Column

Les met urgentie: grote klanten breken de bank

Tekening Siegfried Woldhek

Het laatste jaarverslag in zelfstandigheid van de Friesland Bank wordt verplicht proza. Niet alleen voor weemoedige Friezen. Het verslag biedt een staalkaart van de struikelblokken van een kleine regionale bank. De Friese problemen zijn in grote lijnen de uitdagingen van andere nog zelfstandige kleinere banken, zoals Van Lanschot en SNS Reaal.

De Friesland Bank leed over 2011 een denderend verlies: 356 miljoen euro. De bank is per 1 april gered door de kapitaalkrachtige Rabobank. Achter het verlies gaat de kwetsbaarheid schuil van kleine banken. Ze moeten meer hun best doen om aan spaargeld te komen dan grote banken. Zij lopen meer risico’s op hun kredieten: zij hebben minder spreiding over bedrijfstakken en regio’s.

Het eerste opmerkelijke feit in het verslag is het gedeukte eigen kapitaal van de Friesland Bank. Op de meetdatum 31 december 2011 voldeed de bank niet aan een van de twee wettelijke vermogenseisen. Dit vermogen moet spaarders zekerheid geven dat de bank voldoende buffers heeft om verliezen op te vangen. Dat zij hun geld terugkrijgen. Ondanks een gemiste norm liepen de tv-advertenties met Jort Kelder in het eerste kwartaal door. Moesten de spaarders niet weten dat de bank niet meer voldeed aan één van de voorschriften van De Nederlandsche Bank? Misleidende reclame? Volgt een boete van de AFM die financiële communicatie controleert?

Er zijn geen gedupeerden, dus het zal wel met een sisser aflopen. Het is wel een gouden weetje voor de financiële wereld. Het schenden van een vermogensnorm is geen reden voor De Nederlandsche Bank om een bank direct onder curatele te plaatsen of te dwingen om op stel en sprong – in een weekeinde? – een fusiepartner te vinden. Althans: de Friesland Bank maakt er in het jaarverslag geen melding van. Maar misschien kwam De Nederlandsche Bank er ook pas laat, te laat of veel te laat achter en heeft zij toen pas ingegrepen. Vandaar het fiat van concurrentiewaakhond NMa voor de bankovername in het weekeinde van 1 april?

De eerste les: een bank kan zeker een kwartaal doordraaien met een deels tekortschietend vermogen.

Feit twee. Bij de Rabo-reddingsactie stond het in waarde gedaalde Friese aandelenpakket in Van Lanschot centraal. De afwaardering ten laste van de winst is 138 miljoen euro. Les twee, speciaal voor bankbestuurders: wie als bank belegt in andere banken staat in een bankencrisis op dubbel verlies.

Les drie is voor spaarders, bankbestuurders én toezichthouders, en heeft nog meer urgentie: grote kredietklanten zijn levensgevaarlijk voor kleine banken. Om de risico’s van kredieten aan grote ondernemingen op te vangen zet de Friesland Bank nu 115 miljoen euro opzij. Dat is ruim 5 cent voor elke euro krediet. Vergelijk dat eens met de reservering voor terugbetalingsrisico’s van mkb-krediet (minder dan een cent per euro krediet) en van een woninghypotheek (minder dan eenvijfde cent per euro krediet).

De vuistregel uit de laatste grote banken- en bedrijvencrisis, die rondom 1982, was dat grote wankelende bedrijfskredieten het best te beheersen zijn. De bank kent die bedrijven het beste, zet haar beste mensen erop en met kunst- en vliegwerk kun je een eventueel faillissement nog wel een jaar of twee rekken. De bank kan stroppen over een langere periode uitsmeren. Mkb-kredieten daarentegen zijn het gevaarlijkst, leert de vuistregel. In een crisis komen mkb-stroppen van alle kanten, als een tsunami, zonder dat je er veel tegen kunt doen.

Als die vuistregels nu blijken te worden omgedraaid, is het devies voor banken: verhoogde dijkbewaking. Niet alleen in Friesland.