Neonazi’s lonken naar Grieken

De Griekse extreemrechtse Gouden Dageraad rukt op bij de verkiezingen zondag. Ze biedt hulp aan Grieken die bang zijn voor migranten.

Tekening Jean-Marc van Tol

Het is nog licht. Op het centrale plein van havenstad Piraeus spelen kinderen, haasten volwassenen zich naar huis en wachten taxichauffeurs. Uit een raam op de zevende verdieping van een van de flats hangt een rood-zwarte vlag met een hoekig symbool dat sterk op een swastika lijkt. De ultranationalistische partij Gouden Dageraad houdt een verkiezingsbijeenkomst.

Emmanuel Kiprios, een oudere man in een suède jasje, schuifelt naar een van de klapstoeltjes. „Een leven lang op de conservatieve partij Nieuwe Democratie stemmen heeft ons niets gebracht”, mompelt hij. Zijn schoonzoon en kleinkinderen zijn werkloos. Hij is bij hen ingetrokken om de vaste lasten te delen.

Zoals een groeiende groep kiezers geeft Kiprios nu Gouden Dageraad een kans. Volgens de opiniepeilingen halen de neonazi’s de kiesdrempel van 3 procent en misschien zelfs meer. Daarmee zouden ze voor het eerst in het parlement komen.

„Vroeger had ik het gevoel er alleen voor te staan, nu is het ‘wij’, niet ‘ik’”, zegt parlementskandidaat Areti Demesticka. „We vechten samen voor onze families.” Achterop haar zwarte T-shirt staat het motto van de beweging. ‘Vervloekt zij mijn ziel als ik in de strijd om mijn natie om genade zou vragen of het zou schenken.’

Gouden Dageraad was decennialang een ultranationalistische organisatie in de Griekse marges. De knokploeg van extreem-rechts en soms het geheime wapen van de politie in gevechten met anarchisten. Kleine groepjes sportschooljongens die de afgelopen jaren opdoken in buurten in Athene met veel immigranten, waar ze molotovcocktails naar binnen wierpen bij ondergrondse gebedshuizen. Die met geweld een speeltuin kwamen ontruimen, toen buurtbewoners klaagden dat die was overgenomen door donkere migranten. Die binnenvielen in panden waar migranten woonden en het meubilair kort en klein sloegen.

Op de vleugels van de economische crisis groeit het zelfvertrouwen van de partij snel. Inmiddels haalt Gouden Dageraad de kranten ook met sociale acties. Oude dames die zich onveilig voelen doordat in hun wijk wordt gedeald en getippeld kunnen de partij bellen voor een escorte naar geldautomaat of supermarkt. ‘We doen alles wat nodig is’, is de belofte die ze horen. Alles.

Analisten trekken de parallel met de jaren dertig in Duitsland. Een natie in de verdrukking die internationaal de zwarte piet krijgt. Stijgende armoede waarvoor een gemakkelijke zondebok voor handen is, namelijk de snel groeiende groep migranten zonder papieren, die via Turkije dagelijks Griekenland binnenkomen.

De gevolgen van de immigratie zijn overal in de grote steden zichtbaar. Bij de stoplichten wordt gebedeld. Door de straten rinkelen voortdurend stuiterende winkelwagentjes met oud ijzer, door Pakistani en Afghanen uit de vuilcontainers gevist. Hier en daar in het centrum van Athene wordt openlijk heroïne gespoten en getippeld. „Vroeger dronken we koffie buiten op bankjes”, vertelt gepensioneerde Kiprios. „Nu hebben we onze huizen opgetuigd als kastelen ter verdediging.”

Net als bij de financiële crisis zijn de migratieproblemen zowel het gevolg van Europese afspraken, die nadelig uitpakken voor het zuiden, als van slecht georganiseerd en nalatig Grieks openbaar bestuur.

„De intrede van extreem-rechts in het parlement bewijst het falen van onze democratie”, zegt Nicolas Demertzis van de Universiteit van Athene op zijn kantoor in het centrum van de hoofdstad. De grote partijen zoals Pasok, die nu waarschuwen tegen extreem-rechts, hebben de opkomst van Gouden Dageraad grotendeels aan zichzelf te danken. Het was zo eenvoudig geweest, denkt Demertzis: „Ze hadden gewoon de wet moeten handhaven. De politie had moeten surveilleren en burgers en migranten moeten beschermen.”

De problemen met migratie zijn genegeerd en migranten zijn door ondernemers uitgebuit, tot de bom barstte, volgens Demertzis. Het ontbrak in Griekenland tot voor kort aan goede asielprocedures. Nog altijd is er geen getrainde politie, en geen huisvestiging voor migranten.

De regering van socialistische partij Pasok heeft halfslachtig geprobeerd misstanden recht te zetten. Kinderen van legale migranten konden onder strenge voorwaarden de Griekse nationaliteit krijgen. Die wet ligt nu onder vuur van conservatieve partij Nieuwe Democratie, die na zondag waarschijnlijk de grootste is.

In de aanloop naar de verkiezingen maakt de regering meer werk van het terugdringen van overlast door migranten. In het centrum van Athene zijn meer veegacties. Een week voor de verkiezingen is, na lang uitstel, een detentiecentrum voor migranten geopend. De regering heeft dertig centra beloofd, op militaire terreinen.

Als het aan de Gouden Dageraad ligt komen er mijnen langs de grens. Als Europa niet helpt de grenzen te sluiten, moeten ze het zelf maar doen.

Aan het einde van haar toespraak steekt Demesticka haar rechterarm met gestrekte hand schuin de lucht in. Dat moet niet worden verward met een Hitlergroet, zegt een man in camouflagebroek, die zegt dat hij Nikos Kourkolos heet en op een schoolbus rijdt. „Het is een gebaar uit de Griekse oudheid. Wij Grieken deden dat al toen de Duitsers nog als apen in de bomen leefden.”