Vertroetel je

Al acht jaar werk ik op een zwarte bureaustoel van Ikea. Er hebben ooit armleuningen bij gezeten, maar die heb ik op de dag van aanschaf weggegooid wegens te lelijk. Deze hartstochtelijke daad van esthetisch purisme zorgde ervoor dat ik regelmatig mijn vingers niet meer voelde. Volgens verschillende RSI-sites zou doorwerken op deze stoel waarschijnlijk

Al acht jaar werk ik op een zwarte bureaustoel van Ikea. Er hebben ooit armleuningen bij gezeten, maar die heb ik op de dag van aanschaf weggegooid wegens te lelijk. Deze hartstochtelijke daad van esthetisch purisme zorgde ervoor dat ik regelmatig mijn vingers niet meer voelde. Volgens verschillende RSI-sites zou doorwerken op deze stoel waarschijnlijk betekenen dat ik over een paar jaar enkel met behulp van oogknipperen mijn columns zou kunnen schrijven. Ook vonden de sites dat ik om het uur met mijn handen moest wapperen en met mijn hoofd moest rollen en met mijn romp zijwaarts moest buigen, dingen die ik allemaal niet erg vaak deed. Het was dus tijd voor een vertroetel-je-frozen-shoulder-dag: ik ging een nieuwe bureaustoel kopen.

Opeens staan er een vreemde man en een enorme bureaustoel naast je aanrecht

Waar ik mezelf al helemaal naar een ergonomische bureaustoelenwinkel in Loenen aan de Vecht zag reizen, om aldaar een middag lang als een soort prinses op de erwt alle bureaustoelen uit te proberen, bleek er een veel prettiger optie te bestaan: een winkel bood aan om de stoel van mijn keuze te brengen, zodat ik die een week kon uitproberen. Ik koos een bureaustoel die eruitzag alsof hij niet alleen gewrichten ondersteunde, maar de opzittende ook het gezag gaf om jaarcijfers op te vragen, willekeurig mensen te ontslaan en sites te hacken. Het was een stoel waarvan ik wist dat hij mijn kantoor meer zakelijk cachet zou geven dan het ooit bezeten had. Zeker omdat mijn kantoor ook mijn woonkeuken is.

Hoewel ik de man van de winkel wel had gewaarschuwd dat ik thuis werk, is het toch vrij ongemakkelijk dat er opeens een vreemde man en een enorme bureaustoel naast je aanrecht staan. Terwijl ik op de stoel plaatsneem, begint de man de afstellingen te demonstreren, van een half-aflopend zitvlak en schuin uitschuifbare armleuningen tot onderrugsteun en flexibele rugleuning. Steeds vraagt hij belangstellend aan me wat beter zit: zo? Of toch een beetje hoger?

En opeens krijg ik last van iets wat ik verder alleen van bij de opticien ken: faalangst over de kennis van je eigen lichaam. Bij de opticien begint zo’n sessie altijd gemakkelijk: noem de letters op, is dit helder of juist vaag. Maar daarna worden de verschillen steeds kleiner, tot je eigenlijk geen idee meer hebt of je groen of rood scherper ziet. Aangezien ik vermoed dat ik wel verschil zou móeten zien, geef ik dan toch maar antwoord („…groen? Denk ik? Kan dat?”) waardoor ik me vervolgens in stilte paniekerig afvraag of ik nu misschien een bril krijg die helemaal niet klopt.

En ook nu, op de stoel, heb ik geen idee meer: wil ik de bollende rugsteun iets hoger? Zijn mijn bovenbenen ontspannen? Is dit een natuurlijke houding voor mijn ellebogen? Ik kan alleen maar een paar keer knikken en hopen dat het in de komende weken vanzelf wel duidelijk zal worden. Hij heeft in ieder geval armleuningen.