Afvalverwerker ruziet over nieuwe sanering

Bij afvalverwerkingsbedrijf Van Gansewinkel wordt ruzie gemaakt over de strategie. Na het vertrek van de topman liggen nu de commissarissen dwars. De reden: hoe hard kun je saneren in een bedrijf?

Eens houdt het snijden op, eens wordt bij een sanering de grens van het incasseringsvermogen van de onderneming bereikt. Maar wanneer? Waar houdt het afslanken op en begint de anorexia nervosa? Wanneer gaat het snijden in het vlees van de eigen organisatie zó ver, dat van automutilatie sprake is, van onverantwoorde zelfbeschadiging?

Dat is de cruciale vraag die bij afvalverwerker Van Gansewinkel tot een diepe bestuurscrisis heeft geleid. De Van Gansewinkel Groep (6.400 werknemers, 1,2 miljard omzet) is de grootste afvalverwerker van Nederland en van België. De raad van bestuur halveerde vorige maand. Bestuursvoorzitter Ruud Sondag en collega Diederik Gijsbers stapten op wegens „een verschil van inzicht over het te voeren beleid”.

Achter die bekende zinsnede blijkt een diep conflict binnen de onderneming schuil te gaan dat ook de raad van commissarissen verdeelt: moet er na drie saneringsrondes in de afgelopen vijf jaar opnieuw hard bezuinigd worden, of niet?

Om kort te gaan, de ontevreden aandeelhouders, die ook in de raad van commissarissen zijn vertegenwoordigd, vinden van wel. Werknemers, de opgestapte bestuurders en commissarissen die niet namens de eigenaar zijn benoemd, vinden van niet, zo stellen ingewijden. Alle direct betrokkenen weigeren op dit moment commentaar.

De Van Gansewinkel Groep werd onbetwist marktleider toen het bedrijf in 2007 zijn krachten bundelde met AVR (Afvalverwerking Rijnmond). AVR werd in 2006 door twee Angelsaksische investeringsmaatschappijen KKR en CVC van de gemeente Rotterdam gekocht. Overnameprijs: 1,4 miljard euro. Het jaar erop ging het samen met familiebedrijf Van Gansewinkel uit Brabant.

Het debuut van investeringsmaatschappijen in de afvalverwerking was opmerkelijk. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid plaatste nadien, zonder namen te noemen, vraagtekens bij de verkoop van belangrijke infrastructuur aan investeerders.

De adviseurs van de regering hebben vooralsnog geen gelijk gekregen met hun zorgen. De grootste afvalverwerker van Nederland geldt als een goedlopend bedrijf met tevreden klanten. Er zijn geen klachten over het ophalen van het vuilnis, zeg maar.

De eigenaren van Van Gansewinkel voelen zich echter minder op hun gemak. Achteraf gezien blijken KKR (33 procent) en CVC (38 procent) te veel te hebben betaald voor AVR. Aan de vooravond van overcapaciteit in de afvalverwerking stapten de investeerders deze sector in. De laatste jaren kampt de branche met prijsdruk en tarieferosie. Het noopte Van Gansewinkel zelfs om als eerste in Nederland een afvalverbrandingsoven buiten werking te zetten.

Maar het is vooral het bedrijf Van Gansewinkel zelf dat opdraait voor de miskleun van de investeerders. De overname gebeurde destijds op de klassieke private equity-manier. Dat betekent dat het bedrijf zijn eigen overname heeft betaald (de overnamesom is als schuld bij Van Gansewinkel geland) en dat er bovengemiddeld veel geld is geleend. Het resulteert in structurele verliezen als gevolg van hoge rentelasten, een flinterdun eigen vermogen en een Nederlandse fiscus die meebetaalt aan de verliezen.

In zijn laatste jaarverslag als bestuursvoorzitter kon Sondag vorige maand nog wijzen op de ruim 100 miljoen euro aan besparingen die recente saneringsrondes hebben opgeleverd. Het concern realiseert een jaarlijkse kasstroom van 250 miljoen euro. Maar alle rentelasten en andere onkosten maken het eindresultaat negatief.

Al vlak na de overname werden de aandeelhouders min of meer gedwongen om extra risicodragend kapitaal te verschaffen. Gemeenten en andere lagere overheden begonnen vragen te stellen over het negatieve eigen vermogen, dat de afvalverwerker vlak na zijn overname had opgelopen. De klanten dwongen in die zin een sterkere balans af.

Vorig jaar waren er nieuwe afspraken met de banken nodig over de 1,5 miljard schuld die Van Gansewinkel op zijn balans heeft staan. Het resulteerde in meer bewegingsruimte voor de afvalverwerker én een rentevergoeding die 1,5 procentpunt hoger is dan in de oude afspraken. Vorig jaar betaalde Van Gansewinkel 112 miljoen euro aan rente.

De in 2010 aangekondigde beursgang vond niet plaats in 2011. En die zal dit jaar ook niet plaatsvinden, zei bestuurder Yves Luca van Van Gansewinkel gisteren in de Vlaamse krant De Tijd. „De hoofdaandeelhouders hebben de beursgang naar het achterplan verschoven.”

Eerst moet er een nieuwe topman worden gevonden, en daarover is ook bonje. De bestuurder die de aandeelhouders op het oog hebben om de nieuwe sanering uit te voeren die opgestapte bestuurders weigerden, zou op weerstand stuiten bij de twee onafhankelijke commissarissen: Boskalis-topman Peter Berdowski en voormalig Vopak-bestuursvoorzitter Carel van den Driest.

Ondertussen sprokkelt de teleurgestelde aandeelhouder nog wat extra inkomsten bijeen. Bijvoorbeeld met dure leningen aan het bedrijf zelf. In het jaarverslag is het niet terug te vinden, maar er zou onlangs nog een lening aan Van Gansewinkel zijn verstrekt tegen het tarief van 21,5 procent per jaar. Het bedrijf was vanochtend niet bereikbaar voor commentaar.

Ook brengen de investeerders allerhande diensten in rekening. Voor de nieuwe financiële afspraken brachten de investeerders 2,5 miljoen euro in rekening, ieder 1,25 miljoen. Voor adviezen van Capstone, een dochter van KKR, werd ruim 8 ton betaald. En Van Gansewinkel was 1,5 miljoen euro kwijt aan vergoedingen aan een administratieve bv.