Gun je kind ook eens een teleurstelling

Curlingouders willen alles leuk maken voor hun kinderen – die daardoor niet leren hoe ze zichzelf later moeten redden.

Illustratie MAT

Afgelopen september spanden ouders in Abcoude een rechtszaak aan tegen de basisschool van hun 7-jarige dochter. De reden was onenigheid over de klassenindeling. Het meisje wilde graag bij haar vriendinnen in de groep en bovendien waren de ouders bezorgd dat het pientere kind niet genoeg zou worden uitgedaagd in de klas waarin ze was geplaatst.

Deze ouders, die de zaak lieten vallen toen ze merkten dat ze de anonimiteit van hun dochter in de pers niet konden garanderen, zijn een voorbeeld van het toenemend aantal vaders en moeders dat de school van hun kinderen voor de rechter daagt. Rechtsbijstandsverzekeringen meldden onlangs dat het percentage onderwijszaken flink stijgt. Zij zijn wat de Deense psycholoog Bent Hougaard ‘curlingouders’ noemt: overbeschermende ouders die alle obstakels voor de voeten van hun kinderen probeert weg te vegen, net zoals in de curlingsport met bezems de baan wordt vrijgehouden. Hougaard waarschuwde dat deze kinderen zich daardoor niet volwaardig kunnen ontwikkelen.

Curlingouders gaan op hoge poten naar school om iets voor hun kind af te dwingen of recht te zetten; ze komen bij juffen en meesters om ieder wissewasje verhaal halen. Ze bemoeien zich langs de lijn met de corrigerende aanwijzingen van de coach en de scheidsrechter, mengen zich in de ruzies van hun kinderen met anderen, bellen woedend op als hun dochter op een feestje een kinderfilm heeft gezien waarvan ze voor het slapengaan moest huilen.

Dat ‘curlinggedrag’, vaak onbewust en met de beste bedoelingen, komt volgens deskundigen voort uit het toenemend streven van ouders om hun kinderen tegenslag en teleurstelling te besparen – socioloog Herman Vuijsje en journalist Anneke Groen constateren in hun recentelijk gepubliceerde boek Eindeloos ouderschap dat ouders nooit eerder zo bezorgd waren om en toegewijd waren aan hun kinderen. Ouders zijn assertiever, geloven in maakbaarheid, hebben minder kinderen en voelen zich verantwoordelijker voor hun geluk. „Bovendien moet alles leuk zijn”, zegt pedagoog Marina van der Wal. „Ouders willen vooral leuke opvoeders zijn.”

Grenzeloze opvoeding

Een van de consequenties, zeggen deskundigen, is toenemend ongemak om grenzen aan kinderen te stellen. Ontwikkelingspsycholoog Marga Akkerman heeft dat de laatste twintig jaar radicaal zien veranderen. „Regels handhaven kan voor teleurgestelde gezichten zorgen”, zegt ze. „Kinderen wenden zich van je af, worden boos, gaan huilen. Dat is ongemakkelijk. Ouders willen graag vriendjes blijven met hun kinderen, en geven daardoor sneller toe.

„Misschien”, formuleert ze voorzichtig, „heeft het grensoverschrijdende gedrag van kinderen dat nu met ADHD wordt geassocieerd, wel minder te maken met een aangeboren stoornis en meer met een grenzeloze opvoeding.”

Illustratie MAT

Wat ouders te weinig beseffen is dat hun gepamper de ontwikkeling van de zelfredzaamheid van kinderen in de weg staat. Van tegenslag kunnen opgroeiende kinderen iets opsteken, of het nu gaat om een nederlaag op het sportveld, een tegenvallend Cito-resultaat, of ruzie met vriendjes. „Als ouders taken weghouden bij hun kind, ontnemen ze het de mogelijkheid om te leren”, zegt neuropsycholoog en hersenwetenschapper Jelle Jolles, auteur van Het tienerbrein. „Voor de ontwikkeling van kinderen en tieners is het essentieel dat ze veel ervaringen en kennis opdoen. Als een ouder de problemen oplost, kan de jongere de situatie niet zelf aanpassen, en die oplossingen niet in de hersenen opslaan. En die zich op een later moment dus ook niet herinneren.”

Daarom is het volgens Jolles zo belangrijk dat kinderen de gelegenheid krijgen om een blauwtje te lopen, een beetje verdriet te hebben, een beetje pijn te hebben, een beetje eenzaam te zijn. „Ook negatieve ervaringen zorgen voor zelfinzicht, voor zelfregulatie en voor empathie met anderen. Het helpt ze om stevige volwassenen te worden.”

Doe je dat niet, dan kweek je óf angstige óf luie kinderen, die verwachten dat anderen dingen voor hen doen. Jolles: „Er zijn te veel kinderen die het heel normaal vinden dat anderen zaken van hen overnemen en voor hen uitvoeren.” Door de mondige ouders voor wie het allemaal ‘een feestje’ moet zijn, ontstaan prinsjes en prinsesjes die een hofhouding nodig hebben om het gevoelsmatig en praktisch te redden in het leven.

Ook negatieve ervaringen zorgen voor zelfinzicht, voor zelfregulatie en voor empathie met anderen

Hersenwetenschapper Jelle Jolles

Volgens Marina van der Wal blijven kinderen die niet hebben geleerd tegenslag te gebruiken als leerproces, onbewust heel hard ‘mammie’ of ‘pappie’ roepen als het tegenzit. „Ik denk dat ze daardoor gevoeliger worden voor spanning.”

Als kinderen leren om moeilijke situaties zelf op te lossen,levert dat een gevoel van competentie op: vertrouwen in eigen kunnen. „Controle kunnen nemen op grond van inzicht in jezelf”, zegt Jolles, „is cruciaal om later stevig in je schoenen te staan.”

Focus verleggen

Meer vrijlaten dus, die kinderen. Zelf de gelegenheid geven om foutjes te maken. Ouders zouden daarom hun focus moeten verleggen van het nú leuk en gezellig houden naar het zelfstandig maken van kinderen. „Op het moment dat je een baby in je armen houdt, moet je eigenlijk al het beeld voor ogen hebben van een 21-jarige adolescent die het huis uitgaat”, stelt Marina van der Wal radicaal. „Als ouder zou je steeds bezig moeten zijn met: ‘wat zou dit kind op dit moment zelfstandig moeten kunnen?’ Maar we denken in onze cultuur tegenwoordig te veel ad hoc, en te weinig op de lange termijn.”

Het is voor ouders niet makkelijk om op je handen te zitten, soms moet je je even verbijten. Van der Wals ene zoon zakte voor zijn examen, haar andere bleef een jaar zitten. Zij zag het aankomen, waarschuwde, maar nam niks van de jongens over. „Tuurlijk was het verdrietig voor ze, die teleurstelling, maar het was ook vruchtbare grond om te leren hoe je ervoor zorgt dat het volgende keer wél lukt.”

Moeten ouders hun kinderen dan maar helemaal loslaten? Dat ook weer niet. Jolles vergelijkt het begeleiden van kinderen naar zelfstandigheid met ze leren lopen en fietsen. Eerst een loopwagentje geven, zijwieltjes monteren, handje vasthouden, zadel vasthouden, en dan pas loslaten. Als kinderen ouder worden neemt praten die sturende rol over.

Volgens Jolles is feedback van ouders immens belangrijk voor kinderen, zeker voor tieners. Niet het soort gesprek waarin ouders de oplossingen voorschotelen, maar open vragen stellen over hoe het kind iets heeft aangepakt of wil gaan aanpakken. Bijvoorbeeld: ‘Lastige situatie, wat zijn jouw gedachten daar nou over? Of: ‘wat maak je hieruit op?’

Die feedback zorgt er volgens Jolles voor dat de tiener eerdere ervaringen kan bijslijpen. „En die kleine aanpassingen worden steeds in de hersenen opgeslagen in de vorm van veranderingen in complexe hersennetwerken, net als met fietsen vroeger. Daardoor blijven de ervaringen beschikbaar voor gebruik op een later moment. Ouders moeten de route van hun kinderen niet willen lopen, maar ze kunnen wel helpen de weg te wijzen.”