Goed ontbijten en veel bespreken met ma en pa

Goed nieuws: Nederlandse kinderen zijn erg tevreden met hun leven. Dat blijkt uit een groot onderzoek van de WHO.

Verslaggever

Rotterdam. Nederlandse kinderen zijn de gelukkigste kinderen van Europa. Ze zijn zelfs gelukkiger dan Amerikaanse kinderen. Ze gaan graag naar school, hebben veel vrienden en worden nauwelijks gepest. De relatie met hun ouders is goed. Ze voelen zich gezond. En, last but not least: nergens in Europa wordt – door kinderen – zo vaak ontbeten als in Nederland.

Dat blijkt uit een groot internationaal vergelijkend onderzoek van de World Health Organization (WHO) dat elke vier jaar wordt gehouden. In 2009 en 2010 vulden 200.000 jongeren (van 11, 13 en 15 jaar) in 39 landen in Europa en Noord-Amerika vragenlijsten in. In Nederland deden 4.520 kinderen mee. Vandaag worden de uitkomsten van het onderzoek in Schotland gepresenteerd.

Hoogleraar Jeugdstudies Wilma Vollebergh van de Universiteit Utrecht begeleidde het onderzoek in Nederland. Dat deed zij ook voor het rapport dat vier jaar geleden verscheen. De conclusies met betrekking tot Nederlandse kinderen waren destijds bijna net zo positief. Vollebergh: „We staan op één. Het gaat nog steeds bijzonder goed.”

Hoe dat kan?

Dat heeft verschillende oorzaken denkt Vollebergh. Zo laat het rapport zien dat welvaart een belangrijke rol speelt. „Rijke landen en rijke gezinnen scoren beter dan minder rijke landen en gezinnen”, zegt Vollebergh.

Maar ook culturele verschillen spelen mee. Ontbijten, bijvoorbeeld, is een Nederlandse gewoonte, zegt Vollebergh. „Hier dekken ouders ’s avonds voor het slapen al de tafel. ’s Ochtends zitten ze met het hele gezin aan tafel.”

Ontbijten zien de onderzoekers niet alleen als gezond, maar, denken ze, het draagt ook bij aan de relatie die kinderen hebben met hun ouders. En die is goed, aldus de Nederlandse kinderen. Vijftienjarigen in Nederland scoren het hoogst van alle deelnemende landen als het gaat om het gemak waarmee ze met hun ouders over ‘belangrijke zaken’ praten. Met moeders praten kinderen in Nederland iets makkelijker dan met vaders. Een verschil dat overigens in elk land geldt.

Nog een factor, denkt Vollebergh, die bijdraagt aan het geluksgevoel van Nederlandse kinderen is de prestatiedruk. Die ervaren Nederlandse kinderen minder dan kinderen uit andere landen. In Turkije is de druk het hoogst: bijna 70 procent van de 13-jarigen voelt zich zwaar onder druk staan door hun schoolwerk.

En misschien gaan Nederlandse kinderen daarom wel zo graag naar school. Bijna de helft van de Nederlandse 13-jarigen vindt het er namelijk ‘heel erg leuk’. Kroatië bungelt onderaan de lijst, daar gaat ongeveer één op de tien kinderen graag naar school.

Naast die ontwikkelingen is er ook een aantal veranderingen te zien ten opzichte van eerdere rapportages. Vollebergh zag het alcoholgebruik dalen. En ook uitgaan en seksueel contact nemen af. Vollebergh: „In 2001 stond Nederland nog in de topdrie van Europese landen als het ging om alcoholgebruik en dronkenschap. Nu zie je vooral Oost-Europese landen bovenaan de lijst.”

Belangrijk is echter dat die daling grotendeels te danken is aan de jongste groep geïnterviewden. Vooral de 11- en 13-jarigen zijn in Nederland minder gaan drinken „Onder 15-jarigen is de daling veel minder sterk.”

Niet alles gaat in Nederland de goede kant op. Nederlandse kinderen mogen dan onder het gemiddelde zitten qua overgewicht (althans, kinderen zijn niet op de weegschaal gezet, maar moesten zelf hun gewicht en lengte invullen), ze vinden zichzelf wel vaak te zwaar. Neem de 15-jarige meisjes: bijna de helft vindt zichzelf te dik. Ter vergelijking: in Armenië geldt dat voor slechts 15 procent van de meisjes.