Mijn eersteling

Mijn eerste kennismaking met de journalistiek en de pers dateert van 1959. Rond die tijd begon de roemruchte Jerôme Heldring zijn column ‘Dezer Dagen’ in de Nieuwe Rotterdamsche Courant.

Ik ging toen politieke wetenschappen studeren. Perswetenschap was mijn keuzevak. Mijn hoogleraar was prof. mr. dr. Maarten Rooij, die zijn college elke week steevast begon met de zin: „Toen ik in ’32 bij de krant kwam, mijn oude trouwe NRC...”

Zijn Persinstituut was gevestigd aan de Keizersgracht 604; zijn assistent was de latere hoogleraar Hans Daudt; we waren met zo’n twaalf studenten. Het was een heerlijke tijd.

Een van mijn mooiste herinneringen betreft een bezoek dat wij, onder leiding van onze hoogleraar, brachten aan Het Vrije Volk. Toen gevestigd aan het Hekelveld in Amsterdam en nog de grootste krant van Nederland. Wij werden stijlvol ontvangen door directeur Cuilenburg. Een mooie kamer, een prachtige ovale tafel, dat zag ik als meubelmakerszoon onmiddellijk. Koffie, petitfours en sigaren. Professor Rooij stak er onmiddellijk één op en ik durfde het aan hem te volgen. Het gekste moment van ons bezoek kwam aan het eind.

Je kon aanvoelen dat Cuilenburg het mooi genoeg vond. Onze professor had dat door, legde zijn (forse) peuk neer en stak snel nog een nieuwe sigaar op. Waarop onze gastheer zei: „Professor, neemt u er gerust nog een paar”. Dat liet de hoogleraar zich geen twee keer zeggen en ik volgde hem naadloos. Nooit vergeten.

In mijn studententijd las ik (van huis uit) Het Parool en ook het Algemeen Handelsblad. Ik leerde Hans Gruijters kennen. Later een van de oprichters van D’66. Die deed buitenland bij de krant en was gemeenteraadslid voor de VVD. Belaagde daar met genoegen burgemeester Gijs van Hall van Amsterdam. Vaak zondagavond bij hem thuis en bij zijn vrouw Jennie en hun kleine zoon Theo. Mooie herinneringen. Ook Henk Hofland, nu good old, leerde ik kennen. Ik verheug mij erop hem weer eens te zien.

Daarna, toen ik in 1967 lid van de Tweede Kamer werd, ontmoette ik de parlementaire redacteuren van het Handelsblad en de NRC: mr. B.C.L. Waanders en dr. Edgar Nordlohne. Wie van de huidige redacteuren van deze krant weten nog wie zij waren en – vooral – hoe zij werkten?

Beiden waren ze gezaghebbend. Wat verlegen; stille, relativerende humor; groot historisch besef; liberaal en onafhankelijk. Aparte, vrijgezelle, mannen.

Pim Waanders kwam eind jaren zestig eens logeren op mijn boerderijtje in Friesland. Het was prachtig zomerweer. Ik haalde hem af bij de trein. In driedelig pak met hoed en oude koffer arriveerde hij.

Het was de tijd van de strikte scheiding tussen verslag en commentaar. Ook de tijd van uitgebreide verslaglegging in beide kranten van de debatten in de Tweede Kamer.

De dinsdagkranten zakten om ongeveer 14.00 uur. Daarom zorgde ik voor beiden voor een korte samenvatting van wat ik later die dag ging zeggen. Steeds net op tijd.

Nu naar nu. Ik verheug mij erop – na mooie jaren bij De Pers – bij deze krant columnist te worden. Deze eersteling was nostalgisch. De volgende keer over de stand van het land.

Hans Wiegel (1941) is voormalig Tweede Kamerlid , fractievoorzitter, lijsttrekker, vicepremier en minister (Binnenlandse Zaken), commissaris van de koningin van Friesland en Eerste Kamerlid voor de VVD. Dit is de eerste aflevering van een wisselcolumn op woensdag die hij beurtelings zal verzorgen met SP-voorzitter Jan Marijnissen (1952), die volgende week begint.