Wij vinden 'm gewoon niet aantrekkelijk

Zelfs met de stijgende prijzen van fossiele brandstoffen willen Nederlanders niet aan de elektrische auto. Waarom niet?

Jorg Leijten

Grote autobedrijven wisten het drie jaar geleden zeker: de elektrische auto is het vervoermiddel van de toekomst. Een voor een kwamen ze met plannen voor een volledig door stroom aangedreven model. Eind 2010 bracht Renault met de Nissan Leaf een van de eerste volledig elektrische wagens met oplaadbare batterij op de markt. Mitsubishi volgde met de IMiev; bij Peugeot rolde de Ion van de band. Inmiddels zijn er meer dan twintig verschillende modellen.

Ook Den Haag omarmde het elektrisch rijden vrijwel direct. Het vorige kabinet sprak in 2009 de ambitie uit om in 2020 200.000 elektrische auto’s op de Nederlandse wegen te hebben rijden. In de vijf jaar daarna moet dat aantal groeien tot een miljoen. Ter vergelijking: het huidige Nederlandse wagenpark heeft een omvang van 8,1 miljoen auto’s.

Het kabinet-Rutte bekrachtigde die ambitie nog eens in de vorig jaar verschenen richtlijn Elektrisch rijden in de versnelling, Plan van Aanpak 2011-2015. De wens van één miljoen e-auto’s in 2025 komt voort uit klimaatdoelstellingen met betrekking tot de uitstoot van broeikasgassen die het zoeken naar alternatieve brandstoffen noodzakelijk maken. De Europese Commissie wil dat de transportsector in 2050 60 procent minder CO2 uitstoot dan in 1990. In 2030 moet de helft van de vervuilende voertuigen in steden al vervangen zijn door schone alternatieven.

Begin dit jaar volgden de eerste, ontnuchterende cijfers. In 2011 verkochten de Nederlandse dealers gezamenlijk 862 elektrische auto’s, slechts 0,15 procent van het totaal aantal nieuw verkochte auto’s in 2011. Bovendien gingen er daarvan slechts 58 naar particulieren, de rest werd geleased. Het populairste model bleek de Nissan Leaf, gevolgd door de Smart Fortwo en Peugeot Ion.

Is het de onbekendheid die het elektrisch rijden parten speelt of is er meer aan de hand? Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzocht de bereidheid van consumenten om over te stappen op door stroom aangedreven wagens. Uit de resultaten blijkt dat Nederlanders nog zeer negatief staan tegenover de elektrische auto. Zowel particuliere kopers als zakelijke rijders waarderen de benzine-, diesel- en LPG-voertuigen boven de verschillende types alternatief aangedreven auto’s (AFV). De volledig elektrische auto is volgens de 2.700 respondenten zelfs de minst aantrekkelijke AFV.

De belangrijkste oorzaken daarvoor liggen volgens het PBL in de beperkingen die de elektrische auto nog kent. Het voertuig heeft een beperkte actieradius, het aantal oplaadpunten is gering en het laden duurt lang. Op een volle accu kan de elektrische auto tussen de 75 en 150 kilometer rijden. Waar met e-bikes en e-scooters veel kleinere afstanden worden gereden, is de actieradius een probleem voor automobilisten die langere stukken willen overbruggen. Bovendien wordt de elektrische rijder geconfronteerd met een nieuwe beperking: afstandsangst. Dat is de vrees van de automobilist om langs de kant van de weg stil te komen staan omdat zijn batterij leeg is. De auto kán dan wel 150 kilometer op één accu rijden, maar in de praktijk zal niemand dat doen uit angst stil te vallen.

De accu is nu nog zwaar en duur, waardoor de aanschafprijs van een elektrische auto hoger ligt dan van een vergelijkbare wagen met benzinemotor. „De helft van de prijs van een elektrische auto wordt bepaald door de accu”, zegt Max Erich, ING-sectoreconoom auto/motors. Als voorbeeld noemt Erich de Nissan Leaf. Nieuw kost het model ongeveer 35.000 euro. „Een vergelijkbare middenklasser met benzinemotor heb je voor 20.000 euro.”

Begin dit jaar claimde het Amerikaanse bedrijf Envia Systems een „superbatterij” te hebben ontwikkeld. Met een energiedichtheid van 400 wattuur per kilo zou de automobilist pas na 480 kilometer op zoek moeten naar een oplaadpaal, in plaats van na 75 tot 150 kilometer. Bovendien zou de batterij minder dan honderd euro per kilo kosten, tegenover gemiddeld 250 euro per kilo voor de huidige batterijen.

„Het is nu zaak de batterijsystemen zo samen te stellen dat de capaciteit groter wordt”, zegt Erik Kelder, elektrochemicus bij de TU Delft en leider van het Europese project EuroLiion. Maar het is niet alleen een kwestie van verbetering van de accu, stelt Kelder. „Mensen zullen moeten accepteren dat ze niet zo ver kunnen rijden als ze gewend zijn. Achthonderd kilometer rijden met een batterij die in vijf minuten is op te laden: dat kan niet. De huidige accu’s zijn prima voor het overbruggen van woonwerkafstanden en het doen van boodschappen.”

Uit een eind vorig jaar verschenen rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving bleek dat onder de huidige omstandigheden slechts 5 procent van alle huishoudens met één auto hun huidige autoritten kan maken met een elektrische wagen. Voor gezinnen met twee auto’s loopt dat aantal op tot 12 procent. Het zou betekenen dat 95 procent van de Nederlandse gezinnen zijn rijpatroon zou moeten aanpassen. Daarbij is geen rekening gehouden met het feit of de consument zijn gedrag wíl aanpassen.

„Het verplaatsingspatroon van Nederlanders is complexer dan enkel de woonwerkafstanden”, zegt PBL-onderzoeker Anco Hoen. „Mensen rijden een behoorlijke afstand naar het werk, staan een tijdje stil, doen boodschappen en dat allemaal op plekken waar opladen nog niet mogelijk is. Dat alles maakt dat er slechts een beperkt aantal Nederlanders nu al een elektrische auto wil.”

Volgens Sacha Silvester, universitair hoofddocent duurzame productontwikkeling en voorzitter van D-incert – een innovatiecentrum voor elektrisch wegvervoer – staat de huidige stand van de techniek een doorbraak naar het grote publiek nog in de weg. „We zijn gewend aan een waanzinnig goed product dat ons overal brengt. Als je kijkt naar alle autotrips die een Nederlander in circa zes weken tijd onderneemt, dan is een actieradius van ongeveer 350 kilometer nodig. Gemiddeld rijdt men weinig, maar als iemand uit de Randstad zijn tante in Groningen bezoekt, voldoet de huidige accu niet.”

Naast de nog beperkte actieradius lijkt de belemmering om een elektrische auto aan te schaffen ook te zitten in de nog beperkte oplaadmogelijkheden. In Nederland zijn momenteel 952 locaties waar een oplaadpaal staat met één of meerdere aansluitingen. Wanneer je een miljoen Nederlanders aan de elektrische auto wilt krijgen, heb je volgens PBL-onderzoeker Hoen ongeveer evenzoveel oplaadpunten nodig. „De auto is nu nog bedoeld voor een bepaalde doelgroep”, meent Bart van Thienen van Nissan Nederland. „Mensen die met een caravan naar Zuid-Frankrijk willen rijden, moeten niet voor de Nissan Leaf gaan.” Voor een brede acceptatie van de elektrische auto is technische vooruitgang nodig. Van Thienen: „Die komt er. Wanneer de ontwikkelingen rondom de accu zich doorzetten, zal de e-auto rond 2020 gemeengoed zijn. Ongeveer 15 tot 20 procent van de totale nieuwverkopen is dan elektrisch.”

De vraag is hoe realistisch de verschillende ambities ten aanzien van het elektrisch rijden in 2020 en 2025 zijn. „De overheid moet meer stimuleren”, zegt ING’er Erich. „Het over langere termijn handhaven van 0 procent bijtelling voor elektrische en zeer zuinige auto’s die minder dan vijftig gram CO2 per kilometer uitstoten bijvoorbeeld.”

In zijn rapport Rijden op elektriciteit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving dat er een combinatie nodig is van technische verbeteringen en het verkleinen van het prijsverschil tussen elektrische en conventionele auto’s om de kabinetsambitie in 2025 te halen. Bij de huidige meerkosten en zonder substantiële verbeteringen aan de actieradius en oplaadtijd zal het aantal elektrische auto’s dat in Nederland rondrijdt, beperkt blijven. Onderzoeker Hoen: „Als je technische verbeteringen zou uitvoeren en subsidies beschikbaar zou stellen om het prijsverschil te verlagen, dan nog waardeert de gemiddelde Nederlander de elektrische auto lager dan de benzinewagen. Er zijn heel hoge aanschafsubsidies nodig om het aantal van één miljoen te halen. Eén miljoen is veel. Ik vraag me af of je zoveel Nederlanders vindt die willen overstappen.”