De beste jaren van Anavra

Bergdorp Anavra houdt Griekenland, waar zon- dag verkiezingen zijn, een spiegel voor. In het land is het kommer en kwel, maar de kleine gemeenschap floreert dankzij succesvolle boerenbedrijven en energieproductie. Het geheim? Kloeke prioriteiten en eerlijk bestuur.

Augustus 2010. Het toeristenseizoen loopt ten einde. In Kinidaros, een dorp op het Griekse eiland Naxos, maakt supermarkteigenaar Spyros Makri-yannis de balans op.

De marmergroeven rondom het dorp liggen al geruime tijd stil door de wereldwijde teruggang in de bouw. Zijn supermarkt is te ver van het strand om toeristen te trekken. De kosten stijgen, onder meer door de hogere belastingen en brandstofprijzen. Rekeningen hopen zich op. De ene na de andere buurman vertrekt richting hoofdstad Athene, waardoor Makriyannis nog minder omzet.

„Toen ben ik hem gesmeerd”, vertelt Makriyannis opgewekt in de schaduw van een boom op het dorpsplein van Anavra, een bergdorp in het hart van Griekenland, zo’n veertig kilometer boven de stad Lamia. Een paar maanden eerder had de kleine ondernemer, nu 35 en vader van twee, op de Griekse tv een reportage gezien over Anavra. Daar wilde hij heen!

Anavra geldt in Griekenland als een uitzonderlijk succesverhaal. Het plaatsje, waar in de winter vierhonderd Grieken wonen en in de zomer drie keer zo veel, laat zien dat het in Griekenland ook anders had gekund. Anavra, een bloeiende agrarische gemeenschap en energie exporteur, houdt de rest van Griekenland een spiegel voor.

De weg het dorp uit leidt naar een park met 25 windmolens. Het is aangelegd door een Spaans bedrijf, dat het dorp in ruil daarvoor jaarlijks 100.000 euro betaalt. De aanbesteding van nog twee energieparken loopt. Bij de bron van de rivier Enipeas, net buiten het dorp, is een educatief park ingericht dat binnenlandse toeristen trekt.

Terwijl Griekenland steeds afhankelijker is geworden van import, ook van landbouwproducten, en worstelt met een chronisch scheve handelsbalans, geldt voor Anavra het omgekeerde. Het dorp produceert. Vooral vlees van koeien, varkens en geiten en energie.

Energie, landbouw, voedingsmiddelen en toerisme zijn nou net vier van de vijf economische pijlers waar Griekenland, volgens een rapport van eind 2011 van het werkgeversverbond SEV, groei en banen kan genereren.

Anavra, waar het inkomen per hoofd ongeveer het dubbele is van het Grieks gemiddelde van ongeveer 21.000 euro, doet het overduidelijk goed. Maar het oogt niet rijk. De huizen zijn bescheiden. Het is een afgelegen gemeente, een landbouweconomie, waar alles draait om het slachthuis.

Langs de weg grazen koeien en geiten, die af en toe op hun gemak oversteken. Een jonge herder zit met een mobiele telefoon aan zijn oor op een steen. De school en de (gratis) sportzaal zijn modern. Er is een bibliotheek en er woont een dokter. Er zijn plannen voor een verbrandingsinstallatie voor biomassa die water verwarmt.

Hoewel het dorp in de winter vaak moeilijk bereikbaar is door twee meter sneeuw, blijven mensen in Anavra en wordt er nieuw gebouwd. Ook dat staat haaks op de trend, want het platteland is de afgelopen decennia in hoog tempo ontvolkt. Bijna de helft van de 11 miljoen Grieken woont inmiddels in de hoofdstad Athene. Tegelijkertijd is het platteland verwaarloosd. In 1995 was de landbouw nog goed voor bijna 10 procent van de totale productie, inmiddels nog maar voor 4 procent.

Sinds de gemeentelijke herindeling van 2010 valt Anavra onder de gemeente Almyros en is de partijloze burgemeester die van de inwoners krediet krijgt voor een groot deel van het succes, werkloos. Dimitris Tsoukalas houdt zich nu fulltime bezig met het adviseren van andere Griekse gemeenten en geeft lezingen over zijn aanpak. „Als andere regio’s hetzelfde hadden gedaan als wij, dan zaten we nu misschien niet in een crisis”, zegt hij.

Het geheim van zijn succes klinkt als een schoolboekje goed bestuur voor beginners. „Na de verkiezingen in 1991 inventariseerden we alle problemen, stelden prioriteiten en werkten ze een voor een af”, somt hij op aan de keukentafel in zijn woning in het centrum van het dorp. „Er was hier niets, alleen huizen en modder.”

De moeilijkste klus was boeren ervan te overtuigen dat het vee en de stallen op afstand moesten worden gezet. Iedereen hield zijn koeien bij huis. Gemakkelijk bij te voeren in de winter, lekker warm als je er boven woonde. „Het stonk enorm en was onhygiënisch.” Inmiddels liggen op de berghellingen rond Anavra vier grotere collectieve boerderijen en zijn de wegen bestraat en schoon.

Voor het gemeentelijk slachthuis, met een aparte lijn voor biologisch vlees, is gebruik gemaakt van Europese subsidies. Hetzelfde geldt voor de in de jaren negentig aangelegde weg richting Volos. In totaal heeft Anavra in de loop der jaren zo’n twintig miljoen euro aan Europese subsidie gekregen, schat Tsoukalas. Dat is exclusief de landbouwsubsidies die naar individuele boeren gaan. „Zonder Europese gelden was dit niet mogelijk geweest.”

Het geld is gebruikt voor infrastructuur en schaalvergroting. „Zoals het bedoeld is”, zegt boer, slager en ouzeri-eigenaar Nikos Tsantouzis, een zakelijke man met een grijze snor in een groene bodywarmer. „Dankzij een eerlijk bestuur, dat het geld niet gebruikte voor een mooie auto of Olympische Spelen.” Tsantouzis praat zelfbewust over zijn product. De dieren lopen hier negen maanden van het jaar vrij buiten door de bergweiden. „Het vlees is puur.” Op de gril achter hem liggen de koteletten van zijn eigen varkens te sissen.

Met de sinds 1988 voor Griekenland (en andere landen) op de begroting van de Europese Unie gereserveerde gelden – in ambtenarenjargon de ‘pakketten’ – is een apart taaltje gegroeid, dat alleen Grieken begrijpen. Fagane ta paketa, ze hebben de pakketten opgegeten, zeggen ze over bestuurders die het geld niet in de ontwikkeling van het land hebben geïnvesteerd, maar verspild of in eigen zak gestoken. Hetzelfde geldt voor veel boeren. Heb je al met de paketatzides gesproken, sneert een succesvolle agrarisch ondernemer over collega’s die in subsidies de oplossing voor al hun problemen zijn gaan zien.

Terwijl Anavra zich zo ontwikkelde, ging Griekenland een andere kant op. Ouders die zelf van het platteland kwamen, deden alles om hun kinderen naar de universiteit te sturen. Bijstelling voelt voor veel Grieken die in de stad wonen en hoog opgeleid zijn als achteruitgang. Anavra is dan ook geen ideaalbeeld dat Griekse politici hun kiezers in de campagnes voor de verkiezingen van zondag voorschotelen.

De politici die nu campagne voeren hebben de woorden ‘economische groei’ allemaal voorin de mond. Iedereen is het erover eens dat het land meer moet produceren en minder moet importeren.

De partijen laten zich rangschikken naar de mate waarin ze zich schikken naar de harde realiteit en het al ingeslagen pad van internationale kredieten, vergaande bezuinigingen en verlagingen van lonen en pensioenen. De idee daarachter is dat Griekenland jarenlang boven zijn stand leefde en nu terug moet weer om concurrerend te worden.

Veel mensen verzetten zich tegen die redenering en de ingrijpende sociale gevolgen – „ze willen dat we teruggaan naar het niveau van Bulgarije of Roemenië” –, maar in de programma’s van de partijen zijn weinig alternatieven te vinden. Overtuigende visies van hoe Griekenland er over tien of twintig jaar bij zou moeten liggen, ontbreken, klagen burgers, die graag willen horen dat hun lijden ergens toe leidt.

Alle partijen willen het bestaande ‘Memorandum’, de afspraken met de Europese Unie en het Internationaal Monetair Fonds, openbreken. De conservatieve partij Nieuwe Democratie, die vermoedelijk het grootst wordt, zet in op belastingverlagingen om de economie te reanimeren en investeerders te trekken. Ook is de partij voorstander van privatiseringen. De socialistische partij Pasok wil onderhandelen over meer tijd om het al afgesproken programma uit te voeren.

Anavra is nu een oase in een land dat nu voor het vijfde opeenvolgende jaar in recessie is. De gestegen belastingen, solidariteitsheffingen en accijnzen zijn ook hier voelbaar, het pensioen van de burgemeester, die vroeger voor het energiebedrijf werkte, is bijna gehalveerd (van 2.300 naar 1.200 euro per maand). Maar voor het overige gaat de crisis aan de inwoners voorbij.

Alleen een goede supermarkt, die hadden ze nog niet, vertelde de burgemeester op tv. Meer aansporing om zijn boeltje op Naxos te pakken had Spyros Makriyannis niet nodig. Aan initiatief ontbreekt het hem niet. Hij werkte nog een blauwe maandag voor Boedelbak in Nederland. Inmiddels woont hij met vrouw en kinderen boven de kleine winkel in Anavra.

Makriyannis hoopt, zegt hij, nooit meer weg te gaan. Behalve ruimte voor een supermarkt kreeg hij een deeltijdbaan als ranger in het natuurgebied bij het dorp en een stukje grond, waarop hij nu konijnen en kippen houdt voor de eieren en het vlees. „2011 en 2012 zijn tot nu toe de beste jaren in mijn leven.”

‘Ik ben mijn baan kwijt. Ik ben alles kwijt’

„Wat ik van de economische crisis merk? Ik ben mijn baan kwijt, ik ben alles kwijt.”

Nick Boudas (54), broodbezorger, poseert nabij het dorp Filiatra.

„Wat ik van de economische crisis merk? Ik ben mijn baan kwijt, ik ben alles kwijt.”

‘Ik deel mijn taxi nu met mijn zoon’

Dasalakis Theodoros (60), taxichauffeur, poseert voor zijn taxi in de haven van Athene.

„Wat ik van de economische crisis merk? Ik deel de taxi met mijn zoon, zodat we 24 uur per dag onze diensten kunnen aanbieden.”

‘Ik merk nauwelijks iets van de crisis’

Christina Tchatchou (30), actrice/zangeres, poseert in haar slaapkamer in Athene.

„Wat ik van de economische crisis merk? Nauwelijks iets, omdat ik voordien ook vrijwel niets verdiende. Maar ik heb wel minder werk.”

Marloes de Koning