De gezichten van Ciudad Juárez

Vele honderden vrouwen zijn sinds 1990 vermoord in de Mexicaanse stad Ciudad Juárez. De expositie ‘400 Women’ in Halfweg geeft hun een gezicht.

Maria Elena

Claudia, Maria, Barbara, Rosa, Erika, Perla, weer Maria, weer Rosa, Yesenia, Gloria, Veronica, Juana, de lijst klinkt als een catalogus van namen eindigend op een a. Af en toe staat er een Lourdes, een Mirabel, een Miriam tussen, maar meestal is er aan het eind die a. Meisjesnamen dus.

Op deze lijst staan er 175, en ze behoren allemaal toe aan een vrouw of meisje dat vermoord is in de Mexicaanse stad Ciudad Juárez. Daar is sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw sprake van een feminicide. Elk jaar verdwijnen er honderden vrouwen in deze stad aan de grens met de Verenigde Staten. De meesten waren tussen de 15 en 25 jaar oud. Velen zijn afkomstig uit andere delen van Mexico en werken daar in fabrieken, vooral in de maquiladoras, Mexicaanse vestigingen van Amerikaanse bedrijven. De Mexicaanse politie en justitie zijn er door Amnesty International en andere actiegroepen vaak van beschuldigd zich niet genoeg in te zetten om de moorden op te lossen. Ciudad Juárez, dat aan de Rio Bravo ligt tegenover de Amerikaanse stad El Paso, wordt ook geteisterd door drugsgeweld. Het is een van de steden met het hoogste aantal moorden ter wereld, een paar duizend per jaar. Als oorzaak van de feminicide wordt vaak de combinatie van armoede, criminaliteit, corruptie, en het Mexicaanse machismo genoemd.

De feminicide in Ciudad Juárez is al een paar keer in de kunst terecht gekomen. De moorden spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol in de roman 2666 van de Chileens-Spaanse schrijver Roberto Bolaño, die in 2004 verscheen. In 2006 speelden Jennifer Lopez en Antonio Banderas in Bordertown. En nu is er ‘400 Women’, een tentoonstelling van 175 portretten van vermoorde of vermiste vrouwen, samengebracht in een installatie van de Britse kunstenaar Tamsyn Challenger. De tentoonstelling was in 2010 te zien in Londen en in 2011 in Edinburgh. Vanaf 4 mei zullen de portretten te zien zijn in Sugar City in Halfweg.

De 35-jarige Tamsyn Challenger schilderde de portretten niet zelf. Ze wilde een zo divers mogelijke tentoonstelling maken, vertelt ze per e-mail. „Ik wilde dat elk portret, elke vrouw of meisje, vertegenwoordigd zou worden door een uniek werk, en dat zou niet mogelijk zijn geweest als ik ze allemaal zelf had gemaakt.” Aanleiding voor het project was een ontmoeting die Challenger in 2006 had in Mexico met een moeder van een vermist kind. „In 2006 ontmoette ik tijdens een vakantie in Mexico Consuelo Valenzuela, de moeder van Julieta Marleng Gonzalez Valenzuela, die verdween in 2001. De schaamte die ik voelde toen ik zo snel mogelijk van haar af probeerde te komen en de verwarring waarin ik verkeerde omdat ik het gezicht van haar dochter niet echt kon zien op het slecht gereproduceerde kiekje op een briefkaart die ze in mijn handen drukte, brachten me tot dit project. Ik wilde Julieta en de andere vrouwen weer een gezicht geven.”

Aan het project doen kunstenaars uit verschillende landen mee, waaronder Groot-Brittannië, Mexico en Nederland. Challenger ziet het project als een conceptueel kunstwerk waarin de kunstenaars elk een vrouw vertegenwoordigen. Ze zocht portrettist en geportretteerde bij elkaar op basis van een vermeende overeenkomst, al kon die zo vaag zijn als het hebben van dezelfde initialen. Verder was het enige gegeven waar de kunstenaars rekening mee moesten houden de maat: elk portret meet ongeveer 35 bij 25 cm, zo groot als een retablo, een icoon van een heilige uit de Katholieke Kerk in Mexico.

De meeste portretten op de tentoonstelling zijn figuratief. De kunstenaars kregen een of meerdere foto’s van het meisje dat hij of zij moest afbeelden, en als het er was een politierapport. Als er geen foto bestond, zijn de letters van de naam als uitgangspunt genomen voor het portret.

Challenger hoopt dat de tentoonstelling uiteindelijk ook in Ciudad Juárez zelf te zien zal zijn. Ook is er belangstelling uit Amerika. Maar Challenger gaat niet op elk voorstel in, want ze vindt de manier waarop de portretten getoond worden van groot belang. In Londen gebeurde dat in de kelder van Shoreditch Town Hall, in Edinburgh in een verlaten schoolgebouw. De oude suikerfabriek in Halfweg vindt zij een goede opvolger. „De indrukwekkende rauwe ruimte reflecteert de sfeer van de assemblagefabrieken in Ciudad Juárez, waar veel van de vermoorde en vermiste vrouwen werkten”, zegt Gerty van Styrum, de Nederlandse organisator van de tentoonstelling.

400 Women is geen verkooptentoonstelling. De expositie is volgens Challenger vooral bedoeld als een aanklacht tegen geweld tegen vrouwen. „Ik wilde portretten creëren van sterke jonge vrouwengezichten. Ik wilde hen van statistieken weer individuen maken. Samen vormen de gezichten een soort leger dat in opstand komt tegen wat er met hen gebeurd is.”

De tentoonstelling heet 400 Women – dat is het aantal vermoorde vrouwen dat Amnesty lang hanteerde voor de feminicide in Ciudad Juárez. Het aantal is nu al veel groter. Daarnaast zijn er nog duizenden vrouwen die worden vermist – hun lichamen zijn nooit gevonden. Ook Tomasa’s, Rebecca’s. Rosina’s, Cecilia’s, Marta’s, Diana’s, Lupita’s, Paloma’s, Griselda’s. De 175 vrouwen van 400 Women zijn toch niet alleen zichzelf, ze staan ook voor al die andere vrouwen.

Van 4 t/m 16 mei 2012 in Sugar City, de oude Suikerfabriek in Halfweg. (Haarlemmerstraatweg 7, Halfweg). Voor meer informatie 400women.tumblr.com of www.brush.nu