'De Tate biedt een vorm van troost'

Volgens Chris Dercon, directeur van Tate Modern, is de nieuwe museumbezoeker geen consument meer maar deelnemer. „Er is een enorme zucht naar participatie.”

We moeten ongeveer achter de letter H zitten. Op de buitenkant van Tate Modern staat in grote letters de boodschap ‘See Hirst for free and become a member – join today’. Binnen, in de East Room op de bovenste verdieping van het museum, zitten Nick Serota, directeur van alle Tates, Chris Dercon, directeur van Tate Modern, en een aantal curatoren. Ze beantwoorden vragen van journalisten over de Tanks, de ondergrondse uitbreiding van de Tate in twee olieopslagplaatsen, waar later het nieuwe gebouw van Herzog en De Meuron op gezet zal worden. Tussen de gereserveerde Britten valt het enthousiasme van Chris Dercon op. Als hij praat, danst hij bijna, hij trakteert op oneliners en is niet bang voor grote woorden. „Het museum is een ruimte waarin alles mogelijk is.”

Een jaar geleden trad Dercon aan als directeur van Tate Modern, het museum voor moderne kunst aan de Thames dat twaalf jaar na de opening niet meer uit Londen is weg te denken; de Tate is met ongeveer 5 miljoen bezoekers per jaar het best bezochte museum voor moderne kunst ter wereld. In Dercons werkkamer op de eerste verdieping van de voormalige elektriciteitscentrale hangt een kopie van een briefje aan de Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein, niet van, maar aan: het is de in haar eigen stijl gestelde afwijzing door een uitgever van het manuscript dat ze in 1912 naar hem stuurde: ‘I am only one, only one, only one. Only one being, one at the same time. Not two, not three, only one’. „Ik lees dat elke dag”, zegt Dercon.

Is in het museum alles mogelijk?

„In de Tate zijn we natuurlijk verwend. We hoeven het publiek niet binnen te halen. De luxe van Tate Modern is dat het publiek toch wel komt. De Tate is een openbare ruimte die sexy is, sappig, het geeft mensen een gevoel van euforie. Daar kun je als directeur elegant misbruik van maken.

„Het interessante van de Tate is dat hier alles door elkaar loopt: er zijn grote publiekstentoonstellingen zoals die van Damien Hirst en kleine presentaties over bijvoorbeeld Afrikaanse documentaires. En ook daar is het druk. Die twee soorten vullen elkaar aan. Het heel grote kan niet zonder het heel kleine.”

Wat wordt nog meer mogelijk in de Tate?

„Met de Tanks is er eindelijk een eigen plek gecreëerd voor theater en film, voor dans en performances. Wij zijn het eerste museum dat daar permanent een eigen ruimte voor heeft. Er is in het verleden veel van dit soort kunst aangekocht en die kan nu eindelijk goed getoond worden. Andere instituten, zoals het filminstituut of het ICA, zijn niet bang dat we alles opslokken. We gaan samenwerken. De Tanks komen ook voort uit de toegenomen behoefte van het publiek om niet alleen naar kunst te kijken, maar om een actievere rol te spelen. De Tanks zijn een ruimte voor social play.”

Om wat voor kunst gaat het dan? Naar een voorstelling kun je ook alleen maar kijken en luisteren.

„Het gaat erom samen ergens te zijn, samen iets mee te maken. Dat gevoel is bij een live performance belangrijker dan bij een tentoonstelling. En soms gaat het nog verder. Er is echt een ongelooflijke zucht naar participatie. Bij de tentoonstelling van Marina Abramovic in het MoMA in New York was de performance waar het publiek aan mee kon doen, door tegenover Marina aan een tafel te zitten, een waanzinnig succes. Aan sommige kunstwerken in de Tanks zal het publiek ook een actievere bijdrage kunnen leveren. Bijvoorbeeld aan het werk van Haegue Yang, Dress Vehicles, waarbij bezoekers hun eigen performance kunnen creëren door zijn mobiele sculpturen te verplaatsen. En in oktober komt er een ‘family action’, een project waarbij 5.000 mensen een stuk 16mm-film kunnen bewerken. De resultaten worden allemaal tegelijk op de ronde muren van de tank geprojecteerd, een kunstwerk met de massa als maker. In de Turbine Hall komt deze zomer een project van Tino Sehgal, een kunstenaar wiens werk volledig bestaat uit interactie met het publiek.

„Door na te denken over performance kun je oudere kunst ook weer op een nieuwe manier bekijken. In november komt bijvoorbeeld A Bigger Splash, een tentoonstelling met werk uit de collectie waarin het performatieve karakter van de schilderkunst wordt onderzocht, met werk van onder meer David Hockney en Jackson Pollock. Action painting! Ook de shooting pictures van Niki de Saint Phalle zullen er te zien zijn.

Is die voorkeur voor ‘live events’ een reactie op onze nieuwe wereld, waarin je juist dingen kunt meemaken zonder daadwerkelijk aanwezig te zijn?

„Tate Modern heeft nog een nieuwe poot in het leven geroepen: de BMW Tate Live Performance Room. Elke maand zal een kunstenaar in de Tate een performance uitvoeren die uitsluitend via het web te volgen is. De eerste was in maart door Jerome Bell. Kijkers kunnen meteen reageren op Twitter, Facebook of via het YouTube-kanaal van de Tate. Voor de kunstenaars is dat directe commentaar van het publiek even wennen. ‘Waarom gaat het zo langzaam’, vroeg iemand aan Jerome Bell. Dat commentaar geven willen mensen nu ook in de echte wereld. Het zijn geen consumenten meer, maar deelnemers.”

U bent museumdirecteur geweest in Amerika, Nederland, Duitsland en nu in Engeland. Wat is het verschil?

„De vergelijking is niet zo makkelijk te maken omdat de tijden veranderen. In Nederland en Duitsland is nog wel sprake van sociale cohesie, al speelt Nederland geen eerste viool meer op het gebied van cultuur. De cultuur is in het defensief gedrongen, al gebeuren er nog wel mooie dingen, zoals de opvoeringen van de Münchner Kammerspiele met Johan Simons. En de Koreaanse kunstenaar Sung Hwan Kim, die in juli een grote installatie maakt in de Tanks, is opgeleid aan de Rijksakademie. Ik ben altijd benieuw wat Charles Esche in het Van Abbemusuem doet en nu ook naar wat er in het nieuwe filmmuseum gebeurt. Duitsland heeft nog een echte Bildungskultur. In Londen is juist de honger naar nieuwe dingen opvallend. Men is hier niet bang voor prikkels. Maar de ongelijkheid, het verschil tussen arm en rijk is hier veel groter. Scholen kosten ontzettend veel geld. Toen ik hier kwam was ik echt geschokt. Gebeurtenissen zijn moeilijk te duiden. Zie ik op straat een drugsdeal of is het toch een fashion shoot?

„Ik zie Tate Modern als een soort vrijhaven. Het is een van de weinige plekken die tegenwicht bieden aan het leven in de metropool. Het is een vorm van troost. De spelende mens (homo ludens) van de swinging sixties was al vervangen door de werkende mens (homo faber) in de tijd van Thatcher. Nu is er de homo precarius, de onzekere mens. Vooral de creatieve klasse, al die kunstenaars, designers, dj’s, doet aan een soort zelfexploitatie.”

Hoe past een tentoonstelling als die van Damien Hirst in de Tate? In de Turbine Hall is een aparte ruimte om zijn diamanten schedel te aanbidden.

„Damien Hirst is een van de sterkste kunstenaars van zijn generatie gebleken, maar de meeste mensen kennen zijn werk alleen van reproducties. Net als Maurizio Cattelan of Murakami is hij een trickster, een schelm. Conflicten over kunst moet je juist tonen in een museum. We moeten bewust werken met contradicties: tussen grote en kleine kunst, tussen financiële en esthetische waarden, kunst van dode en levende kunstenaars, uit westerse en niet-westerse culturen. We doen ook veel aan educatie. En hier gaan de vragen niet over kunst, maar wordt kunst gebruikt voor vragen over het leven, over multiculturalisme, over werk, over leeftijd. Toen de rellen hier afgelopen zomer in Londen waren, hadden we binnen twee weken een historisch filmprogramma over rellen in Londen.”

Zijn musea nog wel nodig nu we reproducties hebben als die in het Google Art Project?

„Kunstenaars hebben nu juist veel interesse in ambachtelijkheid, in textiel en keramiek. Handwerk. Denk aan een kunstenaar als Richard Tuttle, of aan de textielgeschiedenis van Seth Siegelaub. Dat ik daar oog voor heb, is mijn erfenis uit het Boijmans; ze hadden daar een schitterende collectie kunstnijverheid. We zijn nu ook allemaal kleine antropologen. De Tate breidt zijn collectie fors uit met werk uit Zuid-Amerika en Afrika.

„Vroeger controleerde het museum alle informatie over kunst. Dankzij internet ligt dat nu veel meer open. Het museum is nu een selectiemachine. Ik houd van alle betekenissen van het woord curator. Het betekent zowel selecteren als zorgen voor, genezen. Wij zorgen. Dat is een mooie gedachte.”