Laat robots los op de wereld, weg uit het lab

Nederland vergrijst in rap tempo. Wie gaat al die oudjes verzorgen? Niet de voetbalrobot. Gelukkig ijveren de robotici achter RoboCup@Home nu voor sociale zorgbots.

Afgelopen week namen ’s lands meest geavanceerde robots het weer tegen elkaar – en tegen een paar internationale exemplaren – op tijdens de RoboCup Dutch Open in Eindhoven. Terwijl de rest van voetbalminnend Nederland zich zondag opwond over de wedstrijd Ajax-FC Twente, keken ruim tweeduizend mensen toe hoe de voetbalbots van de Technische Universiteit Eindhoven een Iranese robotploeg met 3-2 versloegen in de RoboCup Dutch Open finale. „Zet je beste wieltje voor”, grapte de commentator nog bij aanvang. En later: „Dat was een zeer praktische trap van Iran.” Nerdhumor.

RoboCup is een internationale robotcompetitie, een verzamelplaats voor robotici sinds 1997, met evenementen in Eindhoven, São Paulo en Teheran. Robots voetbal zien spelen is verreweg het populairste onderdeel van RoboCups. Maar afgelopen week was er voor het eerst in Nederland een totaal andere soort robot te bewonderen: de sociale robot. Sinds 2006 hebben sociale bots een eigen afdeling binnen de internationale RoboCups: de RoboCup@Home.

Een @Home-robot hoeft er niet uit te zien als een mens, of te kunnen voetballen, maar moet kunnen communiceren en samenwerken met mensen, en ze uiteindelijk kunnen verzorgen. Uiteindelijk, want voorlopig lijkt het oppakken van een blikje cola om dit naar een specifieke dorstige mens te brengen al een hele opgave voor het robotbrein.

De robot wordt niet bestuurd. Hij moet op eigen houtje een onbekende omgeving in kaart brengen, een onbekende mens in zich opnemen, een onbekend blikje identificeren als cola en dit voorts afleveren op weer een nieuw plek – waar die lastige mens dan ook heen is gewandeld.

Hoogleraar robotica Tijn van der Zant van de Rijksuniversiteit Groningen bedacht het @Home-concept in 2003 toen hij scheidsrechter speelde bij een RoboCup voetbaltoernooi. Robots speelden toen nog met een oranje bal, op een veld zonder ommuring. Tijdens één van de wedstrijden zat een Aziatisch meisje in een oranje jurkje aan de rand van het veld. „Opeens zie ik één van die robots zich omdraaien en richting meisje rollen, klaar om haar met 60 à 80 kilometer per uur weg te trappen.” Het is iets oranjes, bevindt zich op het groen en is dus een bal, zal de robot gedacht hebben. Van der Zant dook op de voetbalbot en redde het meisje. „Toen besefte ik dat er iets niet goed gaat met robotintelligentie als robots zich puur met voetbal bezighouden.”

Voetbal is complex gedrag, in een extreem gecontroleerde en simpele omgeving. „Je weet tot op de millimeter hoe groot het veld is, welke regels er gelden. Daar bouw je je robot op. Dus verander je iets aan die omgeving, dan stort het robotgedrag acuut in. Laat robots simpele dingen doen, dacht ik toen, maar dan in complexe omgevingen.” De echte wereld laat zich immers niet voorspellen. „Dan bouw je aan algoritmes die altijd en overal werken.” En krijg je robots die wél opgewassen zijn tegen kleine meisjes.

In 2005 stelde Van Der Zant de RoboCup-federatie voor om een aparte league op te zetten voor de niet-voetballende, sociale robots. Internationale RoboCups@Home is nu een succes.

Robots worden losgelaten in een wereldstad om daar bepaalde taken uit te voeren. „Je komt er zo achter welke problemen zich voordoen tussen robot- en mensenwereld. In 2010 gingen we met de @Home-bots een Toys ‘R’ Us in Singapore binnen. Daar bleek de rode noodknop op één van de robots voor jongetjes onweerstaanbaar.” In 2011 waren ze in een supermarkt in Istanbul, waar duidelijk werd dat menig robot gedesoriënteerd raakt van de bonte winkelschappen. „Dit jaar is de internationale RoboCup@Home in Mexico-Stad. Daar gaan we een vol restaurant in, waar de robots tafels moeten bedienen. Dus onthouden waar welke tafel is, wie wat besteld heeft en waar je die bestelling vandaan haalt.”

De programma’s achter kunstmatige intelligentie worden snel dermate complex dat robotici nooit helemaal zeker zijn wat hun robot gaat doen in bepaalde situaties. „Proefondervindelijk pielen we verder. We kijken welke robot wat het beste deed en door welke software of hardware dat kwam.”

Europa zet flink in op sociale robots vanwege de vergrijzing, zeggen de @Home-robotici. Logisch ook, want binnen een paar jaar is er zo’n gigantisch personeelstekort in bijvoorbeeld de zorg dat het haast niet anders op te lossen lijkt dan door robots in te zetten. „In dat kader zijn we nu ook bezig met zogenaamde soft bodied robots. Robots die net als wij een zachte huid hebben, en niet van metaal of hard plastic zijn.” Mocht je tegen zo’n robot aanlopen, of hij valt op je door een stabiliteitsprobleem, dan doet het geen pijn.

„In Groningen zetten we in dezelfde lijn ook een living lab op. Dat zijn appartementen waar mensen experimenteel samenleven met technologie als sociale robots.” Mocht er iets mis gaan in een mens-robothuishouden, dan is er altijd iemand in de buurt.

Het Rathenau Instituut deed onderzoek naar nieuwe samenlevingsvormen van mens en robot. Op 15 mei verschijnt het bijbehorende boek Overal robots. Automatisering van de liefde tot de dood