'Nederland slacht 465 miljoen plofkippen per jaar'

De aanleiding

Op de website van dagblad de Gelderlander las Martijn van Koolwijk dat er in Nederland jaarlijks 450 miljoen plofkippen worden geslacht. Een onvoorstelbaar aantal, vindt Van Koolwijk. „Dat zijn 30 plofkippen per inwoner per jaar”, mailt hij. Een plofkip is een kuiken dat van 50 gram in zes weken wordt opgekweekt tot een slachtkip van 2,2 kilo. Veruit de meeste kippen in Nederland worden op deze manier gehouden. Ze zitten met duizenden bovenop elkaar in hun eigen mest. Uit onderzoek, bijvoorbeeld van de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid, blijkt dat ze vaak last krijgen van ontstekingen.

De Gelderlander schrijft dat de bewering over jaarlijks 450 miljoen geslachte plofkippen komt van dierenwelzijnsorganisatie Wakker Dier. Die is net een campagne begonnen om supermarkten, voedingsmiddelenbedrijven en fastfoodketens te dwingen geen vlees van plofkippen meer te verkopen. „Eten we echt zoveel plofkip, exporteren we veel of roept Wakker Dier maar wat?”, wil Van Koolwijk weten.

Interpretaties

Beweert Wakker Dier inderdaad dat er in Nederland jaarlijks 450 miljoen plofkippen worden geslacht? Op de website van de organisatie wordt uitgelegd dat plofkippen eigenlijk vleeskuikens heten en dat er daarvan in Nederland geen 450 maar zelfs 465 miljoen werden geslacht in 2010. Oftewel bijna 1,3 miljoen per dag. We controleren of de bewering over de 465 miljoen vleeskuikens juist is.

En, klopt het?

Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt dit keurig bij. Voor 2010 kwam het aantal geslachte vleeskuikens in Nederland uit op 464.732.000. Voor 2011 zelfs op 490.413.200. De bewering van Wakker Dier is dus waar.

Hoeveel er van die geslachte plofkippen worden geëxporteerd, kan het CBS niet zeggen. Het houdt alleen de export van levende kuikens bij. In 2010 waren dat er 25.913.787. Er werden er 29.510.064 ingevoerd. Hieruit kunnen we dus afleiden dat veruit de meeste vleeskuikens in Nederland uit het ei komen, doorgroeien tot ze 50 gram wegen en vervolgens na zes weken te zijn volgepropt worden geslacht als ‘plofkip’.

Op elk moment leven er in Nederland dan ook ruim 44 miljoen vleeskuikens, verspreid over zo’n 680 pluimveebedrijven.

Waar bleef al dat vlees van die 464.732.000 geslachte vleeskuikens in 2010? Uit cijfers van het Productschap pluimvee en eieren blijkt dat Nederlanders in 2010 zo’n 311.000 ton kuikenvlees consumeerden, oftewel 18,8 kilo per Nederlander. Maar die 464.732.000 geslachte vleeskuikens leverden 751.100 ton aan kippenvlees op. Hieruit blijkt wel dat het merendeel van dat vlees wordt geëxporteerd. Volgens een woordvoerder van de Vereniging van de Nederlandse Pluimveeverwerkende Industrie is dat meestal zo’n 65 procent van het kuikenvlees. Het borstvlees (voor kipfilets) blijft voor een belangrijk deel in Nederland en gaat voor een deel naar de belangrijkste afzetmarkt Duitsland, gevolgd door Groot-Brittannië. In Oost-Europa houden ze meer van kippenbout, -poot en -vleugels, al wordt de filet ook daar steeds geliefder.

Verder wordt het kippenvlees verwerkt in allerlei afgeleide producten, zoals kipknakworst, kipragout en babyvoeding. In totaal gaat het om meer dan 400 producten die in binnen- en buitenland worden verkocht.

Conclusie

In 2010 at de gemiddelde Nederlander 18,8 kilo vlees afkomstig van vleeskuikens. De productie van kippenvlees ligt in Nederland veel hoger dan de 311.000 ton die alle Nederlanders in dat jaar samen verorberden. Grofweg 65 procent van het Nederlandse plofkippenvlees wordt dan ook geëxporteerd. Uit CBS-cijfers blijkt dat er in 2010 voor die 311.000 ton vlees 464.732.000 vleeskuikens werden geslacht. De bewering van Wakker Dier dat er in dat jaar 465 miljoen plofkippen in Nederland werden geslacht is dan ook waar.