'Dit is een klap, normaal zit de zaak nu ramvol'

Buitenlanders die gisteren naar Tilburg kwamen voor een jointje, hadden pech. In de drie zuidelijke provincies is nu de wietpas ingevoerd. „Een heel harde klap.”

Het is doodstil in coffeeshop The Grass Company in Tilburg. Een chique, ruim opgezette coffeeshop met twee verdiepingen tegenover het station. De kranten op de houten stamtafel liggen er ongelezen bij. Aan de bar zit bedrijfsleider Jasper Rutten. Moedeloos: „Dit is een heel harde klap. De zaak zit nu normaal gesproken ramvol. Het personeel hebben we naar huis gestuurd. Goh, man. Dit is veel heftiger dan ik had verwacht.”

Gisteren werd de wietpas ingevoerd in de drie zuidelijke provincies. Coffeeshops moeten besloten clubs worden, met maximaal tweeduizend leden. Alleen Nederlanders mogen lid worden. Zij kunnen zich inschrijven met een afschrift uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA) en een legitimatiebewijs. Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) wil op deze manier drugstoeristen uit België en Duitsland weren. Begin 2013 wordt de wietpas in heel Nederland ingevoerd.

Voor de deur van The Grass Company hangen overal plukjes mensen die niet naar binnen mogen. Bijna niemand heeft een afschrift uit de GBA meegenomen. Een vrouw steekt haar hoofd uit een kleine grijze auto en roept met zwaar Brabants accent: „Hé, wie heeft er hier een wietpas? Kan iemand een paar jointjes voor me halen?” Op de parkeerplaats tegenover de coffeeshop staat de Belgische Els Verhagen een sigaretje te roken. Ze heeft 75 kilometer gereden vanuit Antwerpen. Voor niets. Verhagen: „Dit lost niks op. Alsof ik in Antwerpen niet aan mijn jointje kom. Niet legaal natuurlijk, en dan is de kwaliteit slecht. Wij komen al jaren naar Tilburg, maar die tijd lijkt nu wel voorbij.”

Vlak achter het station zijn de blauwe rolluiken van coffeeshop Toermalijn dicht. Dinsdagochtend werd de zaak gesloten, toen de politie ontdekte dat er bewust werd verkocht aan buitenlandse klanten en niet-leden. De shop wil een proefproces uitlokken, net als coffeeshop Easy Going in Maastricht, waar ze gisterochtend ook expres verkochten aan niet-leden. Alle andere shops in Maastricht sloten daarop uit protest tegen het beleid de deuren. Ze blijven de komende twee weken dicht, mogelijk tot er een uitspraak ligt in de gewenste rechtszaak.

Volgens Easy Going-eigenaar Marc Josemans willen de klanten niet aan de wietpas. „Bij alle Maastrichtse coffeeshops hadden zich nog geen honderd mensen ingeschreven. Tegelijkertijd staan op straat handelaren uit België, Frankrijk en Oost-Europa folders van de overheid over de wietpas uit te delen om zo mensen naar hun handel te lokken. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.”

The Grass Company houdt zich wel aan de regels. Bedrijfsleider Jasper Rutten: „Wij hebben vier zaken en een personeelsbestand van 110 man. Wanneer we de wet overtreden, lopen we het risico een paar maanden gesloten te worden. Dat kan niet.” De shop registreerde tot nu toe enkele tientallen leden, hoewel volgens Rutten „95 procent” van zijn vaste klanten heeft aangegeven nooit meer te komen. De bedrijfsleider: „Onze bezoekers zijn bang. Ze weten niet wat er gebeurt met hun privacygevoelige gegevens. Ik had hier een jongen die politieagent wil worden. Hij zei: ‘Het liefst schrijf ik me in, maar ik durf het risico niet te nemen. Straks zien ze bij mijn sollicitatie dat ik hier kom en kan ik mijn droom niet waarmaken.’”

Pas afgelopen weekend werd het The Grass Company duidelijk hoe de invoering van de wietpas in zijn werk ging, nadat coffeeshophouders vorige week nog een kort geding verloren over de pas. Rutten: „Ook de gemeente en de politie wisten van niets. Ik wilde weten of ik klanten aan de bar kon registreren of dat ik buiten een bureautje moest zetten. Dat wist niemand. Er is niet goed over nagedacht. En wat dacht je van de dealertjes? Een beetje boefje heeft zijn scootertje al volgeladen.”

Jasper Rutten kijkt de zaak nog eens rond. Nog steeds is er geen klant binnengekomen. „Dit is bizar. Ik slaap vannacht nog slechter dan gisteren. We kunnen alleen nog maar hopen dat de klanten terugkomen. Hopen. Meer niet.”

Met medewerking van Paul van der Steen