn slechts zes zorgcentra in de omgeving van Nijmegen bezocht. Daar zijn 121 ouderen ondervraagd. Zij werden geïnterviewd over pesten, terwijl de precieze definitie daarvan onduidelijk bleef. Mensen die rapporteerden ooit genegeerd te zijn, werden ook geschaard onder ‘gepest’. Bovendien gaat het hierbij om een subjectieve beleving. Of er sprake was van opzet blijft onduidelijk.

Al met al beoordeelt next.checkt de uitspraak dat één op de vijf ouderen in Nederland slachtoffer is van pesterijen als ongefundeerd.