Een minidingetje

Tekening Jean-Marc van Tol

Annie had 30 april pech, ze bereikte een confronterende mijlpaalleeftijd eindigend op een 0. Op het laatste moment besloot ze toch een feestbrunch te geven.

AH was gewoon open, volgens Annie, dus ik moest op de valreep, in alle Koninginnedagvroegte verjaardagsfeestdrank halen.

„Gewoon open? Weet je het zeker?”

„Ja, er hing zo’n spandoek boven de blauwe schuifdeur: 30 april gewoon open.”

„Bij de grootgrutter is niks gewoon”, zei ik argwanend.

„Vraag je wel van die minidingetjes?” vroeg Annie. „Die krijg je bij elke 15 euro cadeau, voor in de kartonnen kinderkraam.”

„Waarom?”

„Iedereen doet het, daarom!”

En ze drukte me zes gebruikte AH-tasjes in de hand.

„Heb je een lijst gemaakt?”

„Nee ik vergeet niks.” Ik repeteerde onderweg op alfabet. „A... airmiles, B... Bier... eh... Bonuskaart...” mompelde ik terwijl ik met zes klapperende lege plastic tassen over de kriekende markt liep.

Er zigzagden al hordes provinciale wildplassers rond (uit de extra treinstellen) en Marokkaanse vrouwen met oranje DE-hoedjes (die werden op strategische plekken uitgedeeld) op hun hoofddoek.

‘We zijn gewoon open’, jubelde het spandoek boven de automatische guillotinedeuren. Binnen begon ik meteen alfabetisch bier en Prosecco in mijn kar te vegen.

„Kunt u niet lezen?” vroeg de bedrijfsleider. (Ik herkende hem van televisie, door dat onregelmatige gebit en die ‘leve de man van de SRV’-uitstraling). Hij wees met zijn dikke statiegeldvingers op een A4’tje dat aan een schap onopvallend hing te wezen.

„Uit veiligheidsoverwegingen”, las ik, „en in goed overleg met de gemeente Amsterdam, verkopen wij op 30 april, niet meer dan één alcoholische consumptie per klant.”

„Dus een blikje bier per keer. Een sixpack”, verklaarde hij stroperig, „geldt voor zes consumpties! Regels zijn regels, helaas mevrouw.”

„En”, las hij verder, „de politie zal hier streng op toezien!”

„Maar”, zei hij optimistisch, „een klant kan zo vaak terugkomen als die maar wil.”

„Dus als ik een blikje bier heb afgerekend kan ik weer opnieuw naar binnen om nog een blikje te halen?”

„Juist!”

De rij werd steeds langer, tot buiten aan toe! Gelukkig dat het goed weer was. Toen ik aan het eind van de dag voor de dertigste keer bij de kassa aankwam, liet ik al mijn bonnen zien en vroeg om een minidingetje. Maar daar begonnen ze niet aan, kan iedereen wel bonnen van de straat rapen en zeggen ‘ik wil een minidingetje!’ „Maar Annie is jarig”, probeerde ik nog...