Bedenk zelf maar wat je niet ziet

Play

Regie: Ruben Östlund. Met: Yannick Diakité, Kevin Vaz, Abdiaziz Hilowle, John Ortiz. ***

In het openingsshot van Play claimen vijf zwarte jongens de mobiele telefoon van een blank jongetje. Ze zeggen dat het mobieltje eerder gestolen is van het broertje van een van hen. Als de blonde jongen protesteert, nemen de vijf hem en zijn twee vriendjes op sleeptouw. Op zoek naar het broertje, de enige die uitsluitsel kan geven. Wat volgt is een lange tocht naar een buitenwijk van Gotenburg. Een hellevaart die de Zweedse regisseur Ruben Östlund in lange camera-instellingen toont. De drie worden getest, getergd en uitgedaagd. In een fraaie maar kwellende scène moet een jongetje zich honderd keer opdrukken, dan mag hij weg. De blanke jongens voelen zich zeer geïntimideerd. Eentje schijt in zijn broek van angst, een ander probeert te ontsnappen.

Östlund geeft weinig contextuele informatie over wat je nou eigenlijk ziet. Zijn afstandelijke stijl maakt meeleven ook lastig. Play is daardoor meer sociale antropologie dan meeslepende cinema. Wel geeft zijn belangrijkste stijlmiddel een aanwijzing over zijn thema. Hij gebruikt heel precieze uitsneden waarbij zijn camera nauwelijks beweegt. De jonge amateur-acteurs verdwijnen soms uit beeld, maar we horen ze wel. Wat gebeurt daar? Je ziet het niet, maar gaat als toeschouwer toch invullen wat er zich wellicht buiten je gezichtsveld voltrekt. Net zoals er in de maatschappij dingen passeren waar je niet precies het fijne van weet, maar vaak wel een (voor)oordeel over hebt. De slachtoffers van de vooroordelen kunnen dat ook weer gebruiken. In een grappige scène zingt een groepje in kleurige etnische kledij uitgedoste indianen een liedje. Zij weten: als we onze etniciteit flink overdrijven, vangen we meer geld.