Voor de obscure culitijdschriften is eten geen voedsel, maar mode of zelfs een fetisj

Voor sommige mensen is eten mode. Hippe kookbladen gaan dan ook verder dan braaf recepten verstrekken. Modieuze culi’s zijn gevoelig voor vorm, zoeken avontuur en hemelse smaak.

Put a Egg on it, VS, 2x per jaar, Nederlandse prijs: 7,25 euro

Food is fashion for fat people. Het is een boude uitspraak, die het Britse blad Fire & Knives doet, maar er zit iets in. „Eten moeten we allemaal”, meldt het. „Sommigen van ons hóúden van eten. Sommigen zien eten en dineren als hobby. En sommigen gaan verder dan alleen interesse; voor hen is eten mode, een rage, of zelfs een fetisj.”

Zoals het modeblad in duizend gedaanten komt, van toegankelijk via couture tot streetwise, zo is het inmiddels ook met kooktijdschriften. In het Amsterdamse Athenaeum Nieuwscentrum koop je zo een stuk of acht obscure culibladen, met namen als Meatpaper, Put a Egg on it (sic) en Lucky Peach. Ze zijn doorgaans ook goed te verkrijgen via hun eigen website. Allemaal zijn het Engelstalige tijdschriften van kleine uitgeverijen, prachtig vormgegeven. De fotografie is expres korrelig, het papier mat. Put a Egg on it is zelfs volledig op groen papier gedrukt, waardoor de verzameling koperen cakeblikken van een New Yorkse ineens een bijzondere glans krijgt.

Deze ‘undergroundmags’ blijven ver van de glimmende foto’s met kerstomaatjes en lamsbouten die de covers van mainstream kookbladen sieren. Op de kaft van Meatpaper: staatsieportretten van 25 Amerikaanse presidenten, ieder met een ham in de hand. Op die van Lucky Peach wordt op een varkenspoot een menselijk lichaam getatoeëerd. Op het Australische Condiment staat een stilleven met een pot thee, een appel, een ei en een mikadostokje. „Adventures in food and form” is de ondertitel van het tijdschrift, dat inderdaad vooral om vorm draait, met rommelige foto’s waarover waarschijnlijk juist lang is nagedacht.

De man in deze bladen draagt een modieuze baard boven zijn skinny jeans, was voorheen uitgever van kunstboeken, maar is nu een schnapps-stokerij begonnen. De vrouw heeft soms nog een keukenschort aan, maar die is vormgegeven door een designer en zo mooi dat het meer een jurk lijkt.

Op het eerste gezicht lijken de tijdschriften vooral over buitenkant te gaan, maar er staan hier en daar nog goede, kritische stukken in ook. Zo schrijft Fire & Knives over de uiterste houdbaarheidsdatum – „niets meer dan een kunstgreep van Mammon, in een halfslachtige poging ons het nieuwste van het nieuwste te laten kopen” – en Lucky Peach over de moleculaire gastronomie: „Het doel van koken is niet manipuleren om het manipuleren. Het doel is hemelse smaak, en daar komt meer bij kijken dan moleculen.”

Recepten komen er nauwelijks aan te pas. Dat hoeft kennelijk niet. Want het gaat deze bladen om iets anders: de lezer moet zich onderdeel voelen van een scene, een moderne eetcultuur.

Het Canadese ACQTaste schuwt grote woorden niet: „We proberen meer te zijn dan een eettijdschrift. Liever zijn we de stem van een wereldwijde food movement.” Dus schrijft het over een jong stel in Ithaca, New York, dat „de gemeenschap probeert te veranderen door via eten de concertervaring te herdefiniëren”. Dat klinkt bijzonder, maar het is in feite gewoon een concert-aan-huis, met een goede maaltijd erbij. Niet wereldveranderend. Wel goed gefotografeerd, met hippe Iraakse en Libanese hapjes, oude platenspelers, en meisjes met strakke pony’s en rode lippenstift. „It’s like being invited to an incredible dinner party at the home of the coolest, most generous couple you know.” En dat willen we allemaal wel.