‘Ik heb Play bewust controversieel gemaakt’

Waargebeurd: een groep zwarte jongetjes berooft blanke leeftijdsgenoten. Regisseur Ruben Östlund maakte er een film over. Dat werd hem niet in dank afgenomen.

De beste filmverhalen staan in de krant. Althans voor de Zweedse filmmaker Ruben Östlund (1974) die tijdens het Filmfestival Rotterdam in februari vertelde dat hij het idee voor zijn film Play gewoon aan een krantenknipsel ontleende: „Een groepje zwarte jongetjes stond terecht wegens veelvuldige straatdiefstallen van blanke leeftijdsgenoten. Het shockerende was dat die jongetjes zeiden welbewust gebruik te maken van stereotypen en vooroordelen die over allochtonen bestaan om een gevoel van dreiging te creëren. Zo jong als ze waren. Heel vreemde omgekeerde vorm van racisme. Ook het koelbloedige rationalisme van de psychologische terreur die ze over hun slachtoffers uitoefenden fascineerde me. Maar toen ik er een film over ging maken werd me dat in Zweden niet in dank afgenomen. Ik geloof dat er sinds de jaren zestig niet meer zo over een film is gediscussieerd.”

Waarom?

„Omdat hij vooroordelen zou bevestigen. Omdat hij racisme in de hand zou werken. Maar ik heb hem bewust controversieel gemaakt! Ik ben benieuwd waarom we zo geshockeerd zijn als we moeten toegeven dat die vijf zwarte jongetjes gewoon vijf klotejongetjes zijn. Dat is namelijk ook omgekeerd racisme. En dat trekt de hele beerput van neokoloniale verhoudingen van Europa tegenover Afrika open. Maar wat me nog meer interesseerde dan dat racisme is het behaviouristisch aspect ervan. Hoe de mens zich als kuddedier gedraagt, en latent bang is voor mensen uit de groep waar hij niet toe behoort. Ik heb met al die clichés willen spelen.”

Heet uw film daarom Play?

„Ja. En omdat het voor die jongetjes ook een spel is. Een spel hoe ze hun slachtoffers zo ver konden krijgen als ze hen wilden hebben. ‘Wil je vechten? Nee? Ik ook niet. Dus laten we het op een rustige manier oplossen.’ Heel manipulatief. Slechts in twee gevallen riepen de kinderen de hulp van volwassenen in, en dan hield het meteen op. In alle andere gevallen gingen ze er volkomen in mee.”

U speelt ook een spelletje met de toeschouwer, door hem aan te spreken op de vraag wat hij als volwassene zou hebben gedaan, en door de cameravoering die heel objectief lijkt, maar door plotselinge ‘zooms’ en ‘pans’ juist heel subjectief is.

„Dat zijn twee manieren waarop ik heb willen laten zien, figuurlijk en letterlijk, dat we heel vaak geneigd zijn om weg te kijken, omdat we niet precies weten wat we moeten doen. De maatschappij is geïnfecteerd door een schuldgevoel dat ons verlamt. De vrouw die aan het einde van de film de vaders een schrobbering geeft en zegt hoe ze het in hun hoofd halen een zwarte jongen zo aan te pakken, ‘omdat hij twee keer zo kwetsbaar is als een ander kind’. Zij denkt in hetzelfde kleurenschema. De jongen gebruikt het om van zichzelf een bedreiging te maken; de vrouw om hem te slachtofferen.”

Bedoelt u dat ook met ‘omgekeerd racisme’?

„Ik gebruik die term, omdat ik niet zeker weet of het racisme is of xenofobie.”

Bent u niet bang dat uw film alleen voor de goede verstaander te begrijpen is, en een wapen is voor xenofobe partijen?

„Voor mij is het belangrijk dat het publiek erdoor op zijn eigen gedrag gaat reflecteren. Het is zo makkelijk om te zeggen dat je het zelf allemaal wel begrijpt, dat het allemaal de schuld is van de domme, zwijgende meerderheid, waarmee je jezelf in feite ook weer boven anderen plaatst en het probleem buiten jezelf. Ik wil mensen juist aan het denken zetten.”

Veel films zetten ons tegenwoordig aan het denken, terwijl het ook wel eens verfrissend kan zijn om een film te zien die een antwoord of een alternatief presenteert; of je het er nu mee eens bent of niet.

„Uit sociologisch onderzoek is gebleken dat als je bijvoorbeeld geweld op straat wilt aanpakken, dat je het dan niet in je eentje moet doen, maar medestanders moet vinden. Mobiliseer een paar bijstanders, en vraag hun ‘wat zullen we eraan gaan doen?’ Vorm je eigen groep.”

Waarom communiceert u die mogelijke oplossing niet ook in uw film?

„Tsja, goede vraag. Een van de manieren om het te communiceren is natuurlijk zo, via een interview. Ik denk dat het te maken heeft met de angst voor moralistisch te worden versleten. Maar ook omdat ik liever films maak die uitnodigen tot een gesprek.”

Voordat u films ging maken met een sterk sociologische inslag, maakte u ski-films. Is er nog een link tussen het een en het ander?

„Het gedrag van mensen op de berg is fascinerend. De manier waarop iedereen zich aan onuitgesproken gedragsregels houdt als hij met zijn spullen naar boven gaat. De wijze waarop de skiërs bij het bergstation uitzwermen. Daar zitten allerlei patronen in, ook van sociale controle, die op een bepaalde manier sterker zijn dan in de ‘gewone’ maatschappij. Ik was me daar nooit zo van bewust, maar mijn volgende film gaat over hoe mensen zich gedragen bij een lawine en nu realiseer ik me dat ik in al die skiresorts in wezen al die jaren veldonderzoek heb lopen doen.”