Voorbij de werkloosheid doemen soms nieuwe kansen op

De een laat zich omscholen, de ander begint voor zichzelf. Officieel telt Nederland nu 465.000 werklozen. Hoe gaan zij daar mee om? „Ik houd de kosten laag.” „Ik ga Nederland verlaten.”

De makelaar ploetert voort

Dit jaar is hij ruim een kwart eeuw makelaar, Maarten van Neerven uit Weert makelaar. In 2005 gaf hij een riante baan op om voor zichzelf te beginnen. Na drie jaar stortte de huizenmarkt in. „Ik had drie man personeel en net een huurcontract voor vijf jaar getekend. Toen had ik thuis wel wat uit te leggen.”

Met hulp van een adviseur gooide hij het roer om. Hij stelde zich tot doel drastisch in te krimpen, de bank af te betalen, een baan te zoeken en weer op te starten. „Dat is gelukt.”

Van Neerven (51) werkt nu bij een bedrijf dat zijn bestaan juist dankt aan de crisis. Twee brancheverenigingen van makelaars-taxateurs, NVM en VBO, richtten in 2009 het Nationaal Woning Waarde Instituut (NWWI) in Houten op, een validatiebureau dat taxaties van huizen controleert. Dat moest het vertrouwen herstellen van de banken, die schade hadden geleden door ondeugdelijke taxaties. Twintig van Van Neervens huidige collega’s zijn ook (ex-)makelaars.

Zo komt hij tot nu toe de crisis goed door. Zijn huis heeft hij niet hoeven verkopen. Zijn vrouw bleef werken en het geld dat hij in eerdere jaren had verdiend was goed belegd. „Daar heb ik veel profijt van gehad. Qua inkomen zit ik weer boven de laatste ‘goede’ maanden van mijn bedrijf.” Ook de mensen die hij heeft moeten ontslaan vonden nieuw werk: bij een woningcorporatie en als administratief medewerker.

De zware jaren hebben hem zelfredzamer gemaakt, zegt hij. „Omdat ik altijd secretariële ondersteuning had, kon ik niet eens telebankieren. Dat heb ik mezelf aangeleerd. Ik doe nu alles zonder personeel en zonder bank. Een prettig, onafhankelijk gevoel.”

Ook zijn kinderen van 15 en 17 varen er wel bij. Hij noemt de tegenslag een verrijking van hun opvoeding. „Wij zijn bewuster over die dingen gaan praten. Mijn dochter heeft een krantenwijk en mijn zoon werkt in een magazijn. Hij heeft een scooter kunnen kopen van zijn eigen geld, zij betaalt haar eigen paardrijles. Dan denk ik dat we het opvoedkundig goed hebben gedaan.”

Ooit hoopt hij weer voltijd makelaar te zijn. Nu is hij dat een dag per week, „in mijn uppie”, vanuit een ruimte die hij huurt. „Langzamerhand krijg ik meer opdrachten.”

Tip voor de politiek: maatregelen om starters op de woningmarkt te helpen, zodat die toch een huis kunnen kopen. „Zo moet de markt weer vlot getrokken worden.”

De technicus zit er doorheen

„Ik had een stabiel leven, maar nu ben ik een wrak”, zegt Bart van der Lee uit Tilburg. Zijn deplorabele situatie heeft hem „overspannen” gemaakt. „Ik ben de afgelopen maanden van het kastje naar de muur gestuurd. Ik werd zwaar depressief. Ik zag het niet meer zitten. Had nergens meer zin in. Ik zit er eigenlijk helemaal doorheen.”

Tot vorig jaar herfst was Van der Lee (40) gedetacheerd als meet- en regeltechnicus. Vandaag probeert hij een bijstandsuitkering te krijgen in Tilburg. Hij lacht bitter. „Vroeger liep in bij dit gebouw aan de achterkant naar binnen om de klimaatinstallatie in te regelen. Nu moet ik via de hoofdingang.”

Een uitkering is hard nodig, want hij heeft sinds zijn ontslag in november vorig jaar geen inkomsten meer gehad. „Ik had één week onbetaald verlof opgenomen. Daardoor had ik geen recht op een uitkering, werd mij gezegd, omdat ik niet 26 weken achtereen had gewerkt. Terwijl ik al bijna 24 jaar ofwel 44.000 uur werk. En ik heb al die tijd toch premie betaald?”

Hij heeft de huur opgezegd van het huis waar hij dertien jaar heeft gewoond. „Ik woon alleen. Ik heb een vriendin in Turkije.” Sinds november heeft hij geleefd van „enige spaarcentjes” en van wat zijn familie en vrienden hem konden lenen.

Uit geldnood heeft hij zijn auto van de hand gedaan. En hij heeft het grootste deel van zijn inboedel verkocht. Zijn eethoek. De televisie. Een grote ijskast heeft hij verruild voor een kleintje. Zelfs het laminaat op de vloer heeft hij verkocht. „Ik heb alleen mijn laptop nog.” Eten doet hij zo veel mogelijk bij vrienden. „Bij een maatje van me.” Schulden heeft hij niet.

Binnenkort gaat Bart van der Lee bij zijn moeder wonen. In Eindhoven. „Tijdelijk.” Vervolgens wil hij emigreren. „Ik ga Nederland verlaten. Mijn vriendin in Turkije zit op me te wachten. Ze heeft vaak genoeg gevraagd of ik naar haar toe wilde komen. Ik zei altijd: ‘Meid, ik heb een goeie baan, ik kan toch niet zomaar alles opgeven?’ Nu wel. Ik ben het beu. Ik ga werk zoeken in Turkije. Ik zie mogelijkheden bij grote bedrijven daar.”

Stel dat hij het in Nederland voor het zeggen had. Wat zou hij doen om de economische crisis te bestrijden? „Ik zou het niet weten. Volgens mij is er geen redden meer aan.”

De timmerman wil best klussen

Julius Wijngaarde is teleurgesteld. Tot voor kort woonde de Surinaamse Nederlander (27) bij zijn moeder in Almere. Onlangs is hij verhuisd. Hij kreeg een woning toegewezen in de Dordtse wijk Krispijn. „Hier wonen ook mijn broers. Ik sta op eigen benen.” Maar het is de vraag of hij de huur kan betalen. Tot voor kort kreeg hij een jongerenuitkering. Die is gestopt. „En nu zeggen ze dat ik eerst alle uitzendbureaus moet afgaan om te vragen naar werk. Pas als dat allemaal is mislukt, krijg ik een uitkering.”

Wijngaarde schudt het hoofd over zo veel onrecht. Hoe moet hij aan geld komen? „Ik kan toch niet steeds aan mijn broers vragen: geef eens wat geld?” Hij heeft ook een vriendin. Die werkt. „Maar haar kan ik ook niet om geld vragen.” Al was het maar omdat dat niet hoort. „Jij bent de man, jij moet werken. Jouw vrouw zegt toch ook niet: stop met werken, blijf uitslapen en doe het huishouden?”

Intussen heeft de gediplomeerde timmerman al drie maanden geen cent te makken. „Ik kan niets doen. Ik sta hier buiten in de zon. Ik heb dorst, maar ik kan niets te drinken kopen.” Vooral met mooi weer is het moeilijk zonder geld. „Je ziet iedereen leuke dingen doen. Terwijl je dat ook zo graag wilt.” Een keertje naar de film? „Daar kan ik niet eens aan denken.” Een gezin met kinderen? Onmogelijk.

Als timmerman heeft Julius Wijngaarde niet lang gewerkt. Wel had hij tien jaar geleden een jaarcontract bij V&D. „Dat werd niet verlengd.” Later heeft hij opleidingen gevolgd als kok en in de detailhandel. Hij heeft veel baantjes via uitzendbureaus gehad. Maar die zijn tegenwoordig moeilijk te krijgen. „Voor de detailhandel ben ik te oud. En in de bouw willen ze alleen Polen.”

Hij is ook een tijdje langs de deuren gegaan om verzekeringen te verkopen. „Dat ging heel goed. Ik zou een pak gaan dragen.” Toen werd duidelijk dat hij geen Verklaring Omtrent Gedrag kon overleggen. „De aanvraag had ik zo lang mogelijk gerekt.” Hij heeft lang geleden iets gedaan wat niet mocht. „Dat was een fout. Ik werd ten onrechte van iets beschuldigd en toen heb ik een fout gemaakt.”

Wijngaarde zou willen dat bedrijven hem een kans gaven. „Als timmerman vragen ze meteen twee jaar ervaring. Waarom? Ik wil best onderaan beginnen, eerst klusjes doen en daarna pas echt timmeren. Dan kan ik me bewijzen. In Amerika krijgt iedereen de kans om rijk te worden. Waarom hier niet?”

De crèchehouder biedt peutergym

Rianne Berkhout (26) heeft twee kinderdagverblijven in dezelfde straat in Apeldoorn, gelegen op een klein bedrijventerrein midden in de stad. Drie jaar geleden begon ze met de Vlindertuin, half maart dit jaar breidde ze uit met de Snoezeltuin. Dit te midden van berichten dat steeds meer crèches moeten sluiten ten gevolge van de sterk dalende vraag. Berkhout heeft tien kinderleidsters in dienst en één vacature.

„Ik ben begonnen in een betere tijd. Het is geweldig als je iets opzet vanuit je hart en dat het zo goed gaat lopen. Daar krijg je ontzettend veel energie van. Nu is het crisis, maar ik denk dat je daar ook weer van leert. Wat je in alle vakbladen leest, is dat je als kinderdagverblijf onderscheidend vermogen moet hebben. Er is gewoon meer concurrentie.”

Ze merkt dat de nieuwe aanmeldingen elkaar minder snel opvolgen dan toen ze begon, maar nog niet dat ouders opzeggen, omdat een van hen zijn baan kwijt is. „Een duidelijke verandering is wel dat de klant nu kan kiezen. Voorheen kreeg ik vaak te horen: ‘Jullie zijn de enige crèche waar plek is’. Nu zeggen ouders dat ze overal gaan kijken en de crèche nemen die hun het meeste aanspreekt.”

De Vlindertuin heeft 37 kindplaatsen, de Snoezeltuin 28. Ze liggen vlakbij een doorgaande weg met veel woon-werkverkeer. „Ouders hoeven alleen even een straat in te rijden.” Een ander kenmerk zijn de ‘horizontale groepen’ – baby’s bij de baby’s, peuters bij de peuters, enzovoort. „In deze omgeving zie je steeds meer verticale groepen. Wij vinden opvang per leeftijd prettiger. Het geeft meer rust, zowel voor kinderen als personeel. Je hebt niet dat een baby de fles moet krijgen, terwijl een peuter met dezelfde leidster een puzzeltje wil doen.”

Om haar diensten verder uit te breiden wil Berkhout in een bijgebouw een snoezelparadijs beginnen, zowel voor de kinderen van haar dagverblijven als voor andere baby’s en peuters. „Snoezelen is het prikkelen van alle zintuigen. Je ziet het veel in verzorgings- en verpleeghuizen. Dat wil ik ook, voor de allerkleinsten.” En ze ziet nog wel meer wegen om de service aan ouders te vergroten. „Ouders willen bijvoorbeeld met hun kind naar peutergym, maar dat lukt niet doordat ze moeten werken. Dat kunnen wij gaan doen.”

Al met al voelt ze de crisis tot nu toe vooral in de overweldigende interesse voor haar vacature. „Ik heb nog nooit zoveel sollicitatiebrieven ontvangen. Normaal waren het er misschien 25 of 30, nu zijn het er wel honderd. Allemaal tijdelijke contracten die niet zijn verlengd.”

De meubelmaker rekent minder uren

Peter Vocking (47) maakt maatmeubelen op basis van hout. Kasten, wanden, balies, keukens, tafels. Als peuter liep hij al rond in de werkplaats van zijn vader en in 1986 nam hij diens bedrijf over. In 2010 ging hij failliet. Na een doorstart maakte hij onder meer het interieur van het nieuwe entreegebouw van Paleis ’t Loo.

Vocking werkt in een verbouwde tabaksschuur op de Utrechtse Heuvelrug, in Amerongen. Hij woont er ook, werk en privé zijn verweven. Zijn vrouw, voedingskundige, is meer uren gaan werken en was rond het faillissement enkele maanden kostwinner. „Zij hield de ballen in de lucht. Dat trekt ook een wissel op iemand.”

Ook voor de kinderen van 4, 12 en 14 jaar was het economisch tij opeens dagelijkse realiteit. „Het greep hen aan. Ze begonnen erover op school. De onzekerheid, de onduidelijkheid. Moeten we weg, hoe moet het verder?”

Het begon ermee dat zijn bedrijf geen opdrachten meer kreeg. „Je merkte ook dat er nauwelijks werk was. Kwam ik in een offerte uit op een bedrag van 40.000 euro, ging een ander het werk doen voor 24.000 euro. Iedereen was hongerig naar het beetje werk dat er nog was, en bereid het onder de kostprijs te doen.” Een periode van drie, vier maanden had hij niets te doen. Vervolgens kon een grote debiteur zijn rekening niet betalen.

Een stressvolle periode brak aan. „Je komt in een soort tunnel. Bij elk telefoontje ben je bang dat het weer een crediteur is. Dat doodt elke creativiteit. Na afloop valt er echt een steen van je rug.” Hij had drie meubelmakers in dienst en moest hen ontslaan. „Eén jongen werkte al 18 jaar voor me. Ik heb met relaties gebeld e en gelukkig hebben ze in korte tijd ergens anders een plekje gevonden.”

De crisis is niet voorbij, maar Vocking houdt zijn zaak draaiend. Hij werkt met zzp’ers in plaats van vaste krachten en let goed op zijn uren. Onlangs richtte hij een villa aan de Vecht in. Keuken, garderobekasten, slaapkamers, inloopkasten – alles op maat.

„Je moet heel scherpe prijzen hebben, zeker nu. Als je inschat dat je voor een keuken 40 uur nodig hebt, reken je 36 uur en ga je een avond door om het toch binnen een week af te hebben. Klanten zijn veel voorzichtiger. Drie jaar geleden was hun eerste vraag wanneer het af was, nu wat het kost. Het is niet dat ze het geld niet hebben. Het is meer de angst om het uit te geven.”

De leraar geeft freelance bijles

Een vrolijke, jongensachtige man met een zwarte schoudertas. Of het komt door de crisis weet hij niet, maar Michel Nicolaas (31) komt niet aan de slag als leraar geschiedenis.

Vorig jaar is hij afgezwaaid van de lerarenopleiding. Dertig sollicitaties leverden niets op. Er zijn steeds zeventig à tachtig sollicitanten, krijgt hij te horen. Hij heeft besloten het over een andere boeg te gooien. Dit jaar hoopt hij zich te vestigen als freelance-bijlesdocent voor leerlingen van de basisschool.

Nicolaas kent het werk van een eerdere bijbaan op een huiswerkinstituut. Met ondernemen heeft hij geen ervaring, maar hij is zich aan het bijscholen. Hij volgde een seminar bij de Kamer van Koophandel, en vroeg advies van het UWV, het uitvoeringsinstituut van de werknemersverzekeringen.

De crisis geeft zijn plan een duwtje in de rug, hoopt hij. „Ik denk dat ouders door de crisis misschien eerder kiezen voor extra begeleiding aan huis. En basisscholen ook. Kinderen met uiteenlopende problemen zitten in steeds grotere klassen. Het is moeilijk hun de benodigde extra aandacht te geven. Misschien willen ze daar iemand voor inhuren.”

Het leraarschap is een late roeping. Voorafgaand aan de lerarenopleiding deed hij vmbo elektrotechniek en mbo technische informatica. Daarmee had hij makkelijk een baan kunnen vinden. Maar het bleef kriebelen. Geschiedenis vond hij altijd een leuk vak, en na een voorlichtingsdag van de lerarenopleiding wist hij dat hij dat wilde doceren.

Natuurlijk, de afgelopen tijd heeft hij zich weleens afgevraagd of het een slimme keus was. Maar hij is nog niet zo ver dat hij een baan wil zoeken op een van zijn andere vakgebieden. „Ik heb voor het onderwijs gekozen, dan wil ik daar ook energie in stoppen. Het helpen en begeleiden van kinderen is iets waar ik echt goed in ben.”

Hij realiseert zich dat hij niet snel fulltime aan de slag zal zijn: huiswerkbegeleiding gebeurt na schooltijd. Maar met zijn kamer in een studentenhuis is dat niet zo’n probleem. „Ik kan de kosten laag houden. Dat is mooi.”

In de aanloop naar zijn nieuwe bedrijfje brengt hij zijn tijd door met het leggen van nieuwe contacten. „Het is voornamelijk uitzoeken, bellen, kijken of instanties het ook een goed idee vinden.”

Zijn doel blijft ooit als leraar geschiedenis aan het werk te gaan. „Of als archivaris bij een historisch archief. Maar dan moet ik me natuurlijk weer bijscholen.”