Grieken zien heil in knokploeg neonazi's

De extreem-rechtse Griekse partij Gouden Dageraad maken bij de verkiezingen van zondag kans om in het parlement te komen.

Correspondent Zuidoost-Europa

Piraeus. Het is nog licht. Op het centrale plein van havenstad Piraeus spelen kinderen, haasten volwassenen zich naar huis en wachten taxichauffeurs. Uit een raam op de zevende verdieping van een van de flats hangt een rood-zwarte vlag met een hoekig symbool dat sterk op een swastika lijkt. De ultranationalistische partij Gouden Dageraad houdt een verkiezingsbijeenkomst.

Emmanuel Kiprios, een oudere man in een suède jasje, schuifelt naar binnen en gaat op een van de klapstoeltjes zitten. „Een leven lang op de conservatieve partij Nieuwe Democratie stemmen heeft ons niets gebracht”, mompelt hij. Zowel zijn schoonzoon als kleinkinderen zijn werkloos. Hij is bij ze ingetrokken om de vaste lasten te kunnen delen.

Zoals een groeiende groep Griekse kiezers geeft Kiprios nu Gouden Dageraad een kans. Volgens de opiniepeilingen halen de neonazi’s de kiesdrempel van 3 procent, misschien zelfs meer. Daarmee zouden ze voor het eerst in het parlement komen.

Voorin het zaaltje begint een slanke vrouw met strak achterovergetrokken haar aan een toespraak. „Vroeger had ik het gevoel er alleen voor te staan, nu is het ‘wij’, niet ‘ik’, ” zegt parlementskandidaat Areti Demesticka. „We vechten samen voor onze families.” Achterop haar zwarte T-shirt staat het motto van de beweging. ‘Vervloekt zij mijn ziel als ik in de strijd om mijn natie om genade zou vragen of het zou schenken.’

Gouden Dageraad was decennialang een ultranationalistische organisatie in de Griekse marges. De knokploeg van extreem-rechts en soms het geheime wapen van de politie, in gevechten met anarchisten. Kleine groepjes sportschooljongens die met name de afgelopen jaren opdoken in buurten in Athene met veel immigranten en dan molotovcocktails naar binnen wierpen bij ondergrondse gebedshuizen. Die met geweld een speeltuin kwamen ontruimen toen buurtbewoners klaagden dat die was overgenomen door donkere migranten. Die onaangekondigd binnenvielen in panden waar veel migranten woonden, het meubilair kort en klein sloegen en weer vertrokken.

Op de vleugels van de economische crisis komt de partij met snel groeiend zelfvertrouwen uit de schaduwen naar voren. Inmiddels haalt Gouden Dageraad de kranten ook met sociale acties. Oude dames die zich onveilig voelen doordat wordt gedeald en getippeld in hun wijk, kunnen de partij bellen voor een escorte naar de geldautomaat of de supermarkt. ‘We doen alles wat nodig is’, is de belofte die ze kregen. Alles.

Analisten trekken de parallel met de jaren dertig in Duitsland. Een natie in de verdrukking die internationaal de zwarte piet krijgt. Stijgende armoede waarvoor een gemakkelijke zondebok voorhanden is, namelijk de snel groeiende groep migranten zonder papieren, die via Turkije dagelijks Griekenland binnenkomt.

De gevolgen van de immigratie zijn overal in de grote steden zichtbaar. Bij de stoplichten wordt gebedeld. Door de straten klinkt voortdurend het geluid van stuiterende winkelwagentjes met oud ijzer, door Pakistani en Afghanen uit de vuilcontainers gevist. Buurten die verloederen, trekken prostitutie en drugshandel aan. In delen van het centrum van Athene wordt openlijk heroïne gespoten en getippeld.

„Vroeger dronken we koffie buiten op bankjes”, vertelt de gepensioneerde Kiprios. „Nu hebben we onze huizen opgetuigd als kastelen ter verdediging.”

Net als bij de financiële crisis zijn de migratieproblemen zowel het gevolg van Europese afspraken die nadelig uitpakken voor het zuiden, als van slecht georganiseerd en nalatig Grieks openbaar bestuur.

„De entree van extreem-rechts in het parlement bewijst het falen van onze democratie”, zegt Nicolas Demertzis van de Universiteit van Athene stellig op zijn kantoor in de hoofdstad. De grote partijen, zoals Pasok, die nu waarschuwen tegen extreemrechts en volksvertegenwoordigers die „in ganzenpas” het parlement binnen marcheren, hebben de opkomst van Gouden Dageraad grotendeels aan zichzelf te danken. Het was zo eenvoudig geweest, denkt Demertzis: „Ze hadden gewoon de wet moeten handhaven. De politie had moeten surveilleren en zowel burgers als migranten moeten beschermen.”

De problemen met migratie zijn genegeerd en migranten zijn door Griekse ondernemers uitgebuit, tot de bom barstte, vertelt Demertzis. Het ontbrak in Griekenland tot voor kort aan een menswaardige asielprocedure. De regering van de socialistische partij Pasok heeft de afgelopen jaren halfslachtig geprobeerd een aantal misstanden recht te zetten. Een belangrijke stap was het kinderen van legale migranten onder strenge voorwaarden mogelijk maken de Griekse nationaliteit te krijgen. Die wet ligt echter onder vuur van de conservatieve partij Nieuwe Democratie, die na zondag waarschijnlijk de grootste is.

In de aanloop naar de verkiezingen maakt de regering werk van het terugdringen van overlast door migranten. In Athene zijn meer veegacties. Een week voor de verkiezingen is, na lang uitstel, een detentiecentrum voor migranten geopend waar de eerste mensen naartoe zijn gebracht. De regering heeft beloofd dertig van dit soort centra te openen.

Als het aan de Gouden Dageraad ligt, komen er ook weer mijnen op de grens. Want als Europa niet solidair genoeg is om de Grieken te helpen de grenzen te sluiten, moeten ze het zelf maar doen. De migranten die al binnen zijn, worden de grens weer over gezet, of ze krijgen papieren zodat ze gemakkelijk naar andere delen van de EU kunnen reizen, zegt de leider van de lokale afdeling in Piraeus.

Aan het einde van haar toespraak steekt spreekster Demesticka haar rechterarm met gestrekte hand schuin de lucht in. Dat moet niet worden verward met een Hitlergroet, zegt een man in camouflagebroek. „Het is een gebaar uit de Griekse Oudheid. Wij deden dat al toen de Duitsers nog als apen in bomen leefden.”