Altijd eerst vechten en dan overleggen

De Veiligheidsraad van de VN heeft gisteren gedreigd met sancties als de twee Soedans hun strijd niet stopzetten. In de regio komen nu vredesmissies op gang.

Vechten om beter te kunnen afdingen aan de onderhandelingstafel. Het hoort al langer bij het conflict in Soedan. Zuid-Soedan en Soedan leveren sinds enkele dagen slag langs hun grenzen maar ook dit keer hoeven de schermutselingen niet tot een grootschalige oorlog te leiden. Achter de schermen heeft er overleg plaats, de Afrikaanse Unie (AU) eist onmiddellijke stopzetting van de strijd en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties dreigde gisteren met sancties.

Nog verenigd in één land lagen de zwarte zuiderlingen en de goeddeels gearabiseerde noordelingen constant met elkaar overhoop. Strijden en overleggen vormden toen al onderdeel van dezelfde strategie. Soedan bezette in mei vorig jaar het omstreden grensgebied Abyei, verdreef de zwarte bevolking en liet gearabiseerde nomaden hun plaats innemen.

Geconfronteerd met dit fait accompli moesten de VN wel akkoord gaan met de eis van Khartoum om er een vredesmacht van 3.800 Ethiopische soldaten te stationeren. Vanuit een sterke positie kan Khartoum nu aan overleg over Abyei beginnen.

Zuid-Soedan probeerde eenzelfde tactiek met het gebied Heglig. In samenwerking met een coalitie van Soedanese rebellengroepen bezette het Zuid-Soedanese leger twee keer in de afgelopen maand Heglig. Juba kondigde aan alleen te vertrekken als de VN soldaten zouden sturen. Maar het riep met de invasie van Heglig de woede van de VN over zich af die het een illegale bezetting noemden.

Zuid-Soedan had op het cruciale moment geen ambassadeur bij de VN gedetacheerd om zijn gelijk te bepleiten. Het Zuid-Soedanese leger trok zich terug en vicepresident Riek Machar erkende gefaald te hebben in het diplomatieke spel rond Heglig.

Het jonge Zuid-Soedan komt nog wat stuntelig maar steeds zelfverzekerder over. Het psychologische voordeel ligt aan zijn zijde. Khartoum voert oorlog in de regio’s Darfur, in Blue Nile, in de Nubabergen en aan de grens: de bevolking is oorlogsmoe. De Zuid-Soedanese regering heeft het makkelijker. De zuiderlingen vochten sinds het vertrek van de Britten in 1956 tegen „de Arabieren in het noorden”, tegen de jalaba’s, de mannen in de lange witte jurken. Die diep gewortelde haat valt in de huidige strijdgemakkelijk te prikkelen door de regering in Juba.

Juba profiteert van de benarde positie waarin de Soedanese president Omar Hassan al-Bashir verkeert. Zijn leger incasseerde zware verliezen in Heglig – honderden soldaten werden gedood – zijn officieren verafschuwen het op vele fronten tegelijk te moeten vechten. Zijn steun onder Arabische landen brokkelt af en in de gelederen van zijn Nationale Congrespartij worden de messen geslepen om hem af te zetten. Soedans economie krimpt en de tekorten aan consumptiegoederen leidt tot onvrede in de straten van de hoofdstad.

Beide landen munten uit in oorlogsretoriek voor binnenlandse consumptie. Bashir voorspelde vorige week dat „dit conflict eindigt in Juba of in Khartoum”. In andere woorden: beide landen streven naar omverwerping van de regering in hun buurland. „We moeten opnieuw Heglig bezetten, evenals alle andere grensgebieden”, zei vanochtend per telefoon vanuit Zuid-Soedans hoofdstad Juba een adviseur van president Salva Kiir. „Alleen als de Afrikaanse Unie snel met een oplossing komt kan een grote oorlog worden vermeden.” Oeganda voerde vorig week de temperatuur verder op met zijn aankondiging militair te zullen interveniëren aan de zijde van Zuid-Soedan in het geval van een grote oorlog.

Bij de gevechten horen de gesprekken achter de schermen. Er komen in de regio vredesmissies op gang. Zuid-Soedan uitte zich onlangs ontevreden over de bemiddelingsrol van de voormalige Zuid-Afrikaanse president Mbeki, die namens de AU onderhandelt.

Juba en Khartoum landen gaan mogelijk wel akkoord met bemiddeling door het regionale statenverbond Igad, waardoor regionale grootmachten als Ethiopië en Kenia een belangrijke rol krijgen. Igad bewerkstelligde in belangrijke mate het akkoord van 2005 dat vorig jaar tot Zuid-Soedans onafhankelijkheid leidde.

Bij scheidingsperikelen nemen emoties toe ten koste van rationaliteit. De oplopende spanningen waren vrijwel onvermijdelijk. De boedelscheiding na Zuid-Soedans onafhankelijkheid op 9 juli was niet geregeld, over vrijwel alle zaken bestaat nog onenigheid. Er bleef bijna een half miljoen Zuid-Soedanezen achter in Soedan en hun status is onduidelijk. De grensgebieden Kafia Kingi, Abyei en Heglig blijven omstreden.

De olievelden kwamen goeddeels in Zuid-Soedan te liggen, maar Khartoum en Juba konden het niet eens worden over de prijs voor gebruik van de olie-infrastructuur in Soedan. Alle olieproductie ligt nu stil en de inkomsten drogen op. Juba en Khartoum gokken er beide op dat de tegenstander als eerste bezwijkt onder financiële tekorten.