Geen woorden voor

Hoeveel boeken lees je in je leven? Duizend, met wat mazzel? Da’s niet veel. Dus moet je goed weten waar je aan begint. Aan De Nieuwe Democratie van Willem Schinkel, bijvoorbeeld, begin ik niet. Misschien loop ik daardoor een meesterwerk mis. Schinkel is tenslotte een upcoming socioloog. Wordt briljant genoemd. Zat in Zomergasten. Maar ik zal zijn boeken nooit lezen. Dat komt door wat hij zelf zei in een interview in NRC Handelsblad. Hij zei dat hij graag onbestaande woorden gebruikt. Woorden als ‘realpopulisme’ en ‘schizotopie’ en ‘terranormativiteit’ en ook ‘cladogrammaticale atletiek’.

Doet hij dat voor de grap? Zoals de Jeugd van Tegenwoordig het heeft over internagellaktisch? Nee, was dat maar zo. Dit is serieus. Hij zegt: „Je moet half onbegrijpelijk schrijven als je iets fundamenteel wilt openbreken. De wereld verandert te snel om haar te blijven beschrijven in steeds dezelfde woorden.” En dat is onzin. Het omgekeerde is waar: juist als de wereld rap verandert, moet een mens glashelder zijn. Chaos moet je niet chaotischer maken. Een socioloog is iemand die de samenleving snapt. Daar worden ze voor betaald, Schinkel zelf kreeg er laatst anderhalf miljoen euro subsidie voor. Snapt hij de samenleving? Wie weet. Maar hij heeft er geen woorden voor. Dus verzint hij nieuwe.

Men zegt wel eens: woorden schieten tekort. Maar woorden schieten nooit te kort. Sprekers schieten soms tekort. Schrijvers ook. Woorden nooit. Je hebt er tienduizenden van. Meer dan zat. Schizotopie? Cladogrammatica? Dat is newspeak van een showcioloog. Dit is proberen om een potje Wordfeud te winnen met behulp van Tipp-ex.

Het is niet dat ik bang ben voor moeilijke woorden. Ik heb Plato ondersteboven in het antiek Grieks gelezen. Maar ik ben wel bang voor nieuwe woorden. Aan nieuwe woorden zit vaak een luchtje. Soms betekenen ze iets totaal anders dan je denkt. Soms betekenen ze totaal niets. Bezuinigingen heten soms opeens ombuigingen. Of fopbacteriën heten heel scientific Bifidus ActiRegularis. Ooit heb ik een maand van mijn leven vergooid met het proberen te doorgronden van het woord heterotopie, bedacht door de filosoof Foucault – niemand had me al die tijd verteld wat het betekent (helemaal niets).

„Als iedereen ’t niks vindt wat ik schrijf, dan zijn ze allemaal gek”, zegt Schinkel zelf in het interview. En inderdaad zijn we gek. We zouden lachen om een natuurkundige die begint over parazwaartekrömming. Of om een wiskundige die zegt: één plus één is pseudovluufsj. Maar een socioloog die schrijft over cladogrammaticale atletiek nemen we bloedserieus.

Onbeschrijfelijk. Geen woorden voor.